Ontmoedigde meisjes even goed in wiskunde

En weer wankelt een van de hoekstenen van de psychologie, nu blijkt dat een aloude verklaring voor het verschijnsel dat meisjes lagere cijfers halen voor wiskunde dan jongens, niet kan worden bewezen.

VAN ONZE VERSLAGGEEFSTER ASHA TEN BROEKE

AMSTERDAM - Onderwijspsycholoog Colleen Ganley van de Universiteit van Illinois concludeert in een artikel dat binnenkort verschijnt in het tijdschrift Developmental Psychology dat de negatieve beïnvloeding door docenten de cijfers niet verklaart. Dat idee, stereotype threat, is een goed onderzocht fenomeen en staat in elk inleidend psychologieboek. Het komt er kortweg op neer dat je de prestatie van mensen kunt beïnvloeden door ze op (minder) subtiele wijze aan een stereotype te herinneren. Volgens dat principe zullen meisjes een wiskundetoets slechter maken als zij voorafgaand aan de toets worden herinnerd aan het stereotype 'jullie zijn beroerd in wiskunde'.

Gangley en haar collega's deden drie experimenten waarin ze de stereotype threat op de wetenschappelijke pijnbank legden. Zo namen ze een grote groep kinderen en pubers onder de loep: in totaal meer dan 750. Ze waren ook niet erg subtiel in het oproepen van het stereotype: de kinderen kregen te horen dat een vrouwenbrein toch echt veel minder geschikt is voor wiskunde en daarmee uit. Bovendien nodigde Gangley alleen echte wiskunde-uitblinkers uit, want uit eerder studies bleek dat alleen hier nog een echt wiskundeverschil (j/m) te vinden is. Als er een effect als stereotype threat bestaat, dan zouden we het bij deze bollebozen zeker moeten kunnen meten, was de redenering.

Maar hoe het team van Gangley ook zijn best deed, in geen van de experimenten konden ze het effect vinden. Meisjes die het stereotiepe hersenfilmpje keken, deden het bijvoorbeeld helemaal niet slechter in de wiskundetest dan meiden die een neutraal filmpje hadden gezien.

De onderzoekers komen met twee verklaringen. Het zou kunnen dat het effect altijd optreedt, of meisjes nu aan het stereotype herinnerd worden of niet. De andere mogelijkheid is dat het effect veel minder belangrijk is dan de studieboeken nu beweren.

Gangley en collega's neigen naar de laatste verklaring. En niet zonder reden. Toen ze voorafgaand aan hun experimenten de vakliteratuur bekeken, merkten ze op dat er al eerder onderzoeken waren gedaan waaruit geen effect was gebleken. Die waren echter met enige regelmaat in een bureaula verdwenen, terwijl studies die wel een effect vonden allemaal waren gepubliceerd. Een duidelijke aanwijzing dat stereotype threat een grilliger verschijnsel is dan tot nu toe werd aangenomen.

Dat denkt ook psycholoog Casper Hulshof van de Universiteit Utrecht. 'Stereotype threat bestaat wel, maar we weten niet precies wanneer het optreedt.' Hij is blij met de experimenten van Gangley omdat ze zo goed zijn uitgevoerd. 'Nu kunnen we op zoek naar andere oorzaken van het verschil in wiskundeprestaties tussen jongens en meisjes.'

Wat zouden die kunnen zijn? Gangley en co grijpen nadrukkelijk niet terug op de wat ouderwetse verklaring dat vrouwenhersenen van nature niet zo goed kunnen rekenen. Wel opperen ze dat meisjes misschien meer angst hebben voor wiskunde of het minder interessant vinden. En dat zou dan weer best eens door de heersende stereotypen kunnen komen.

undefined

Meer over