Onmacht van een tribunaal

Antonio Cassese, voorzitter van het Joegoslavië Tribunaal, zal volgende week op de toetsingsconferentie van Dayton aandringen op herinvoering van sancties tegen Klein-Joegoslavië en het Servische deel van Bosnië....

De voorzitter van het Joegoslavië Tribunaal, de Italiaanse rechter Cassese, heeft het offensief geopend om het gerechtshof van de wisse ondergang te redden.

Hij reisde een aantal Europese hoofdsteden af, voerde gesprekken in Zagreb, Belgrado en Sarajevo en sprak in steeds scherpere bewoordingen de internationale gemeenschap toe. In plaats van stille diplomatie te bedrijven, vroeg Cassese openlijk om hernieuwing van de sancties tegen Servië en de Servische republiek in Bosnië.

Op het eerste gezicht is er geen reden tot wanhoop. Na een moeizame start in 1993 - gebrek aan geld, nauwelijks mogelijkheden tot onderzoek, geen enkele verdachte achter de tralies - is het tribunaal dit jaar echt aan de slag gegaan.

Strubbelingen over de financiering zijn er nog wel, maar de VN kennen het Tribunaal elke keer net voldoende overbruggingsgeld toe om te kunnen functioneren. Na de vredesakkoorden van Dayton kon het onderzoek naar getuigen en bewijzen van oorlogsmisdaden ter plekke worden aangepakt.

En het belangrijkste: al dan niet bij toeval vielen er verdachten in handen van het tribunaal. Vijf van hen zitten in de Scheveningse gevangenis, twee worden vastgehouden in Sarajevo. Er zijn twee processen aan de gang, tegen de Bosnische Serviër Tadic en tegen de Bosnische Kroaat Erdemovic.

Toch is er aanleiding te twijfelen aan het voortbestaan van het tribunaal en daarmee aan de poging om wat met een dure term 'een nieuwe internationale rechtsorde' heet, te scheppen. Bij de oprichting van het strafhof liet VN-secretaris-generaal Boutros Ghali er geen misverstand over bestaan dat het tribunaal niet alleen de uitvoerders van, maar ook en vooral de verantwoordelijken voor oorlogsmisdaden zou moeten berechten.

Een paar weken geleden kwam het tribunaal tot de conclusie dat de hoofdverdachten, de Bosnisch-Servische leiders Karadzic en Mladic, de dans dreigden te ontspringen. Het besloot om voor de top in Florence, waar de voortgang van de Dayton-akkoorden aan de orde komt, alarm te slaan. Als volgende week blijkt - en niets wijst op het tegendeel - dat de NAVO-landen de verkiezingen in Bosnië laten doorgaan, terwijl ze Karadzic en Mladic ongemoeid laten, dan is alarmfase twee bereikt.

Het tribunaal rest dan nog een middel. Een openbare hoorzitting over de daden van de twee mannen, eind van de maand. Het internationale arrestatiebevel dat de VN vervolgens tegen de twee zullen doen uitgaan, legt bovendien de verantwoordelijkheid voor de aanhoudingen bij met name de NAVO.

Als de westerse mogendheden zich er allemaal niets van aantrekken, dan nadert voor het tribunaal het uur der waarheid.

Zonder de aanhouding van Karadzic en Mladic en zonder zicht daarop, zal het tribunaal nog wel een tijdje doorgaan met zijn werk. De geloofwaardigheid van het instituut zal echter ondermijnd zijn.

Er zal dan in 1997 niet meer geld loskomen, noch een tweede rechtszaal worden gebouwd. Vrijwel uitgesloten is, dat er meer verdachten naar Den Haag zullen worden gestuurd. Waarom zouden Kroatië, Servië of Bosnië hun oorlogsmisdadigers uitleveren aan een internationale gemeenschap die zelf bewezen heeft de hele kwestie niet serieus te nemen?

Formeel zal een besluit om het tribunaal op te heffen uitblijven, want dit zou voor het Westen een te groot gezichtsverlies zijn. Langzaam zal het instituut afsterven en vervolgens een slapend bestaan leiden. Tenzij, natuurlijk. Tenzij, de NAVO, de VS voorop, onder druk van de publieke opinie genoodzaakt wordt haar koers te verleggen. Tenzij het vredesproces in Bosnië snel weer uit de rails loopt en radicaal ingrijpen van buitenaf veroorzaakt.

Maar het is inmiddels wel duidelijk hoe weinig trek de Amerikanen en Europeanen hebben om hun militairen risico's te laten lopen voor doelen, waarvan het nationaal belang niet wordt gevoeld. Met die mentaliteit zijn een Joegoslavië en een Ruanda Tribunaal gedoemd te mislukken.

Je hoort wel de mening verkondigen dat juist het falen van incidentele tribunalen de noodzaak onderstreept van een permanent VN-hof dat oorlogsmisdaden en genocide berecht. Al jaren wordt er over gepraat. Diplomaten zeggen dicht in de buurt van een concept-statuut te zijn.

Maar wie nuchter, zo men wil cynisch, redeneert gelooft eerder dat een permanent hof zal worden opgericht als schaamlap voor onwil, onmacht en onverschilligheid. Tenzij, natuurlijk. Tenzij.

Hella Rottenberg

Meer over