Onttoverd

Is het hek nu van de dam?..

Jan Blokker

Ik bedoel: legt Pieter van Vollenhoven nu binnenkort de bewijzen op tafel dat hij, in tegenstelling tot wat wel wordt beweerd, in de eerste jaren van zijn huwelijk met prinses Margriet niet onheus is bejegend door de overige leden van de koninklijke familie?

Laat de moeder van Margarita straks wetenschappelijk vaststellen dat haar schoonzoon inderdaad aantoonbaar nooit heeft willen deugen?

Verbreekt prinses Juliana tegen die tijd haar stilzwijgen om onder ede te verklaren dat ze, anders dan Hans Galesloot ooit uit z'n duim heeft gezogen, in 1956 niet met medeweten van Drees, Beel en de prins-gemaal opgesloten heeft gezeten in het paviljoen Endegeest van de Wassenaarse St. Ursula-kliniek?

En komt Beatrix zelf ten slotte met een uitvoerig rapport waarin met kracht van argumenten wordt aangetoond:

a. dat zij geen enkele bemoeienis had gehad met de plotselinge overplaatsing van een gezant in Pretoria die iets overspeligs zou hebben gehad;b. dat de inrichting van een Nederlandse ambassade in Amman volstrekt los stond van haar vriendschappelijke betrekkingen met het Jordaanse koningshuis;

c. dat zij in 1994 niets heeft ondernomen om een kabinet-Brinkman tegen te houden of een kabinet-Kok te bevorderen; en d. dat de subsidie voor de productie van het toneelstuk Emily louter en alleen op gezag van D66-staatssecretaris Aad Nuis is geweigerd?

Het zou leuk zijn want zulke openbaarmakingen zouden vanzelfsprekend leiden tot al dan niet academische tegengeluiden, en daarmee een grote, algemeen-historische maatschappelijke discussie teweeg kunnen brengen, waarin allengs ook verhalen uit een veel verder Oranjeverleden ter sprake konden komen, en het vaak in nevelen gehulde zedelijke gedrag van oude stadhouders en koningen onderworpen raakte aan minutieus nieuw onderzoek dat nog ongekende geschiedkundige verten zou kunnen openen.

Of niet?

Als ik erover nadenk, vraag ik me af of ik al die dingen van koninklijk bloed en zo eigenlijk wel wil, of sterker nog: wel mag weten.

Er is een eeuwenoude afspraak die zei dat de vorst en alles wat er getrouwd of aangetrouwd omheen zat, in beginsel onzienlijk was, d.w.z.

dat hij op een munt of een postzegel stond en dat je 'm misschien keer in je leven als een schim in de verte voorbij kon zien komen, maar er meer van weten? Nee.

Wat we sinds Thorbecke het 'geheim van Het Loo' (of Soestdijk, of Noordeinde) zijn gaan noemen, berust op een veel ouder, veel mythischer soort geheimzinnigheid, om niet te zeggen op een taboe. Je sloeg je ogen neer als de vorst passeerde. Je drukte je oren dicht, want van zijn Stem konden je trommelvliezen breken. En als je hardop over hem sprak, werd je tong uitgerukt.Dat zijn heel elementaire dingen.

Omdat er iets was verboden, gingen de mensen er vanzelf verhalen over fantaseren die ze mekaar vervolgens op fluistertoon, en liefst als het al donker was geworden, doorvertelden.

Zo moet je de boeken van J.G. Kikkert of de krantenartikelen van Fred Thomas, of de thrillers van Tomas Ross ook begrijpen: dat zijn fabels, en iedereen weet dat ze niet waar zijn, maar ze horen bij de mythologie op dezelfde manier als waarop leden van het Koninklijk Huis (die onschendbaar zijn, en die er het zwijgen toe doen omdat ze zich toch niet kunnen verdedigen) aan gene zijde van het Geheim bij de mythologie horen.

Zo zijn die rollen verdeeld, en als we de mythologie niet willen afschaffen, moet het zo blijven.In dat opzicht vind ik die brief van Bernhard jammer. Hij heeft vast gelijk, ik geloof blind ook alles wat hij heeft laten uitzoeken. Maar dat het op een zaterdagochtend als de ingezonden klacht van een willekeurige abonnee in de krant staat, vind ik toch het begin van een grote, betreurenswaardige onttovering.

Meer over