Onneembare barrières van onbegrip

Wie heeft ooit gehoord van de Engelse schrijver Jocelyn Brooke? De Encyclopaedia Britannica wel. Die besteedt een hele zin aan de in 1966 overleden auteur....

HANS BOUMAN

Dat dit niet terecht is blijkt uit de recente publikatie van Het teken van een getrokken zwaard, de vertaling van een uit 1950 stammende roman, die beurtelings aan Hermans en aan Kafka doet denken, maar toch een eigen ('distinctly unusual') karakter heeft. Het boek is, als bijna al het werk van Brooke, sterk autobiografisch geïnspireerd, blijkt uit het nawoord van Hans W. Bakx.

Hoofdpersoon is de bankbediende Reynard Langrish, die ergens in een dorpje in Kent samenwoont met zijn stokdove moeder. Het is de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog. Langrish heeft in de oorlog bij de landmacht gediend, maar is wegens reuma naar huis gestuurd. Hij leidt een saai bestaan en heeft het gevoel geen greep op de werkelijkheid te hebben. 'Het was alsof hij onder een glazen stolp leefde, waardoor hij al de gewone kenmerken van de wereld kon waarnemen, maar die hem ieder direct contact belette.'

Op een avond, onder omstandigheden die sterk doen denken aan de eerste ontmoeting tussen Dorbeck en Osewoudt in De donkere kamer van Damokles (duisternis, noodweer), komt hij in contact met ene Roy Archer. Archer is met zijn auto verdwaald en belt aan om de weg te vragen. Net als Osewoudt is Langrish onmiddellijk onder de indruk van de bezoeker. Archer weet meer van hem dan hij wil toegeven, zoals blijkt uit quasi-toevallige versprekingen, die vermoedelijk meer zeggen over de toehoorder. Het teken van een getrokken zwaard is namelijk, net als De donkere kamer van Damokles, geschreven in wat Hermans de 'verhulde ik-vorm' noemde. Het verhaal wordt in de derde persoon verteld, echter bezien vanuit het (onbetrouwbare) standpunt van Langrish.

Nadat tussen beide mannen een zekere vertrouwelijkheid is ontstaan, probeert Archer, die legerkapitein blijkt, Langrish over te halen opnieuw dienst te nemen. Hij zinspeelt op een 'noodtoestand' die zou nopen tot het vormen van een nieuw regiment. Langrish heeft grote aarzelingen, maar laat zich overhalen om elke avond na zijn werk twee uur te trainen onder leiding van Archer. Er lijkt sprake van een nooit uitgespoken homo-erotische relatie en Langrish wordt voor het eerst sinds lange tijd 'herinnerd aan het bestaan van zijn lichaam'.

Langzaam maar zeker nadert de datum waarop hij moet beslissen of hij dienst zal nemen, maar hij wordt verscheurd door twijfel. Het ruwe, oncomfortabele soldatenbestaan trekt hem niet, maar hij heeft sterke loyaliteitsgevoelens jegens Archer. Op een fataal moment wordt hij ziek, kan een tijdje niet naar zijn werk en mist dus zijn dagelijkse contact met Archer.

Dan breekt de hel pas goed los. De herstelde Langrish probeert in contact te komen met zijn mentor, maar slaagt daar niet in. Niemand heeft van kapitein Archer gehoord, wel is er een majoor met die naam. Wanneer Langrish hem aan de telefoon krijgt en zijn stem meent te herkennen, weet Archer van niets. Als hij tegenover zijn moeder over Archer's bezoek begint, weet zij niet over wie hij het heeft. 'Maar je moet het nog weten. Het is nog maar een week of zes geleden; hij is hier binnen geweest op die avond dat het zo stormde, de avond dat er een pan van het dak waaide, weet je nog?' Langrish is als de wanhopige Osewoudt die probeert te bewijzen dat Dorbeck echt bestaat.

Als hij zich in de buurt van het legerkamp waagt, belandt hij in een militaire versie van Joseph K.'s ambtenarenlabyrint. Hij wordt gedwongen dienst te nemen bij wat een bizarre en naargeestige karikatuur van het Britse leger lijkt, inclusief zware lijfstraffen voor een relatief gering vergrijp. Maar het meest wordt hij gekweld door de vraag waarom hij in dienst zit. Wat doet hij in het kamp? Een collega-militair antwoordt schamper: 'Dat zouden we allemaal wel willen weten, maatje. Zoals de dingen er tegenwoordig voorstaan, hoe kunnen een gewone vent als jij en ik daar verdomme nog kop of staart aan vinden?'

Langrish vraagt een gesprek aan met de commandant, maar komt ook dan niet verder. 'In alle gevallen stuitte je op dezelfde onneembare barrières van onbegrip en valse veronderstellingen. Elk woord dat je zei werd anders geïnterpreteerd dan je bedoelde, alsof er gesproken werd in een of andere code waarvan je de sleutel niet had.'

Stap voor stap vallen alle zekerheden uit Langrish' bestaan weg. Hij leeft machteloos in een werkelijkheid die hij niet begrijpt, met mensen met wie hij niet kan communiceren, en in ultieme eenzaamheid. Zijn lot is dat van Osewoudt en Joseph K., met als verschil dat hij aan het slot een eigen beslissing probeert te nemen. Het uitvloeisel daarvan ligt in de strekking van het boek besloten, zoals dat ook bij Hermans en Kafka het geval is.

Het teken van een getrokken zwaard is een treurzang over de existentiële eenzaamheid van de mens, maar ook een sterk persoonlijke interpretatie van het tijdperk vlak na de Tweede Wereldoorlog, die grimmige periode van voortdurende distributie en gebrek, en met de eerste opmaten tot de Koude Oorlog. Een Happy Days Are Here Again, maar dan achterstevoren gedraaid.

Jocelyn Brooke: Het teken van een getrokken zwaard. Uit het Engels vertaald door Martha Heesen en van een nawoord voorzien door Hans W. Bakx. Coppens & Frenks, ¿ 47,90.

Meer over