Onkwetsbaar achter de lens

Ed Lachman is cameraman van I’m Not There, waarin zes acteurs Bob Dylan gestalte geven. ‘Als je goed kijkt, zie je in de film allerlei invloeden uit de reclame en de kunst uit die tijd.’..

Het zit cameraman Ed Lachman (1948) duidelijk dwars. ‘Waarom vraag je me niet naar Heath Ledger?’

Het is eind januari. En de 27-jarige Australische acteur Ledger is net een paar dagen eerder dood aangetroffen in zijn appartement in Manhattan. Later zal als doodsoorzaak een te veel aan pijnstillers, angstremmers en slaappillen worden vastgesteld. Lachman filmde Ledger in I’m Not There, waarin de acteur één van de zes Bob Dylan-verschijningen gestalte geeft.

En nu poogt iedereen met wie Lachman over de film praat, ongemakkelijke vragen over het onderwerp Ledger te vermijden.

Dat zint cameraman Lachman niet: ‘Ik wil juist héél erg graag over Heath praten.’

Na zijn lofzang op Ledger, de acteur en mens, constateert Lachman dat er met diens vroege dood ook wat films verloren zijn gegaan. ‘Heath was bezig met zijn eerste speelfilm als regisseur. En die zou ik gaan fotograferen.’

Edward Lachman, New Yorker, is een opvallende verschijning, met cowboyhoed, sjaaltje en loopstok. Hij geldt als een van de meest veelzijdige directors of photograhpy. Hij heeft grote Hollywood-producties achter zijn naam staan, zoals Erin Brockovich, maar hij verrichtte ook documentaire-werk voor de Duitse filmer Werner Herzog. En hij co-regisseerde en filmde Ken Park, over tieners, seks en geweld – de favoriete onderwerpmix van Lachmans kompaan, de tweede regiehelft Larry Clark (de regisseur van Kids).

Maar Lachman wordt vooral geroemd vanwege zijn camerawerk voor de net wat lager gebudgetteerde speelfilm, zoals The Virgin Suicides van regisseur Sofia Coppola of Far from Heaven van Todd Haynes. Die laatste film leverde Lachman meerdere cameraprijzen op, en een Oscar-nominatie.

En met I’m Not There , wederom met Haynes, levert Lachman zijn meesterproef af. In de film wandelen verschillende Dylan-achtige types rond, soms geënt op hoe de zanger er in de jaren zestig en zeventig uitzag, soms op hoe hij zich in die tijd gedroeg.

Maar I’m Not There is volgens cameraman Lachman niet enkel bedoeld als Dylan-studie, maar ook als culturele inventarisatie van de jaren zestig en zeventig. ‘Als je goed kijkt zie je in de film allerlei invloeden uit de reclame en de kunst uit die tijd.’

Lachman filmde de verschillende Dylan-personages elk in een andere, unieke stijl. Soms in zwart-wit, soms in kleur. Soms haarscherp, soms grofkorrelig. Zo zijn de scènes met de wat oudere Dylan (Richard Gere) te zien als hommage aan de jaren zeventig-western, met onder meer Pat Garret & Billy the Kid als inspiratiebron (waarin de echte Dylan destijds een rol speelde).

In de gestileerde scènes van de jaren zestig-Dylan (vertolkt door Cate Blanchett), waarin de zanger Engeland bezoekt en zich door persconferenties worstelt, is vrij gemakkelijk de hand van Federico Fellini te herkennen, maar soms ook de beweeglijke nouvelle vague van Jean Luc Godard.

Fellini’s meesterwerk 8½ uit 1963 noemt Lachman als voornaamste referentie voor het ‘Europese’ deel van I’m Not There. ‘Niet alleen vanwege de beeldtaal, maar ook wat betreft het scenario. In 8½ wordt een regisseur, een artiest, opgejaagd door de pers en zijn agent, en iedereen vraagt zich af wat zijn volgende film zal zijn. Die situatie, met alle opgelegde druk, kun je ook zo betrekken op Dylan, en zijn leven in diezelfde jaren.’

Om de beeldkwaliteit van de klassieke films uit de jaren zestig te kunnen benaderen, wilde Lachman per se in authentiek zwart-wit filmen, wat nog lastig was. ‘Het is al bijna een verloren kunstvorm. Geen lab werkt er nog mee. Als je nu zwart-wit ziet, is dat eerst in kleur gefilmd, en dan geprint in zwart-wit. Maar op échte zwart-wit filmrollen, zien de korrelstructuur en het licht er heel anders uit.’

Bob Dylan gaf vooraf toestemming voor de film, nadat hij een A-viertje met de opzet had gezien. Maar of het eindproduct hem ook is bevallen, weet Lachman niet. ‘We hebben een tape van de film aan zijn management gegeven. Maar daar hebben we verder niks op gehoord.’

Van Lachman komt begin april nog een film uit in de Nederlandse bioscopen, Import/Export van de Oostenrijkse regisseur Ulrich Seidl. In die film wordt, onder meer, een zeer expliciet beeld geschetst van de Oost-Europese seksindustrie, waarbij Seidl zijn (amateur) acteurs in extreme mate laat participeren. Seidl, die Lachman op het International Documentary Festival Amsterdam voor zijn film strikte, waarschuwde meteen dat de cameraman niet aan een hoog salaris moest denken en dat de opname heel zwaar zou worden.

Dat vond Lachman geen punt. Samen bezochten Seidl en zijn cameraman in Oekraïne de goorste en gevaarlijkste achterbuurten, waar ze soms met minimale middelen filmden. Bang was Lachman niet. In de jaren zeventig deed hij wel gekkere dingen. ‘Toen filmde ik een vulkaan die op uitbarsten stond.’ Terwijl omwonenden uit hun huis vluchtten en een deel van de filmcrew niet langer mee wilde werken, filmde Lachman gewoon door, voor Werner Herzogs documentaire La Soufrière.

‘Achter de cameralens voel ik me onkwetsbaar. Ik ben hooguit bang dat ik het niet goed vastleg.’

Meer over