Onrust op de kwakkelpool

Het ijs op de Noordpool smelt verontrustend snel weg. Een natuurlijk verschijnsel of het broeikaseffect? 'Over tien jaar weten we het zeker....

Door Jeroen Trommelen

Voor de milieubeweging zijn smeltende poolkappen al bijna tien jaar symbool van het broeikaseffect. Maar aan dat beeld wordt regelmatig gemorreld. De werkelijkheid van klimaatverandering op de ijskappen is vaak ingewikkelder dan het reclamespotje van Greenpeace over een eenzaam ijsbeertje op een smeltende ijsschots suggereert.

Zo bleek op de Noordpool vooral het zeeijs te smelten en niet het kilometers dikke landijs op Groenland. Omdat zeeijs al drijft heeft dit nauwelijks effect op de zeespiegelstijging. Alarmerende scenario's over Amersfoort aan zee konden daardoor voorlopig worden afgeblazen.

Bovendien leek de trend van opwarming op de Noordpool zich medio jaren negentig niet voort te zetten. In grote delen van het Arctisch gebied, waaronder Groenland, werd het weer wat kouder. Bovendien bleek uit historische temperatuurgegevens dat de Noordpool óók in de jaren dertig van de vorige eeuw tijdelijk warmer was. Zelfs scheepsjournalen uit de 17de eeuw suggereerden een vergelijkbare opwarming, waardoor het ijs zich destijds even ver terugtrok als nu. De ijsberen hebben dat allemaal prima overleefd.

Dus hoezo broeikaseffect? Wie argwanend wil zijn, ziet alleen een grillig patroon van de natuur. Maar die scepsis valt steeds moeilijker vol te houden. Met een artikel in Nature bewees begin deze maand de Britse onderzoeker Seymour Laxon van het Centre for Polar Observation and Modelling in Londen dat het zeeijs op de Noordpool de afgelopen veertig jaar gemiddeld 40 procent dunner is geworden.

En vrijwel tegelijk publiceerde het Goddard Space Flight Center van NASA nieuwe infrarood satellietopnamen van de Noordpool waarmee de totale hoeveelheid zeeijs vanaf 1979 tot nu nauwkeurig wordt gemeten. Het koude 'dipje' in de jaren negentig blijkt in deze meetreeks slechts tijdelijk en lokaal te zijn.

Over de hele Noordpool zet de opwarming door en in 2002 bereikte ze een absoluut record. En dat niet alleen in de twintig jaar die de satellietopnamen bestrijken, maar vermoedelijk ook in de voorbije periode van vijftig jaar waarover enigszins vergelijkbare temperatuurgegevens bestaan. Het beeld voor 2003 bevestigt deze trend. Het was afgelopen zomer op de Noordpool weer vrijwel even warm als in het recordjaar 2002.

Elk jaar smelt het poolijs gedeeltelijk in de zomer en vriest het ' s winters weer aan. Maar in de afgelopen twintig jaar nam de smeltperiode toe met tien tot zeventien dagen per tien jaar. De hoeveelheid zeeijs nam per decennium af met 9 á 10 procent, zo blijkt uit de wetenschappelijke publicatie van NASA-onderzoeker dr. Joey Comiso die deze week verschijnt in het Journal of Climate van de American Meteorological Society.

In de studie laat Comiso zien dat het beeld binnen de poolregio verschilt. Groenland werd gemiddeld 0,09 graden per tien jaar kouder, maar dat komt vermoedelijk omdat de landmassa van Groenland hoger ligt dan het omringende zeeijs. In de Groenlandse kustregio op zeeniveau wordt wel een opwarming gemeten. Het zeeijsgebied in Noord-Amerika werd per tien jaar 1,06 graad warmer en het noordelijk deel van Eurazië 0,5 graad. Gemiddeld voor de Noordpool komt dat neer op eenderde graad per tien jaar erbij.

Zo'n snelle stijging en zo'n snelle afname van zeeijs hebben grote effecten op het verdere verloop van het klimaat op de Noordpool, zegt Comiso desgevraagd. Naarmate de hoeveelheid ijs op de Noordpool afneemt, wordt er minder zonlicht van de aarde teruggestraald en wordt dus méér warmte geabsorbeerd. Dat heeft een steeds snellere opwarming tot gevolg. 'En dat zal weer een diepgaand effect hebben op de natuurlijke omgeving.'

Maar wat zeggen klimaatveranderingen over een relatieve korte periode van twintig, veertig of vijftig jaar? In dit geval veel, vindt de NASA-onderzoeker. Wanneer hij de trend van de afgelopen twintig jaar vergelijkt met die van de afgelopen honderd jaar, is de opwarming acht keer groter dan gemiddeld. Een vergelijking met vroegere perioden van opwarming in de 17de eeuw acht hij niet relevant. 'Ik zou echt niet weten hoe accuraat die rapporten zijn.'

