Ontslag bestuur Wilton Fijenoord vernietigd

De commissarissen van Wilton Fijenoord Holding (WFH) hebben de twee bestuursleden van die werf ten onrechte de laan uitgestuurd. De enorme verliezen, een ton per werkdag, kunnen D....

Van onze verslaggever

Henk Blanken

ROTTERDAM/SCHIEDAM

Volgens de commissarissen van WFH hebben Schuurman en Bos veel te weinig gedaan om het roer bij de reparatiewerf Wilton Fijenoord, één van de vier poten van het concern, om te gooien. Afgelopen maandag werden de bestuurders ontslagen. Nadat zij weigerden daarmee in te stemmen, eisten de commissarissen dat Schuurman en Bos stante pede hun kantoor ontruimden.

De twee spanden daarop een kort geding aan, waarin rechtbankpresident mr J. Mendlik oordeelde dat de commissarissen - onder aanvoering van oud-Wilton-bestuurders T. Jonker en B. Sluis - hun boekje te buiten zijn gegaan. Schuurman en Bos zijn nooit gewaarschuwd, aldus de president, en het staat niet vast dat hun aanblijven per se leidt tot de ondergang van de werf, zoals de commissarissen stellen.

Het conflict dreigt de positie van de eens zo pronte Schiedamse werf steeds wankeler te maken. In het worst-case-scenario dat hun de kop kostte, schetsen Schuurman en Bos dat Wilton Fijenoord afstevent op een verlies van 20 miljoen gulden. Tegen het eind van het jaar moet dan uitstel van betaling worden aangevraagd. Alleen een sterfhuisconstructie bood volgens de twee nog een uitweg.

Dat scenario was commissaris Jonker 'drie stappen te ver'. De oud-directeur - hij trad eind vorig jaar terug - denkt dat er nog mogelijkheden zijn om meer van Wilton Fijenoord overeind te houden dan drie opgesplitste bv'tjes met 166 werknemers, zoals Schuurman en Bos voorstelden. Bij de werf in Schiedam werken nu nog 450 man, na een reorganisatie waarbij dit jaar al 250 banen verdwenen.

Hoe Jonker de reparatiewerf hoopt te redden, weet hij zelf ook nog niet. Het verlies beliep vorig jaar al 24 miljoen. En op het immense terrein aan de Nieuwe Waterweg achter Schiedam ligt nu in dok 8 precies 'één bootje', een veerboot waaraan de werf niet meer dan een paar dagen werk heeft. Buitenlandse concurrentie, de harde gulden en domweg te weinig werk doen Wilton Fijenoord de das om.

Nog even, zegt een cynicus, en elke werknemer heeft bij Wilton Fijenoord zijn eigen dok. Van de werf - er werkten ooit duizenden mensen - is niet veel meer over dan een garagebedrijf voor de Rotterdamse haven. 'Er komen hier alleen nog maar bootjes voor een paar dagen werk', zegt een lid van de ondernemingsraad . 'Dan gaat het niet meer, al maak je nog zoveel plannetjes.'

Na het verlies van vorig jaar zijn Schuurman en Bos met de vakbonden een reorganisatie overeen gekomen, waarbij 250 banen verdwenen. Die sanering was minder ingrijpend dan hun eerste plan, volgens welk de werf dit jaar 3 miljoen winst zou maken. De commissarissen vonden dat ingrijpen te hard, en accepteerden een gebudgetteerd verlies van 2,5 miljoen gulden. Wilton Fijenoord heeft nu nog een eigen vermogen van 32 miljoen, en geen liquiditeitsproblemen.

De verhouding tussen de commissarissen en de twee bestuurders verslechterde even snel als de prognose van het resultaat. Die liep op van een verlies van bijna 7 miljoen in mei, via ruim 18 miljoen eind juli tot 20 miljoen begin augustus. De commissarissen grepen in omdat Schuurman en Bos volgens hen niet meer hadden bereikt dan het ontslag van 250 man. Van de beoogde flexibilisering was bijvoorbeeld weinig terecht gekomen.

De teloorgang van de reparatiewerf is vooral voor Jonker onverteerbaar omdat hij samen met oud-bestuurder Sluis Wilton Fijenoord in de jaren tachtig uit een diep dal heeft gehaald. Tot 1984 was de werf onderdeel van het Rijn-Schelde-Verolme-concern. Na het RSV-debâble kon Wilton Fijenoord zelfstandig verder als nieuwbouw- en reparatiewerf.

Jarenlang poogden Sluis en Jonker, de twee 'vechtersbazen van de scheepsbouw', de marinebouw in Schiedam open te houden. Daarbij hadden zij het permanent aan de stok met de Nederlandse overheid, die de twee uit het RSV-concern getilde 'staatswerven' RDM en De Schelde probeerde te bevoordelen.

Nadat in 1988 de laatste van twee onderzeeërs aan Taiwan was opgeleverd, was het bij Wilton gedaan met de nieuwbouw. Sluis en Jonker zochten naar verbreding van de onderneming om de gevolgen van de instabiele reparatiemarkt op te kunnen vangen, en voegden in 1987 het failliete Verolme Botlek als offshore-werf aan hun stal toe.

Drie jaar later volgde Verolme Scheepswerf Heusden, een van de grootste en best renderende scheepsnieuwbouwwerven. Nog drie jaar later werd Vervako Heusden (kleinere nieuwbouw, staalconstructies) de vierde poot onder de Wilton Fijenoord Holding. Onder dat dak wisten de vier maatschappijen dat zij elk 'hun eigen broek moesten ophouden'.

Tegen hun pensionering hadden Sluis en Jonker een bedrijf opgebouwd dat begin jaren negentig zo'n 300 miljoen omzet draaide. Slechts de winst liep terug, van 30 miljoen in 1990, naar 20 miljoen een jaar later, en 10 miljoen in 1992. Daarna kwam het eerste jaar met verlies (7 miljoen). Waar de pijn zat was wel duidelijk: bij de Schiedamse werf Wilton Fijenoord.

Volgens Jonker zal niemand de reparatiewerf nu winstgevend kunnen maken. Maar een sterfhuisconstructie kan hij niet aanzien. De terugkeer van Schuurman en Bos lijkt van korte duur te zijn: op 24 augustus kunnen de aandeelhouders, een stichting waarin de gemeente Schiedam en de werknemers een forse stem hebben, hen alsnog ontslaan.

Meer over