Ongeremde passie voor 'liefkozeryen en vuyligheden'

Lesbiennes zijn niet van alle tijden - Sappho van Lesbos ten spijt. Homoseksualiteit is een mentaliteit die zich pas in de loop van de vorige eeuw heeft gevormd....

HERMAN PLEIJ

DE STUDIE over relaties tussen vrouwen in de achttiende eeuw waarop Myriam Everard op 17 november in Leiden promoveerde, draagt de veelzeggende titel Ziel en zinnen. Jammer genoeg gaat de auteur van dit verrassende boek nogal gebukt onder haar eigen gelijk. Op den duur valt het niet mee voor de zoveelste keer te moeten vernemen dat we onze moderne opvattingen over homoseksualiteit niet zomaar kunnen projecteren op het verleden. Alsof de lezer tot het eind toe tegen zichzelf moet worden beschermd, omdat hij dat stiekem toch wil blijven doen.

Moeilijk is ook dat het boek tevens wordt ontwricht door een ontembare lust tot polemiseren, waardoor elke poging tot structuur de kop wordt ingedrukt. Everard wil met haar grote gelijk opbotsen tegen elke andersdenkende die het gewaagd heeft iets over lesbische neigingen in het verleden te zeggen. Maar uitgerekend daardoor gaan al die dissidenten toch dicteren wat zij te zeggen heeft.

Verheugend is ondertussen wel dat Everard zo beslist in historische categorieën wenst te denken. Daarmee durft ze de inmiddels in bredere kringen geaccepteerde stelling aan dat homoseksualiteit geen (on)natuurlijke geaardheid is sinds mensenheugenis, maar een mentaliteit die zich pas in de loop van de negentiende eeuw heeft gevormd. Sappho van Lesbos ten spijt zijn lesbiennes niet van alle eeuwen.

Het is dan ook zinloos de vraag te stellen of Betje Wolff en Aagje Deken 'eigenlijk' lesbisch waren, want hun ongetwijfeld bijzondere band beantwoordde niet aan dit relatief moderne begrip. Hun relatie moet worden beschreven en geanalyseerd in termen van een achttiende-eeuws begrippenapparaat, dat de opvattingen van die tijd over liefde, seksualiteit en vriendschap benoemt. Verhoudingen tussen vrouwen hebben in die tijd iets eigens dat zich niet onder de noemer van de moderne homoseksualiteit laat beschrijven. Daarover gaat Ziel en zinnen. Hoewel er best iets valt af te dingen op Everard's rigide weigering moderne begrippen te hanteren, overtuigt zij toch door met kracht van argumenten en voorbeelden te laten zien dat sekseverschillen destijds anders werden geïnterpreteerd dan nu. Alleen kan dat evengoed met een modern begrippenapparaat worden beschreven, wat zij overigens ook ongemerkt doet. De consequentie van haar ferme getheoretiseer zou immers moeten zijn dat ze haar studie in achttiende-eeuws Nederlands had geschreven, navenant uitgerust met een gerestaureerde achttiende-eeuwse mentaliteit. Maar historisch denken betekent allerminst historisch schrijven.

Everard heeft haar betoog opgezet rond drie typen van achttiende-eeuwse vrouwen die thans beschouwd worden als voorloopsters van de moderne homoseksuele vrouw. Eerst is er de vrouw die een gepassioneerde vriendschap koestert voor een andere vrouw, waarvan ze in brieven en gedichten uitbundig getuigt. Dan is er de vrouw die in mannenkleren loopt, uit varen en vechten gaat en zelfs een echtgenote neemt. Ten slotte vinden we voor de rechtbank de vrouw die vanwege 'liefkozeryen en vuyligheden' met andere vrouwen wordt vervolgd.

Voor ons vertonen deze vrouwen lesbische neigingen. Maar een dergelijke visie komt voort uit opvattingen over seksualiteit, die pas aan het eind van de achttiende eeuw gestalte krijgen en bepalend zijn voor het huidige denken daarover. Daarin staat vast dat het verschil tussen de beide seksen onoverbrugbaar is, gebaseerd op de onderscheiden biologische eigenaardigheden die ondubbelzinnig tot uiting komen in de anatomie.

Mannelijkheid en vrouwelijkheid zijn categorieën die elkaar wederzijds uitsluiten. Men is òf man òf vrouw, terwijl zich daartussenin inmiddels breed getolereerde spelingen van de natuur bevinden als hermafrodieten, homoseksuelen en transseksuelen.