Dat bezwaar noemt ook collega-onderzoeker Mark Serreze van de universiteit van Colorado, een andere veteraan op het gebied van poolklimaat. De eeuwenoude meetgegevens van scheepvaarders zijn niet alleen onnauwkeurig maar ook sterk regionaal bepaald, emailt hij vanuit de Verenigde Staten. 'Ze vertellen weinig over de ijsbedekking op het hele poolgebied, dus is het onverstandig om veel uit die informatie te willen lezen.'

Maar grote natuurlijke klimaatschommelingen zijn mogelijk en vermoedelijk, denkt Serreze, is de huidige opwarming deels het gevolg van zulke natuurlijke variaties en deels van het door mensen opgewekte broeikaseffect. 'Belangrijk is dat de recente afname van zeeijs in overeenstemming is met de voorspellingen daarover in het klimaatmodel in reactie op het broeikaseffect.'

De historische gegevens over ijs op de Noordpool worden verzameld door het de Arctic Climate System Study (Acsys) van het Polar Environmental Centre in Tromsø, Noorwegen. De grootste handicap van die gegevens zit inderdaad in de nauwkeurigheid, bevestigt Acsys-directeur Chad Dick. 'Het probleem is dat we onvoldoende historische gegevens hebben. In Rusland moeten nog veel beschrijvingen liggen van oude zeereizen, maar die moeten we nog achterhalen. Maar zelfs dán zal het archief een beperkt aantal plaatsen omvatten. Zoveel scheepvaartbestemmingen in het poolgebied waren er toen niet.'

De reeks omvat nu ruim zesduizend scheepvaartgegevens over poolijs tussen 1550 en 2000. Tot aan de 18de eeuw gaat het overigens om niet meer dan 23 tot 90 reizen per jaar. En dit, zegt Chad, in een periode waarin de kapiteins wel op betrouwbare wijze hun breedtegraad konden vaststellen maar niet hun lengtegraad, waardoor de exacte locatie van het zeeijs onzeker is. Niettemin: 'Tussen 1720 en 1780 lijkt er een periode te zijn geweest waarin het ijs tussen ruwweg Groenland en Nova Zembla zich heeft teruggetrokken tot een niveau dat vergelijkbaar is met het niveau van enkele jaren geleden.'

De extreme smeltjaren 2002 en 2003 vallen echter buiten dit beeld. En volgens de NASA-satellietbeelden valt het juist met de opwarming in de regio Groenland en Nova Zembla relatief mee. Ook Dick vindt de trend op lange termijn daarom belangrijker dan een mogelijk vergelijkbaar regionaal beeld uit de 17e eeuw.

'Wanneer we alle gegevens tussen 1850 en 1900 vergelijken met die tussen 1950 en 2000, zien we de ijskap in onze regio terugtrekken met tweehonderd tot vierhonderd kilometer. Dat is onrustbarend. Over tien jaar weten we zeker of dit beeld afwijkt van alles wat we in het verleden hebben gezien. Maar dan is het te laat.'

Want ernstige gevolgen op het natuurlijk leefmilieu zijn inderdaad te verwachten, en doen zich volgens sommige onderzoekers nu al voor. Dat betreft vooral de ijsberen, die niet voor niets tot broeikassymbool zijn uitgeroepen. Een van de belangrijkste onderzoekers op dat terrein is Adrew Derocher, hoogleraar aan het Department of Biological Sciences van de universiteit van Alberta in Canada.

Het spreekt vanzelf, zegt Derocher, dat ijsberen zullen lijden onder een sterke afname van het zeeijs. De dieren zijn volledig afhankelijk van de jacht op hun twee belangrijkste prooidieren, de stinkrob en de baardrob, waarvoor ze ' s winters het ijs op moeten. Met het ijs verdwijnt hun leefgebied en hun prooi.

Maar kunnen de dieren zich niet aanpassen? De Canadees denkt van niet: 'Verder noordwaarts trekken, waar het ijs misschien blijft liggen, is geen optie omdat hun prooidieren gebonden zijn aan de biologisch veel rijkere zee in de nabijheid van het kustgebied. En ijsberen zijn wel gewend aan langdurig vasten, maar wanneer die periode te lang duurt verslechtert hun conditie. En dat zal leiden tot lagere reproductie en een geringere populatie.'

In de Hudson Baai in Noord-Canada ziet Derocher de eerste signalen die hierop wijzen, hoewel het volgens hem nog te vroeg is voor het ultieme bewijs dat ijsberen lijden onder het broeikaseffect. 'Het arctisch weersysteem heeft altijd zijn slechte en goede jaren gekend. Maar zodra het klimaat deze dynamiek gaat verstoren, is er alle reden om aan te nemen dat het aantal ijsberen zal afnemen.'

Meer over