AnalyseMiljoenennota 2021

‘Ongekende’ crisis, maar geld lijkt niet op te kunnen. Heeft het kabinet een gat in de hand?

Vroeger was het op het Binnenhof zuinigheid troef, nu is het Haagse motto: ‘We moeten ons uit deze crisis investeren.’ De Raad van State maakt zich zorgen. Wie betaalt straks de rekening?

Minister Hoekstra van Financiën (CDA) in de kamer met het koffertje.

Nederland, het land van cententellers en sober calvinisme. Geregeerd door kabinetten die begrotingsdiscipline traditioneel hoog in het vaandel hebben staan. Op Prinsjesdag werd duidelijk dat de derde regeringsploeg van Mark Rutte díé ideologische veren heeft afgeschud.

Uit het koffertje van Wopke Hoekstra kwam een opgewekte begroting vol lastenverlichtingen voor burgers en bedrijven. Het geld lijkt niet op te kunnen in de – volgens diezelfde Hoekstra – ‘grootste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog’.

Het kabinet rekent op een begrotingstekort van 43,6 miljard euro (-5,1 procent) in 2021. Dat komt boven op het voor dit jaar voorspelde begrotingstekort van 7,6 procent. Pieter Hasekamp, directeur van het Centraal Planbureau, sprak dinsdag van ‘ongehoord hoge tekortcijfers’ en wees erop dat dit het gunstige scenario is. Als de coronapandemie weer oplaait en het kabinet opnieuw een lockdown moet afkondigen loopt de begroting nog verder uit de rails.

‘We gaan door een diep dal’, erkent Hoekstra in het voorwoord van zijn jaarlijkse magnum opus. ‘De werkloosheid neemt toe, het begrotingstekort loopt op, en de overheidsschuld stijgt.’ Geen reden om bij de pakken neer te zitten, vindt de montere minister. ‘Onze economische fundamenten zijn sterk en de buffers die we hebben opgebouwd zorgen ervoor dat we deze klap kunnen opvangen.’

Contrast

Het contrast met de Miljoenennota’s uit de vorige recessie is groot. In 2011 schreef Jan Kees de Jager namens het kabinet-Rutte I: ‘Het kabinet werkt aan gezonde overheidsfinanciën. De rekening kan niet kosteloos worden doorgeschoven naar toekomstige generaties.’ Een jaar later: ‘Om beter bestand te zijn tegen een eventuele schok in de economie moet het begrotingstekort omlaag.’ En in 2013 liet Jeroen Dijsselbloem zich van zijn zuinige kant zien: ‘We kiezen ervoor de problemen niet door te schuiven, maar aan te pakken. […] Met een maatregelenpakket van zes miljard euro zetten we een noodzakelijke stap in het op orde brengen van de overheidsfinanciën.’

De omslag in de Haagse begrotingsfilosofie tekende zich vorig jaar al af. Het kabinet brak toen na vijftien jaar met het trendmatig begrotingsbeleid: de beleidsregel dat inkomstenmeevallers gebruikt worden voor het verlagen van de staatsschuld, en niet voor extra uitgaven. Op Prinsjesdag 2019 waren de economische vooruitzichten echter nog gunstig: ondanks de geplande uitgavenverhogingen zou het kabinet in 2020 nog steeds zwarte cijfers schrijven. Nu het economisch getij door het coronavirus radicaal is omgeslagen, lijkt het kabinet niet in staat, of van zins, een psychologische draai te maken en toch weer in te zetten op uitgavenbeperkingen. Het mantra dat tegenwoordig overal klinkt in Den Haag is: ‘We moeten ons uit deze crisis investeren.’

Hoekstra en zijn collega’s rechtvaardigen dit met de stelling dat deze recessie anders is dan de vorige. De economie draaide prima toen het virus toesloeg, en zou in de kern nog steeds gezond zijn. Daarom vraagt deze crisis volgens het kabinet niet om structurele hervormingen, maar slechts om ‘tijdelijke’ overbruggingsmaatregelen. De hoop is dat de economie snel terugveert als het virus eenmaal overwonnen is.

Denkfout

Het kabinet maakt daarbij de denkfout dat dit niet geldt voor de gestegen staatsschuld, zo stelt de Raad van State. Het adviesorgaan van de regering is niet tegen het – tijdelijk – verhogen van de overheidsuitgaven om de crisis te door te komen, maar vindt dat het kabinet duidelijk moet maken hoe het achteraf de rekening gaat betalen. De staatsraden vinden het zorgelijk dat het kabinet alle traditionele begrotingsnormen – de staatsschuldnorm, de tekortnorm, het trendmatig begrotingsbeleid – loslaat. Een begroting zonder zulke ‘ankers’ is als een stuurloos schip, mopperen ze.

Vicepresident Thom de Graaf: ‘Het afwegen van beleidsopties, het maken van politieke keuzes, is een integraal onderdeel van het democratische proces. Als op financieel gebied alles maar kan, dan worden zulke bewuste keuzes niet meer gemaakt.’ In plaats daarvan schuift de politiek een impliciete, vage rekening door naar volgende kabinetten en generaties.

De Raad van State verzoekt politieke partijen dan ook met klem deze afweging – tussen uitgavenverhogingen op het ene terrein en lastenverzwaringen en bezuinigingen elders – nadrukkelijk op te nemen in hun verkiezingsprogramma’s. Het Centraal Planbureau stelde dinsdag ontnuchterend vast dat het huidige kabinetsbeleid op de lange termijn leidt tot onhoudbare overheidsfinanciën.

Meer lezen

De koopkracht stijgt een beetje, als het meezit
Door het kabinetsbeleid gaat iedereen er volgend jaar gemiddeld 0,9 procent op vooruit. Zo luidt de prognose die het kabinet dinsdag naar de Tweede Kamer stuurde. Maar die is door de coronacrisis erg onzeker.

Van belastingverlaging tot een CO2-heffing: wat heeft het kabinet in petto?
De laatste begroting van het huidige kabinet bevat geen grote bezuinigingen. Waar gaat extra geld naartoe? Naar het kindgebonden budget bijvoorbeeld, naar de asielketen, en de bestrijding van het lerarentekort. De meest opmerkelijke maatregelen op een rij.

Premier Rutte blikt terug: ‘Het was een loodzwaar halfjaar, maar de energie is onverminderd’
Premier Mark Rutte ontvangt op Prinsjesdag traditiegetrouw de schrijvende pers voor een groepsgesprek in het Torentje. Tien kritische vragen over een kabinet in crisistijd en de roep om een nieuwe visie.

Kabinet snoert de gordels aan: ‘Zet u schrap!’
Met de niet mis te verstane boodschap dat barre tijden op komst zijn, waarschuwt het kabinet het land om zich schrap te zetten voor 2021. Dat wordt het jaar waarin de verdoving van de staatssteun langzaam maar zeker uitgewerkt zal raken.

Meer over