In de achttiende eeuw overheerst echter nog het op Aristoteles en Plato teruggaande denkbeeld dat er slechts één mensensoort is die zich noodgedwongen in twee versies voordoet. Daarvan zijn de mannen in alle opzichten de volmaakte uitvoering en de vrouwen de inferieure. Volgens deze visie is de vrouw een mislukte man, een onvolgroeide versie van de soort mens die onder bepaalde omstandigheden nog wel in een mannenlichaam kan overgaan. Dat is de essentie van de opvattingen over seksualiteit in het 'ancien régime'.

De diepe zielsvriendschap tussen vrouwen, belichaamd door Wolff en Deken maar ook beschreven in de romans van Elisabeth Maria Post, is een uitdrukking van het streven weer die perfecte eenheid te herstellen. Samen moet men weer zien terug te keren naar de oorspronkelijk aanwezige vereniging van die twee later zo jammerlijk gescheiden helften. Dat vrouwen zich daarbij mannelijk voordoen, heeft te maken met de superieure staat die men de mannelijke uitvoering van de soort mens toeschrijft. Lichamelijke liefde speelt hierbij geen rol, aangezien deze eenwording slechts kon voortkomen uit de opperste deugdbeoefening.

Ook vrouwen in mannenkleren zijn niet zozeer lesbisch als wel erop uit die hogere status binnen de soort mens te bereiken. Daarom kunnen zij ook overgaan tot drankmisbruik, vloeken en vechten. In principe hoort hun lichaam dat ook te doen en te kunnen, evenals het meer voltooide van de mannen.

Sommige vrouwen gaan daarin heel ver. Maria van Antwerpen, dochter van een sjouwer, wordt in 1762 veroordeeld omdat zij als Maggiel van Handtwerpen een huwelijk was aangegaan. Daarbij bleek dat ze al eerder als man had geleefd en ook getrouwd was geweest, toen onder de naam Jan van Ant. Tussendoor zou ze zich als man nog vergrepen hebben aan een jong meisje, Jansje van Oyen.

Naar beweerd werd had ze deze ingewijd in de liefde, om haar vervolgens uit winstbejag aan te zetten tot ontucht met derden. Ook door de gekleurde bronnen heen valt nog te zien dat Maria op tamelijk extreme wijze man wil zijn, als uiting van de zucht naar een sociaal prestige dat de onvolkomen status van vrouw niet te bieden had.

Evenmin is 'lollepot' het achttiende-eeuwse woord voor lesbische vrouw of - volkser - 'pot'. Ongetwijfeld is het huidige 'pot' daarvan wel afgeleid. Maar de 'lollepot' was destijds een algemenere kwalificering voor een vrouw die zich zo ongeremd overgaf aan geile lusten dat ze die kon loslaten op mannen èn vrouwen. Ook hier overschrijdt een lichamelijke hartstocht alle grenzen, alweer vanuit de oeroude drift terug te keren naar de ene soort mens. De seksen gaan door elkaar heen lopen zo gauw de mens extatisch wordt, in deugd of in geilheid.

Zo kon ook een man voor het gerecht verklaren dat zijn lid door een andere man omvat was met de woorden: 'Wat heb je een lekkere kut.' Men beleefde de hoogste lusten in rolverwisselingen, in nemen en genomen worden, in actief en passief gedrag. De opperste geilheid bestond uit een veelomvattend 'lol'gedrag, waarin niet alleen vrouwen maar ook mannen en zelfs een enkele hond een rol konden spelen.

De in de negentiende eeuw uitgevonden lesbienne kent geen achttiende-eeuwse voorloopsters. Verhoudingen tussen vrouwen gehoorzaamden aan andere wetten en overtuigingen. Daarin speelden ziel en zinnen, van uiterst deugdzame passie tot de meest gedreven geilheid, wel degelijk een rol. Maar het meest kenmerkende is de overschrijding van de seksegrenzen, zodra de deugd en de geilheid extatische vormen aannamen. En in beide gevallen verleende de mannelijke rol het hoogste prestige.

Everard ziet scherp en heeft veel belangwekkends te zeggen. Maar helderheid is niet haar hoogste kwaliteit. Ze schrijft moeizaam, in soms ellenlange zinnen die in steeds nieuwe bijzinnen en terzijdes moeten nuanceren wat in de hoofdzin op tafel wordt gelegd. Gelukkig is het boek prachtig uitgevoerd, met een verrassende layout, goede illustraties, terwijl het ook nog voornaam in de hand ligt. De lezer moet er echt voor gaan zitten en vooral goede moed hebben en houden. Maar dan is de beloning aan het slot rijk.

Herman Pleij

Myriam Everard: Ziel en zinnen - Over liefde en lust tussen vrouwen in de tweede helft van de achttiende eeuw.

Historische Uitgeverij, Groningen; ¿ 45,-.

ISBN 90 6554 141 1.

Meer over