Ontroerend duet Rosenfeld/Teixidó

Dans..

Mirjam van der Linden

Het hoofd van Arthur Rosenfeld steekt net boven het gordijn uit. Met eenboek als helm en een stok als lans staart hij de verte in. Beneden staatzijn ros klaar, een naaimachinetafel uit het jaar nul (een van Rosenfeldsvoorvaderen was kleermaker in New York). De tengere Spaanse die tussen hetopzij geschoven huisraad staat, ziet hij niet, hoe hard ze ook jammert.Daar in het niets, dáár is wat hij zoekt. Zijn gedreven blik is bijnafanatisch. Hij wil zo graag een held zijn, deze grijzende man met beginnendbuikje. Maar wat hij oproept, is toch vooral erbarmen.

Het dansechtpaar Arthur Rosenfeld en Ana Teixidó maakte al lang voorde doorbraak met hun jeugddansgezelschap Meekers Uitgesproken Dans duettenvoor een volwassen publiek. Duetten over relaties, hun (kunstenaars)relatiein het bijzonder. Pareltjes vaak, zoals vorig seizoen nog So Much To Do enook nu weer Till We Lose It.

Dit nieuwe duet - een mix van dans en theater - is geïnspireerd op devroeg zeventiende-eeuwse romanfiguren Don Quichot en Sancho Panza. 'Don Q'(Quixote in het Spaans en het Engels) is een dolende edelman die zich eenreddende ridder waant en dingen ziet die wij niet zien; Panza is zijnbuurman en dienaar. Cervantes' verhaal gaat over idealen en liefde, overrealiteit en fictie. Die centrale thema's hebben Rosenfeld en Teixidóhaarscherp opgepakt en prachtig verbeeld: heel eerlijk, puur en sober, meteenvoudige middelen en in een goede balans van humor en tragiek.

Hun verhouding is zoals altijd intrigerend. Wie manipuleert nu eigenlijkwie? Het is een vraag die ook de Don en zijn dienaar past en waarop geeneenduidig antwoord mogelijk is. Het ene moment is Rosenfeld eenegocentrische bullebak die het niet over zijn lippen kan krijgen dat hijvan Teixidó houdt. Het volgende moment is hij aandoenlijk teder enoprecht; versiert hij zijn geliefde met kleurige speelgoedmolentjes (eenverwijzing naar de molens - 'reuzen' - bij Cervantes) en roept hij wanhopighaar naam.

Haar gedrag is eigenlijk nog complexer. Ze loopt gedwee achter hem aan,precies in zijn ritme. Maar ze is ook degene die zijn fantasie, zijnbijna-waanzin, voedt door een filmprojector te bedienen en zo beelden opte roepen waarmee hij in gevecht gaat. Daarna zorgt ze er dan weerliefdevol voor dat hij de weg niet helemáál kwijtraakt ('You areArthur!') of scheldt ze hem gewoon de huid vol.

Wat Till We Lose It vooral ontroerend maakt, is de dubbelheid: het enormmet elkaar verweven zijn versus de individuele eenzaamheid; de wind diespeels kan blazen maar ook angstaanjagend kan stormen; het vastgeklonkenzijn in het heden versus de angst voor de vergetelheid. Hier heerst detragiek van het onvermijdelijke, het gevangen zijn tussen twee kwaden. De'madness' als enige middel om aan de 'sadness' te ontsnappen, zoals DonRosenfeld het zelf verwoordt.

Mirjam van der Linden

Meer over