'Ons huis voelt niet meer als fort'

Maandagochtend vroeg: het is net licht geworden, en verbijsterde Moskovieten staren naar een berg puin van een dikke vier meter hoog....

Moeders klampen huilende kinderen vast, anderen staan stokstijf in de modder. Allen kijken naar de afzichtelijke hoop puin en verwrongen staal. Uit de brokstukken stijgt een verstikkende rook van brandend plastic. De dampen hebben veel slachtoffers doen stikken voordat zij konden worden gered.

'Ik ben bang voor mijn kind. Ze is vanochtend naar school gegaan, maar ik weet niet of ze nog wel terugkomt', zegt Nadezdha Narkova. Ze kan haar tranen nauwelijks bedwingen. 'We zijn een vreedzaam volk. Ze hebben de oorlog tot onze voordeur gebracht. Ik heb mijn hele leven in Moskou gewoond, maar ik durf niet meer. Ik wou dat we ergens anders naartoe konden.'

Direct nadat hij op de radio het nieuws van de ontploffing had gehoord, reisde Pjotr Kornejets van zijn dorp naar Moskou. Hij hoopte zijn zoon, schoondochter en zestien maanden oude kleinzoon Kostja levend aan te treffen. 'Maar ze zeiden dat er geen overlevenden waren.'

De 34-jarige Galina Ustinova heeft net glassplinters uit haar oog laten verwijderen. 'Ik heb nog nooit zoiets gehoord. En na de ontploffing klonk het lawaai van brekend glas. Het was angstaanjagend.' De verpleegkundige Olga Pankova vertelt dat twee vriendjes van haar zoontje zijn omgekomen. 'We moeten de komende nacht in hetzelfde huis slapen, Dat is doodeng. Dit kan ons allemaal overkomen. In Rusland zeggen we ''Ons huis is ons fort'', maar zo voelt het niet langer.'

De bewoners van de omringende flats kijken door hun glasloze ramen hoe reddingswerkers het ene lijk na het andere afvoeren. De lichamen worden neergelegd op een plein achter de plek waar het flatgebouw stond. Hulpverleners trachten wanhopige mensen tegen te houden die plastic zeilen optillen om te kijken of er een familielid of vriend onder ligt.

'Laat me alsjeblieft kijken... moeder?', stamelt een jonge vrouw terwijl ze naar een ambulance wordt geleid. Met betraande gezichten wordt geluisterd naar een jonge agent die sommige lijken tracht te beschrijven. 'Kent iemand hen?' vraagt hij telkens.

'Ik durf 's nachts niet meer te gaan slapen. De 26-jarige Moskouse taxichauffeur Sasha verwoordt de angst van menige Moskoviet. De mensen zijn bang voor nog meer bomaanslagen.

En iedereen, van hoog tot laag, zoekt de schuldigen onder de Tsjetsjenen. Alleen oud-premier Jevgeni Primakov heeft gewaarschuwd voor anti-Tsjetsjeense sentimenten. Maar minister Vladimir Roeshailo van Binnenlandse Zaken zei maandagavond voor de televisie al dat de aanslag het werk is van Tsjetsjenen.

Ook de Moskouse burgemeester Joeri Loezjkov wijst de beschuldigende vinger naar de Tsjetsjenen. De vrees bestaat dat de door hem aangekondigde 'harde en radicale' maatregelen vooral de minderheden zullen treffen. Zij hebben vaak geen verblijfsvergunning voor de stad.

De krant Novaya Gazeta weet het zeker. In haar maandagse editie meldt ze dat een door Tsjetsjenen geleide bende van etnische Slaven achter de bomaanslagen zit, maar vermeldt geen bronnen voor het verhaal. De aanslagen zijn een vergelding voor de oorlog in Dagestan, waar Russische troepen slag leveren met islamitische rebellen.

Volgens de betrokken journalist maken de rebellenleiders Shamil Basajev en de Jordaniër Khattab - van wie geen andere naam bekend is - bewust gebruik van etnische Slaven. Deze vallen niet op in Moskou, anders dan de vaak wat donker gekleurde Tsjetsjenen. Deze zijn vaak het slachtoffer van intimiderend politieoptreden.

Meer over