ongeneeslijke liefde

De Ierse dichter en Nobelprijs-winnaar William Butler Yeats (1865-1939) leed aan een ongeneeslijke liefde voor de struise, roodharige onafhankelijkheidsstrijdster Maud Gonne....

HAN VAN GESSEL; ADRIAAN DE BOER

Ruim 25 jaar achtervolgde hij Maud met huwelijksaanzoeken - tevergeefs. Nadat hij in 1902 speciaal voor zijn geliefde het toneelstuk Kathleen ni Houlihan had geschreven, probeerde hij het nog een keer. Weer zonder succes. Een jaar later trouwde Maud plotseling tot ontzetting van Yeats met de Ierse vrijheidsstrijder John MacBride. Deze werd in 1916 door de Engelse geëxecuteerd als represaille voor zijn betrokkenheid bij de Paasweekopstand. Yeats stond kort daarna weer op de stoep, maar kreeg van de weduwe MacBride opnieuw het nee-woord.

'Deze laatste afwijzing genas hem, inmiddels 51 jaar oud, eindelijk van zijn obsessie', schrijft Erik Fokke in zijn artikel over Yeats in de door hem met Jannes van Everdingen en Frans Meulenberg samengestelde bundel De broze muze - Creativiteit en ziekte (Boom/Belvédère; ¿ 29,50). 'Kort daarop trouwde Yeats met Georgiana Hyde-Lees. Het huwelijk werd een succes.'

Maar Yeats' leed was nog niet ten einde. Toen hij de zestig was gepasseerd, raakte hij volledig uitgeblust. De angst voor het ouder worden kreeg hem in de greep. Hij besloot tot een verjongingsoperatie door zich te laten inspuiten met een testikelextract van cavia's. 'Al snel na de ingreep reageerde hij opgetogen. De methode bleek wonderwel te werken. In zijn brieven schreef Yeats dat hij weer seksueel verlangen voelde en zelfs verliefd was geworden op de jonge actrice en dichteres Margot Ruddock. Zijn dichtader begon weer te vloeien.'

De ziektegeschiedenis van Yeats is een van vele boeiende en vaak smakelijk opgediste verhalen over de combinatie van ziektebeelden en creativiteit bij bekende kunstenaars in De broze muze. De bundel bevat de volledige serie artikelen die tussen 1994 en 1996 verschenen in het AMC-Magazine, het huisorgaan van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Ten tonele worden onder anderen gevoerd: Chopin (leed volgens velen aan tuberculose), Frederik van Eeden (kon op een gegeven moment niets meer ruiken), Henri de Toulouse-Lautrec (groeistoornis), James Joyce (zijn laatste twintig jaren werden beheerst door dreigende blindheid en de schizofrenie van zijn dochter), Frida Kahlo (worstelde levenslang met de gevolgen van een tramongeluk), Malcolm Lowry (alcoholisme) en Jacques Brel (leidde een slopend bestaan ondanks een zwakke gezondheid).

Han van Gessel

'Kijkexpeditie'

rond de wereld

In de tweede helft van de achttiende eeuw verloren in Siberië jaarlijks 350-duizend pelsdieren het leven. Russische jagers konden de huiden van de omgebrachte poolvossen, sabelmarters, hermelijnen en eekhoorns voor veel geld over de grens kwijt, in het Chinese Kiaktha. Van daaruit keerden zij terug met ladingen nieuwe koopwaar: zijde, edelstenen, ivoor, thee en porselein. In 1727 bereikten de Russen een akkoord met de weinig toeschietelijke Chinezen. Voortaan mochten de handelskaravanen vanuit Kiaktha doorreizen naar Peking.

Adam Johann von Krusenstern (1770-1846), zoon van een Estse grootgrondbezitter, voer na het afronden van zijn opleiding tot zee-officier om ervaring op te doen aan boord van een fregat naar Amerika, Kaapstad en Malakka. Hij belandde uiteindelijk in Kanton. De Chinese stad en het in de buurt gelegen schierleiland Macao waren de enige plekken waar buitenlanders permissie hadden handel te drijven. Krusenstern besefte dat de pelsroute van de Russen - eerst naar het noordwesten van Noord-Amerika, vandaar per schip naar Ochotsk en daarna weer over land waar maar geen einde aan kwam - veel te omslachtig was. De huiden waren vaak jaren onderweg. Vervoer over zee zou een enorme tijdsbesparing betekenen. Bovendien konden de schepen vrijwel in dezelfde moeite door ook Manilla en Batavia aandoen.

Alexander I deelde opvatting van de jonge marineman. De tsaar liet een 'kijkexpeditie' uitrusten en benoemde Krusenstern tot leider. Op 7 augustus 1803 vertrok het gezelschap op twee in Londen gekochte zeilschepen, de Nadeshda en de Neva, uit de haven van Kronstadt. De reis zou drie jaar en twaalf dagen vergen; Krusenstern en de zijnen waren daarmee de eerste Russen die een zeiltocht rond de wereld volbrachten.

Tot de opvarenden behoorden ook drie wetenschappers: de Zwitserse astronoom Johann Caspar Horner, de arts en natuuronderzoeker Wilhelm Gottlieb Tilesius en de arts Georg Heinrich von Langsdorff. Tilesius had een tekenopleiding genoten. Hoewel ook een echte schilder meevoer, maakte de kunstzinnige arts onderweg fascinerende tekeningen en aquarellen van mensen in verschillende werelddelen, hun kledij en behuizing, stadsgezichten, en mysterieuze flora en fauna.

In 1814, het reisverslag was in Rusland al vijf jaar op de markt, verscheen in St.-Petersburg een Atlas met kopergravures naar de collectie van Tilesius, aangevuld met kaarten die door anderen waren vervaardigd. Robas in Weesp brengt een facsimile-uitgave uit, Kapitein A.J. von Krusenstern - Atlas van een reis om de wereld 1803-1806 (¿ 98,-). Het contrast tussen het tekenwerk van Tilesius en de weinig interessante overzichtskaarten is groot. Fred Pelt belicht in een inleiding de levensloop van Krusenstern en schetst de nauw met elkaar verweven economische en politieke belangen in diens tijd.

Adriaan de Boer

Meer over