Ongerept land vol mythes

Dr. Watson had het er moeilijk, maar wie houdt van woest en ledig kan in Dartmoor dagenlang ronddwalen.

HANS BOUMAN

Dr. Watson vond het 'de meest godverlaten uithoek van de wereld', Dartmoor, het woeste natuurgebied in het graafschap Devon in Zuidwest-Engeland. In een brief aan zijn vriend Sherlock Holmes schreef hij: 'Hoe langer je hier bent, hoe meer de geest van het heidelandschap neerslaat in je ziel; zijn uitgestrektheid, maar ook zijn meedogenloze charme. Als je je in het hart van deze streek begeeft, laat je alle sporen van het moderne Engeland achter je.'

Watson was in Dartmoor, vooruit gestuurd door Holmes, om te helpen een kwestie op te lossen waarin een legendarische zwarte hond een hoofdrol speelde. The Hound of the Baskervilles (1902) is het beroemdste van alle Sherlock Holmes-avonturen. Het werd meer dan twintig maal verfilmd.

De geheimzinnige, bijna bovennatuurlijke hond in het verhaal belichaamt de ongenaakbaarheid van de streek, waar de mens zich nooit echt veilig kan wanen. Dartmoor heeft door de eeuwen heen een barse reputatie gehad. Sinds tweehonderd jaar huisvest het de beruchtste gevangenis van Engeland, al ongeveer even lang benut het Britse leger de verlatenheid van de streek om er met scherp te schieten en over het klimaat zegt een volkswijsheid dat het er negen maanden per jaar winter is en drie maanden slecht weer.

Stemmige constateringen, maar ze beschrijven een halve waarheid; of minder. Want Dartmoor is ook een Nationaal Park dat jaarlijks ongeveer tien miljoen bezoekers ontvangt, variërend van geoefende wandelaars die met kompas en bivakzak dagenlange trektochten door de meest afgelegen gedeelten maken, tot bejaarden op een ontspannen bustrip met Devonshire Cream Tea toe.

Waarschijnlijk hangt de reputatie van Dartmoor nauw samen met het feit dat dit vrijwel ongerepte natuurgebied zo onwaarschijnlijk dicht bij de keurig aangeharkte beschaving van The English Riviera ligt. De afstand tussen de boulevard van Torquay en het dorpje Dartmeet, waar de oostelijke en westelijke arm van de rivier de Dart elkaar in het hart van Dartmoor ontmoeten, bedraagt nog geen vijftig kilometer.

Het is een zonnige dag die elke volkswijsheid in het gezicht uitlacht als we de A30 verlaten en Dartmoor binnengaan. Helemaal in het noorden van het Nationaal Park, aan de vallei die is uitgesleten door de rivier de Teign, ligt Castle Drogo, het laatste kasteel dat ooit in Engeland werd gebouwd. Het is een uit streng grijs graniet opgetrokken bouwwerk dat acht eeuwen bouwkunst, uit de Middeleeuwen en daarna, in zich verenigt. Een folly, zou je kunnen zeggen, in meerdere betekenissen van het woord.

Achter het kasteel zit het levensverhaal van Julius Drewe, een omhooggevallen groenteboer die in de tweede helft van de 19de eeuw groot werd door de tussenpersonen in zijn branche uit te schakelen en zelfgeteelde of geïmporteerde groenten te verkopen in zijn eigen winkels. Hij was zo succesvol dat hij al op zijn 33ste met pensioen ging. Omdat geld alleen nog niet voornaam maakt, liet hij een genealoog ontdekken dat hij afstamde van Normandische adel, waarop hij besloot passende huisvesting te laten bouwen.

Dat werd Castle Drogo, al een anachronisme toen er in 1910 een aanvang mee werd gemaakt. Het project was typerend voor het grenzeloze optimisme dat de Britse Edwardian Age kenmerkte en waaraan de Eerste Wereldoorlog in één klap een einde maakte. De kosten liepen gillend uit de hand, door het vertrek van ambachtslui naar het front kwam de bouw vrijwel stil te liggen en toen zijn oudste zoon in 1917 sneuvelde bij Ieper verloor Drewe zijn passie voor het kasteel.

