Ontmoeting met Het Dichtertje

De eerste nacht was verschrikkelijk. 't Was in april van dit jaar. Jacob moest z'n huis uit. Hij had geen ander huis om naartoe te gaan....

Het mocht, maar 's nachts om een uur of vier stond hij toch weer buiten.

Wel, daar zat hij dan: ineengedoken, de armen over elkaar, in een hoekje. Hij zag zichzelf zo zitten, in dat hoekje, als een arme stumper, en hij dacht: dit is het eindstation. 't Is over, voorbij.

Maar het werd weer licht, de zon kwam op, het zal niemand verbazen. Hij dacht: ik moet geld verdienen om te kunnen eten en drinken, het is zaak om niet te creperen van de honger.

Er zaten nog wat mooie gedichten in z'n hoofd. Die zaten er gewoon nog in, van heel vroeger. Een voor een kwamen ze hem weer voor de geest. Gedichten van Bloem, van Vroman, stukken Vondel, het gedicht De tuinman en de dood dat z'n vader altijd voordroeg, en ook de lijfspreuk van zijn vader: wij zijn niet de bouwers van de tempel, maar slechts de sjouwers van de stenen. Ze kunnen je alles afpakken, behalve wat er in je kop zit.

Hij ging bij de Albert Heijn staan in de Westerstraat en vroeg aan wie er maar naar buiten kwam: goedemiddag, mag ik uw dag opvrolijken met een gedicht? Als ze ja zeiden, kregen ze een stukje voorgeschoteld uit Vroman of Bloem of Vondel.

En de mensen uit die Albert Heijn gaven hem een gulden. Ze zeiden: wat mooi! Ze vroegen: heeft u dat zelf gemaakt? Hij antwoordde: nee, dat heeft Joost van den Vondel gemaakt.

Maar het zette hem aan het denken, die vraag. Eens kijken, dacht hij, of ik het zelf ook kan. Hij gaf zichzelf een paar onderwerpen op en ja hoor, het ene gedicht na het andere stroomde uit zijn pen.

Zo is het gekomen dat Jacob nu in Amsterdam bekend staat als Het Dichtertje. Hij gaat langs de cafés en vraagt aan degenen die daar zitten of ze een mooi gedicht van hem willen kopen. Ze mogen zelf het onderwerp opgeven. 't Gaat meestal over de liefde, maar iets anders kan ook, geen punt.

Het kost een tientje, zo'n gedicht. Het is in minder dan tien minuten klaar. Hij schrijft het met een vulpen, op lijnloos papier. Als het af is, komt er een dikke stempel op plus de vingerafdruk van de dichter, om het authentiek te maken.

Vaak beginnen zijn gedichten met de woorden: de mensen voelen zich onzeker, of: het leven kent zijn ups en downs. Van wat 't oplevert, kan hij eten en drinken en slapen in een hotel. Laatst kreeg hij op de boerenmarkt voor een gedicht twee dikke lamskoteletten. Hij nam ze aan, tegen zijn gewoonte. Wat moet je ermee als je geen ijskast hebt? Hij kwam bij een café, met die twee dikke koteletten onder z'n arm, en hij vroeg aan de barkeeper: kun je deze even in de ijskast leggen voor me, ik ben straks terug.

Een uurtje later kwam hij weer terug, en die barkeeper zei: net op tijd, Jacob, vooruit, aan tafel! Ze hadden die twee koteletten voor hem opgebakken in de pan, met frietjes en alles erbij. Dat was in café Carel's. Zo is hij erachter gekomen dat de mensen niet slecht zijn, maar goed (niet allen zijn echter goed).

Peter Bekkers

Meer over