Ons keek Ons

Wim de Bie en Kees van Kooten weten nog niet of ze volgend jaar als duo te zien zijn. In ieder geval komt er na tien seizoenen een einde aan hun vaste zondagavond bij de VPRO....

SIETSE VAN DER HOEK; GERARD MULDER

VAN Kooten en De Bie stammen uit de tijd dat de televisie nog vast onderdeel was van het gesprek de volgende dag. Uit de tijd dat zich een nieuw weldenkend deel der natie vormde, dat links was of linksig en het komische duo volgde van de VARA (Hadimassa) naar de VPRO op zondagavond. Eerst in Het gat van Nederland en daarna een paar decennia lang in de verzelfstandigde Koot-en-Bie-uitzendingen van het Simplisties Verbond, bij Keek op de Week en de daaruit voortvloeiende varianten tot op heden.

Een half leven - als je hun Klisjeemannetjes uit de jaren zestig op de zaterdagse VARA-radio meerekent - waren Van Kooten en De Bie op vaste tijden bij ons. Hun Bescheurkalender hing in het toilet of boven de keukentafel. En niet alleen Ons Soort Mensen bezorgden ze lering en vermaak. Grote aantallen niet-VPRO-kijkers voegden zich na het voetballen op zondagavond bij hen. Zodat de personages van Van Kooten en De Bie, hun nieuwe woorden en uitdrukkingen, hun commentaar op de voze en opgeblazen verschijnselen uit de actualiteit gedurende een reeks van jaren gemeengoed konden worden.

Dat nu is al enige tijd niet meer het geval. Van Kooten en De Bie zijn nog even briljant, nog altijd onovertroffen in het creëren van ogenblikkelijk overtuigende types, niet minder geestig en intelligent dan voorheen en niet minder beducht voor makkelijk succes, en ze hebben nog hetzelfde oog voor de belachelijk- en verdrietigheden van het menselijk samenleven. Maar de impact die ze hadden, zijn ze kwijt. Om een ouderwets begrip te gebruiken: ze hebben hun maatschappelijke relevantie verloren. En dat is volgens mij de belangrijkste reden dat Van Kooten en De Bie twijfelen of en hoe ze als duo verder moeten op de televisie.

Ze zijn natuurlijk - terugkijkend is het makkelijk oordelen - te lang doorgegaan in de vorm die ze tien jaar geleden introduceerden met Keek op de Week. Een parafrase op het traditionele tv-actualiteitenmagazine, dat trouwens als zodanig niet eens meer bestaat op de Nederlandse televisie. Of ze het later nou presenteerden als Krasse Knarren of vanaf een high tech-bed of van onder putdeksels of vanuit een glossy kantoorgebouw, het bleef van hetzelfde laken een pak. Het stramien, de duo-presentatie, de sketches in de buitenwijk of winkelstraat (bijna nooit meer in de grote stad!), en de ingenieuze truc van het live studio-interview met een tegelijkertijd op beeld geprojecteerde afsplitsing van zichzelf.

Ze waren en zijn ware televisiekunstenaars. Ik ken geen andere tv-makers in Nederland die zo uitsluitend en consequent van typische televisievormen en -stijlen gebruik maakten als Van Kooten en De Bie. En eigenlijk ook van een typische televisierealiteit, door de wekelijkse frequentie van hun veelkantig commentaar op de actualiteit.

De absurditeit en het surrealisme van bijvoorbeeld Monty Python's Flying Circus of soms van Jiskefet laten zich makkelijk herhalen en zijn ook na jaren nog genietbaar. Minstens zo klassieke creaties of scènes van Van Kooten en De Bie zijn intrinsiek aan tijd en plaats gebonden en komen, kwamen alleen tot hun volle recht binnen de maatschappelijke context van het moment van uitzending.

Dirk, de Vieze Man en doctor Clavan zijn van alle tijden, in elk geval in Nederland. De vrije jongens Jacobse en Van Es waarschijnlijk ook, en burgemeester Van der Vaart met wethouder Hekking. Maar Gé en Arie Temmes? De onvergetelijke Turkse Nederlander bij zijn Hollandse groenteboer? Het AVRO-gezin Van der Laak? De ex-leraar Duits? De moeder met die zoon die tegen het wilde leven behandeld was? Om maar niet te spreken van het kruidenvrouwtje Berendien ut Wisp en minister Alders en van burgemeester Van Thijn: wie waren dat ook alweer en waar sloeg het op?