'Probleem met Castle Drogo is dat het vanaf de eerste dag met ernstige lekkages had te kampen', vertelt Andrew Colston, manager van de National Trust afdeling Dartmoor, die het kasteel onder zijn hoede heeft. 'De daken, de ramen, alles lekt. We zitten midden in een ambitieuze renovatie die naar schatting 11 miljoen pond zal kosten.' Met een uitvoerig activiteitenprogramma, variërend van cursussen en workshops tot luncharrangementen met lezingen, probeert men iets van de gigantische kosten terug te verdienen.

Misschien het beroemdste kenmerk van Dartmoor zijn de pony's. Je ziet ze overal: snuffelend langs de kant van de weg, scharrelend tussen de bremstruiken, sjokkend over het heideland. Ze maken al sinds de Bronstijd deel uit van het landschap. Eeuwenlang deden ze dienst als lastdier, vooral in de 19de eeuw, toen ze werden ingezet bij het kolentransport vanuit de mijnen in Somerset en Zuid-Wales. Ook op tafel genoot het dier bij de plaatselijke boerenbevolking grote populariteit.

Met de aftakeling van de mijnbouw en veranderende eetgewoonten namen de Dartmoorpony's in aantal af, van dertigduizend honderd jaar geleden tot ongeveer drieduizend nu. De dieren fungeren tegenwoordig vooral als landschapsbeheerders: ze houden het heideland boomvrij en zorgen door het afknagen van jonge scheuten dat de brem niet alles overgroeit. De toeristenmythe wil dat de pony's wild zijn, maar dat is niet waar. Elk dier heeft een eigenaar en als je goed kijkt, zie je een oorlabel, brandmerk of ander teken van eigendom.

Bij de steencirkel van Scorhill ontmoeten we Pete Rich, een van de negen rangers die Dartmoor rijk is. Tot Pete's hoofdtaken behoort het onderhoud van de wandelpaden in 'zijn' sector en het gecontroleerd afbranden van stukken gras- of heidegebied, het zogeheten swailing. Ook fungeert hij als gids voor schoolklassen en als intermediair tussen de plaatselijke boeren en de autoriteit die de scepter zwaait over het Nationaal Park.

Scorhill, zegt hij, stamt uit de Bronstijd, ongeveer 3.500 jaar geleden. 'We vermoeden dat de steencirkel een primitieve kalender was, omdat de zon op Midzomeravond ondergaat bij de grootste steen.'

Vervolgens wijst hij op een platte steen met een gat erin, die zich vlak bij een beekje bevindt. 'Dat wordt een tolmen genoemd. Volgens de mythe konden overspelige vrouwen hun zonden kwijtraken door driemaal om Scorhill heen te lopen, zich te wassen in de beek en vervolgens door het gat van de tolmen te kruipen. Als ze niet waren vergeven, werden ze door de steen verpletterd.' Een moderne variant van de mythe is wat milder. Wie door het gat kruipt, blijft zijn hele leven gevrijwaard van reuma. Mits de steen netjes blijft liggen natuurlijk.

De populairste plek van heel Dartmoor is waarschijnlijk Postbridge, waar zich een fraai voorbeeld van een clapper bridge bevindt. De streek kent er tientallen, grotere en kleinere. Clapper bridges bestaan uit een of meerdere platte granietstenen, rustend op pijlers, eveneens van het alomtegenwoordige graniet. De oudste stammen vermoedelijk uit de 15de eeuw.

De clapper bridge bij Postbridge is een van de grootste en bovendien niet ver van de weg gelegen. Bij mooi weer komen bezoekers hem met busladingen tegelijk bewonderen. Bij slecht weer is het hier doodstil, maar kom je overal elders in Dartmoor noeste trekkers en mountainbikers tegen.

Graniet is altijd een van de rijkdommen van de streek geweest. Toen begin negentiende eeuw Dartmoor Prison werd gebouwd om er krijgsgevangenen van de oorlogen tegen Napoleon te huisvesten, kreeg de gevangenis al snel zijn eigen steengroeve. Hier werden de gevangen militairen, en later onder meer gewetensbezwaarden, IRA-leden en 'gewone' misdadigers, tewerkgesteld. Nu is het een low security prison met nog ongeveer zeshonderd gevangenen, meest witteboordencriminelen.

