'Ons Soedan is het beste land van Afrika'

JUBA -Het sjabloon past bij het bezoek van een hoge gast. Je trommelt kinderen en volwassenen op. Je zet hen langs de kant van de straat. Je drukt hun vlaggetjes in de hand. En op het moment dat de bezoeker in een geblindeerde auto voorbij komt stuiven, moet het gejuich klinken dat de gast, tussen het geluid van de sirenes, toch niet zal horen.


In Juba, de hoofdstad van het autonome Zuid-Soedan, ging het deze week anders. Ja, er was sprake van een belangrijk bezoeker: president Omar al-Bashir van Soedan. En ja, langs de weg stonden kinderen en volwassenen. Maar als Bashir goed keek, zag hij dat de vlaggetjes hem begroeten met het woord 'afscheiding'. En in plaats van gejuich klonk een welgemeend 'bye-bye, bye-bye!'.


Bashir is president van het grootste land in Afrika. Nog wel. Maar aanstaande zondag begint in het zuiden het referendum waarin bijna vier miljoen kiesgerechtigden in dat deel van Soedan zich eindelijk mogen uitspreken over de vraag of zij onafhankelijk willen worden, dan wel de eenheid met het Noorden verkiezen.


Het antwoord kunnen we vast verklappen. In Juba bijvoorbeeld maken alle borden, T-shirts en andere campagnesymbolen het duidelijk: 'Secession', afscheiding, staat erop gedrukt. Met als symbool een opgestoken hand. De hand van 'bye-bye!'


Officieel is het zo ver dus nog niet. Maar in heel Zuid-Soedan bereikt de onafhankelijkheidskoorts deze week een hoogtepunt. Overheidsdienaren van wat straks Afrika's 54ste staat zal zijn, moeten zich neutraal opstellen.


En dat valt lang niet altijd mee.


Zoals voor Timon Wani. Hij draagt een donker pak met stropdas, een kostuum waarmee je eerder een vergadering in een winters land zou bezoeken dan een pakhuis in een gebied waar de temperatuur boven de 35 graden loopt. Wani is met anderen verantwoordelijk voor de distributie van de stembiljetten vanuit Juba naar de vele duizenden stembureaus. Dit zijn historische tijden; Wani voelt de last van de geschiedenis bijna van zijn bezwete voorhoofd druipen. Als we hem vragen naar de mogelijke uitslag van het referendum, geeft hij eerst het keurige 'misschien eenheid, misschien afscheiding'-antwoord.


Maar dan laat ook deze ambtenaar zijn Zuid-Soedanese hart spreken. 'Zelf kies ik voor onafhankelijkheid. Wij hier in het Zuiden zijn geboren in oorlogstijd. We zijn opgegroeid in oorlogstijd. We hebben vernedering en slavernij gekend. Nu willen we vrede, en zelfstandig verder. Bewijzen dat we bij Afrika horen. Dat we het beste land van Afrika kunnen zijn. Ja, misschien wel van de wereld.'


Een paar kilometer verderop tempert Chan Reek Madut dergelijk enthousiasme. Hij is Zuid-Soedanees en de vicevoorzitter van de referendumcommissie. Zijn baas, de man die de einduitslag moet bekendmaken, is een noorderling en zetelt in Khartoem, de noordelijke hoofdstad van Soedan. Madut is de man die tot het laatste moment net zal moeten doen alsof hij leiding geeft aan een simpele volksraadpleging. Een referendum waarin alles moet kloppen.


De beminnelijke Madut geeft toe dat hij in zijn functie blootstaat aan 'enorm druk van alle kanten'. Zoals uit het Noorden. Daar zegt president Bashir de uitslag van het referendum te zullen respecteren. Maar daar zijn ook nog voldoende krachten die het verlies van het olierijke Zuiden slecht kunnen verkroppen en mogelijk voor onrust en wellicht zelfs voor nieuw geweld zullen zorgen.


'Zorgvuldigheid' is daarom Maduts parool. Alles doen om te voorkomen dat het Noorden met formele klachten kan komen, of constitutionele trucs kan uithalen zoals president Laurent Gbagbo in Ivoorkust. En als het hele proces achter de rug is, op 10 juli, als de onafhankelijkheidsdag van het nieuwe land kan worden gevierd, pas dan denkt Madut erover vakantie te nemen.


Zoals de vicevoorzitter, zo doet ook de autonome zuidelijke regering van president Salva Kiir er alles aan om zich in deze spannende tijden niet door het Noorden te laten provoceren. Aan de grens tussen de twee gebieden, een grens die nog altijd niet helder is afgepaald, hebben noordelijke militairen en milities de afgelopen maanden herhaaldelijk met geweld van zich doen spreken. Salva Kiir en de zijnen willen per se dat niemand vergelding zoekt, en de situatie laat escaleren.


Zeker zo groot zullen de problemen van deze regering zijn als het erom gaat van haar nieuwe land een open samenleving en een welvarende natie te maken. De afgelopen zes jaar bijvoorbeeld, waarin Zuid-Soedan autonoom was, is veel geld dat met de olie is verdiend, niet bij de bevolking maar bij bestuurders terechtgekomen. En dat in een land dat, na tientallen jaren oorlog met het Noorden, zijn ontwikkeling van de grond af aan moet oppakken.


De opbouw van het nieuwe Zuid-Soedan zal voor een deel afhangen van de inzet van jonge mensen. Zij hebben de afgelopen jaren soms in het buitenland doorgebracht, bijvoorbeeld als vluchteling, en beginnen nu langzaam naar hun geboortegrond terug te keren.


Neem Ayuel Ngor, een mooie, slimme man van 33. Ngor werd in Juba geboren, bracht met zijn familie zo'n tien jaar in Khartoem door, en kwam in 1998 naar Nederland. In Delft studeerde hij lucht- en ruimtevaarttechniek. Hij heeft een prima baan bij Shell. In 2007 werd Ngor Nederlander, maar nu is hij voor even terug in Juba. 'Ik heb al die jaren geweten dat ik op een dag zou terugkeren, al dan niet voor tijdelijk. Er is hier zo veel werk te doen. En daarbij kunnen ook mensen als ik een rol spelen. Mensen die zich niet met een geweer in de oorlog hebben bewezen, die niet direct geïnteresseerd zijn in een hoge politieke functie, maar die hun kennis en ervaring kunnen inzetten voor de ontwikkeling van Zuid-Soedan.'


De laatste fase in de aanloop naar de onafhankelijkheid van het Zuiden wordt vaak beschreven met de woorden van John Garang, de leider van Zuid-Soedan die in 2006 bij een helikopterongeluk om het leven kwam. Ook in Juba is zijn slogan dezer dagen op menig billboard te zien: 'The Final Walk to Freedom'- de laatste mars naar de vrijheid.


Ayuel Ngor kent de spreuk maar al te goed. 'Tja, de laatste mars. Ik denk echter dat de echte uitdagingen pas nu gaan komen. We hebben een transparant leiderschap nodig. We moeten werken aan de opbouw van een rechtstaat. En we moeten ervoor zorgen dat een omgeving ontstaat waarin democratie echt een kans van slagen heeft. Dat is geen 'laatste mars', dat is geen einde. Nu begint het pas.'


Meer over