Van Kooten en De Bie hebben nooit populair wordende personages willen uitmelken, waar de heren van Jiskefet zich soms toe laten verleiden. Integendeel, zodra een type zich loszong uit de tv-realiteit en daarbuiten een vaste plek dreigde te krijgen in de alledaagse conversatie, killden ze hun darling. Om die slechts heel sporadisch en zijdelings veel later te laten terugkeren, soms. Het noodzakelijk gevolg hiervan was en is dat Van Kooten en De Bie in razend tempo steeds nieuwe personages moeten verzinnen. Met z'n tweeën slechts, en elke week weer opnieuw gedurende de seizoenen dat ze al zoveel jaren achtereen hun programma maken. Het is bovenmenselijk bijna en een wonder. Een wonder is het niet en op zichzelf reden genoeg om even niet meer te weten hoe het na deze winter verder zal gaan. 'We hebben alles wel een keer gehad', zei De Bie tegen de Volkskrant.

Maar, zoals gezegd, de voornaamste reden lijkt me te liggen in de wereld die om hen heen dusdanig veranderd is dat ze zijn gaan twijfelen aan de werking van hun Van Kooten en De Bie-optredens. Ten eerste is de televisie, is een programma op televisie veel minder dwingend de aandacht opeisend dan tot pakweg begin jaren negentig nog het geval was. Televisie-recensent Frits Abrahams van NRC Handelsblad veronderstelde in zijn krant dat het voor Van Kooten en De Bie 'na zoveel jaren tv-amusement van het hoogste niveau bijna ondoenlijk is ons te blijven verrassen'. Wat zou verklaren waarom de respons van het publiek nu veel lauwer is dan vroeger.

Hun tegenwoordige publiek op zondagavond bestaat uit een trouwe aanhang van ruim een half miljoen kijkers. Ik maak me sterk dat dat voor het grootste deel generatiegenoten zijn, Ons Soort Mensen (een categorie waar Van Kooten en De Bie overigens nooit bij wilden horen). Hun kinderen gingen naar de heao, studeerden bedrijfskunde of economie, keken anders tegen de dingen aan dan hun ouders, en op een zeker moment bleek de wereld van aanschijn veranderd.

De generatie die groot werd met Van Kooten en De Bie domineerde van eind jaren zestig tot begin jaren negentig de publieke discussie en de cultuur. Daarin waren de televisieverschijningen van Van Kooten en De Bie vanzelfsprekend en van wezenlijk belang. Die relevantie is verdwenen nu de tijden zijn veranderd.

Of is dit allemaal cultuursociologische prietpraat?

In ieder geval zouden Van Kooten en De Bie met hun publiek versterven als ze op de oude voet doorgaan. Laat ze maar iets geheel nieuws verzinnen. En voor de televisie graag.

Sietse van der Hoek

AFGELOPEN zondag zat ik toch weer om ze te lachen, dus moet het duo zijn absolute dieptepunt één of twee weken eerder zijn gepasseerd. Om half negen zat ik die avond klaar voor de buis; ik wil niet zeggen 'vol verwachting', maar wél in een 'je weet nooit'-stemming. Om acht over half negen keek ik op mijn horloge. Dat weet ik nog zo goed omdat ik op dat moment dacht: 'Verrek, het is pas acht over half negen.' Om vijf voor negen gleed de aftiteling voorbij. 'Je snurkte', zei mijn vriendin.

Ooit was het onbestaanbaar dat iemand tijdens Koot en Bie voor de tv in slaap zou kunnen vallen; zoals ik nu nog niet kan geloven dat ooit het moment zal aanbreken waarop iemand in de tram voor mij opstaat. Toch zat het er al lang aan te komen, ofschoon het moeilijk is concrete symptomen te noemen. Het is als een zin in een geschiedenisboek: 'Gedurende de volgende vier eeuwen raakte de stadstaat Athene verder in verval.' Hoe meet je zoiets in het dagelijks leven? Steeds meer kapotte amforen op straat? Telkens de jobstijding dat er weer een trireem uit Piraeus tegen een ijsberg is gevaren? Misschien haal ik hier historische feiten door elkaar, maar het moet duidelijk zijn wat ik bedoel.

Dat er met de magie van Wim de Bie en Kees van Kooten iets mis was, werd mij pas geleidelijk duidelijk. Bijvoorbeeld doordat tussen mijn vriendin en mij soms in een opwelling de vraag rees of we hun optreden nog wel moesten preferen boven de schitterende natuurdocumentaires over parende brilslangen en vechtende marsupilami's op Duitsland en de BBC. Niettemin bleven we hen trouw, misschien als een poging de laatste band met onze jeugd vast te houden. Bovendien had ik in mijn oren geknoopt dat een beroemde Britse columnist had gezegd mensen mensen te verachten die zeiden: 'Je had vandaag niet helemaal je gewone niveau.'