We wandelen langs de door 19de-eeuwse gevangenen aangelegde Devonport Leat, een smal kanaaltje dat helemaal van hier tot Plymouth loopt en de stad van vers water moest voorzien. Als we bij een plek komen die Soldier's Pond heet, vertelt ranger Pete Rich een van de vele verhalen die tot de erfenis van de streek behoren.

'In 1853 was Dartmoor in de greep van een bitterkoude winter. Op een dag in februari keerden twee soldaten terug van het militair hospitaal in Plymouth naar hun kazerne in Princetown. Ze werden begeleid door een korporaal. Er woei die dag een hevige wind die de sneeuw hoog opjoeg en soms moesten de drie militairen tot hun oksels door de sneeuw waden. Halverwege hun tocht rustten ze een tijdje uit in een herberg, de Dousland Barn Inn. Daar zei de waard dat ze gek waren als ze hun tocht voortzetten, maar de korporaal zei 'Plicht is plicht!', dus trokken de drie verder.'

Pete zwijgt even voor het effect.

'Na een paar kilometer werden de omstandigheden zo slecht dat de twee soldaten besloten rechtsomkeert te maken en terug te gaan naar de herberg. De korporaal liep door. De volgende dag werden de lichamen van de twee soldaten gevonden op Peek's Hill. Een dag later dat van de korporaal. Op slechts tweehonderd meter van de kazerne.'

In weerwil van zijn reputatie heeft Dartmoor een vrij mild, zij het wisselvallig klimaat. Door het heuvelachtige terrein regent het er meer dan elders in Zuidwest-Engeland. Met dank aan zijn microklimaat is Princetown, dat is ontstaan rond Dartmoor Prison, de regenhoofdstad van de streek. Sinds gevangenispersoneel niet langer verplicht is in het stadje te wonen, is Princetown langzaam leeggelopen. Het leeft nog slechts van het toerisme.

In Princetown ben je weer even terug in die godverlaten uithoek van Dr. Watson. Een van de plotlijnen in The Hound of the Baskervilles gaat over een ontsnapte gevangene uit Dartmoor Prison. Een verblijf in het Royal Duchy Hotel in Princetown zou schrijver Arthur Conan Doyle tot zijn verhaal hebben geïnspireerd.

In het hotel is nu het High Moorland Visitor Centre gevestigd. Wie het binnenwandelt, ziet een wassen replica van Sherlock Holmes de trap aflopen, turend op zijn horloge. Achter hem de vreeswekkende hond; daar weer achter de trouwe Watson. Geen wassen beeld, maar - tamelijk elementary - slechts een foto-uitsnede.

PRAKTISCHE INFORMATIE

Slapen

In bijna alle dorpen en stadjes bevinden zich B&B's, maar Dartmoor is ook goed voorzien van hotels, zowel in het eenvoudiger als het luxesegment. Ook zijn er campings, bunkhouses (blokhutten/vakantiehuizen) en jeugdherbergen. Wildkamperen is op veel plekken toegestaan.

Eten en drinken

De beste prijs/kwaliteitverhouding vind je dikwijls in de pubs. Daarnaast zijn er diverse goede en zelfs chique restaurants. Alle tearooms serveren de plaatselijke trots: Devonshire Cream Tea. In de meeste stadjes en dorpen zijn kruidenierswinkels of kleine supermarkten, voor wie zijn eigen potje wil koken.

Openbaar vervoer

Tot 26 oktober 2013 rijdt elke zaterdag de Haytor Hoppa-bus een cirkelvormige route door oostelijk Dartmoor. Daarnaast doen enkele doorgaande regionale bussen stadjes in Dartmoor aan, maar in de praktijk ben je aangewezen op eigen vervoer.

dartmoor.co.uk

VEENMOS VOOR HET FRONT

In Dartmoor tiert het veenmos ('sphagnum moss') welig. Dankzij zijn zuurgraad bezit dit mos sterk antiseptische eigenschappen. Het wordt al sinds eeuwen toegepast bij het verzorgen van wonden. Gedurende de Eerste Wereldoorlog verzamelden de inwoners van Dartmoor grote partijen veenmos en zonden die, met honderden zakken per week, naar de frontsoldaten op het Europese vasteland. Als dank liet het Britse leger in Widecome-in-the-Moor een plaquette plaatsen die 'The Moss Gatherers of Dartmoor' gedenkt.

undefined

Meer over