Onnatuurlijke oplossing

Het Oostvaarderswold komt er waarschijnlijk toch. Dankzij Flevoland en ondanks staatssecretaris Bleker.

Ik ben geen natuurbarbaar, zei staatssecretaris Bleker vrijdag in reactie op de kritiek van natuurorganisaties. Als iemand zoiets meent te moeten zeggen, is er kennelijk reden tot twijfel aan zijn warme gevoelens voor de natuur. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving brengt Blekers beleid de natuur ernstige schade toe.

De staatssecretaris wil het netwerk van natuurgebieden, de ecologische hoofdstructuur, kleiner maken dan gepland. Daardoor zullen planten en dieren sneller in Nederland uitsterven, denkt het Planbureau. De Nederlandse natuur is versnipperd. Kleine leefgebieden worden begrensd door snelwegen, industrieterreinen en woningbouw. De ecologische hoofdstructuur verbindt die gebieden met elkaar, waardoor flora en fauna meer ruimte krijgen.

Tot voor kort stimuleerde de rijksoverheid de versterking van deze verbindingszones. De provincie Flevoland kreeg zelfs opdracht om het Oostvaarderswold versneld aan te leggen. Bleker haalde hier een streep door. Als vertegenwoordiger van de agrarische lobby in het CDA wil hij zo min mogelijk landbouwgrond aan de natuur opofferen. Ook vindt hij natuurbeheer te duur.

Het is verheugend dat Flevoland het Oostvaarderswold, een cruciale schakel tussen de Oostvaardersplassen, de Veluwe en het Duitse Reichswald, toch lijkt te kunnen aanleggen, met behulp van natuurorganisaties. Dat gebeurt niet dankzij, maar ondanks het beleid van Bleker. De staatssecretaris wil het natuurbeheer overdragen aan de provincies, met een flinke bezuiniging op het budget, zoals bij dergelijke operaties gebruikelijk is. In het geval van het Oostvaarderswold lijkt dat goed uit te pakken. Maar Nederland is een klein land met weinig natuur. Dat vraagt om nationale bescherming, niet om decentralisatie en het schrappen van tweederde van het budget, in de hoop dat private partijen de ergste schade zullen beperken.

undefined

Meer over