Ten minste één reden waarom Van Kooten en De Bie terecht overwegen niet langer op de oude voet door te gaan, werd al zo'n jaar of tien geleden zichtbaar. Als 'bewijs'voor mijn helderziendheid kan ik alleen aanvoeren het verschijnsel, het George Brown-effect, te hebben vernoemd naar iemand die in Nederland allang is vergeten. Onder dit fenomeen versta ik een hinderlijke afwijking die voortdurend dreigt het talent te overwoekeren. George Brown was een briljante minister van Buitenlandse Zaken onder de Britse premier Harold Wilson in de jaren zestig. Op cruciale momenten gaf Brown echter toe aan de behoefte (vrouwen van) ambtgenoten in het achterwerk te knijpen, twistgesprekken met bevriende staatshoofden te beginnen en tijdens banketten te dansen op het damast. Het werd zijn politieke ondergang.

Door genadeloze zelfkritiek en tucht is het Brown-effect onder controle te krijgen. Dankzij een ijzeren discipline slaagde de toch in terreur bedreven IRA erin haar enige handicap, die de Britten in de kaart speelde, te neutraliseren. Dat was the Paddy-factor, een combinatie van als typisch Iers beschouwde eigenschappen zoals veel praten in pubs, veel drinken en op ongelegen ogenblikken uitbarsten in gezang.

In Nederland is de bekende journalist H.J.A. Hofland een voorbeeld van een begaafd iemand die een pact heeft weten te sluiten met de demon op zijn schouder. Hofland schrijft briljant over het gewone leven, maar kennelijk voelt hij een onbedwingbare neiging buitenlandse politiek te becommentariëren. Gelukkig bezwijkt hij maar af en toe. Niet dat hij abjecte of domme opinies heeft, integendeel, maar het is gewoon niet bijzonder. We hebben allemaal wel een mening over de vraag of Rusland de Koerilen-archipel beter aan Japan kan teruggeven of niet. Maar alleen Hofland kan op zijn eigen onnavolgbare manier beschrijven hoe hij - ik verzin maar wat - onder het grote bombardement op westelijk Rotterdam in 1943 in een schuilkelder bij kaarslicht leerde eenendertigen.

In tegenstelling tot Hofland is het probleem van Koot en Bie niet eens zozeer hun afnemende weerstand tegen de drang serieus politiek stelling te nemen. Een politieke instelling is uiteindelijk een kwestie van moraal, en in wezen is satire per definitie moraliserend. Alleen is de centrale boodschap, als het goed is, altijd dezelfde: doe maar gewoon, houd je gemak. Satire werkt alleen op voorwaarde dat alles en iedereen zonder aanzien des persoons op de hak wordt genomen. Het probleem is echter dat Koot en Bie complexere boodschappen willen versturen. Tot overmaat van ramp is de inhoud van die boodschappen dodelijk saai, want politiek correct tot op het bot.

Hoe correct? Ergens tussen GroenLinks nu en een PvdA-congres in de jaren zeventig in. Ondernemers zijn kapitalisten die hun personeel vernederen. Het milieu wordt bedreigd. Het asielbeleid is Wim de Bie een woede-aanval waard.

Nog beter is deze these te illustreren aan de hand van een typetje dat Kees van Kooten creëerde, dat van 'de allochtoon'. Van Kootens vondst is dat zijn buitenlander sterk lijkt op Van Kooten. Zijn haar is een tint donkerder. Hij is zorgvuldig, zij het een pietsje stijfjes gekleed. Hij spreekt een uitstekend, een enkele keer heel licht haperend Nederlands: een verkeerd of afwezig lidwoord, een verhaspelde meervoudsvorm, een verplaatst accent. Toch gaat de domme Hollander in de persoon van Wim de Bie heel kreupel tegen de voortreffelijk geïntegreerde allochtoon praten ('Jij lachen naar vogeltje, Mehmet. Isse leuk. Voor later'), omdat hij denkt anders niet te worden begrepen. Het is vormingstoneel dat het in de pauze van zo'n ouderwets PvdA-congres heel goed zou doen: humoristisch en toch met het hart op de goede plaats.

Ik beweer niet dat alles wat Koot en Bie de laatste tijd hebben gedaan, is te vergelijken met vormingstoneel. Ook Athene in verval won nog wel eens een oorlogje. Wél heb ik de indruk dat hun onbeteugelde Brown-effect als een gestaag groeiende klimop de creativiteit uit hen wegzuigt. Dan moet de bijl maar aan de wortel.

Gerard Mulder

Meer over