Nieuws

Onderzoeksraad: boeren doen nog steeds te weinig om stalbranden te voorkomen

Ondanks de dood van bijna 1,3 miljoen kippen, varkens en koeien bij stalbranden in de laatste acht jaar, besteden Nederlandse veehouders te weinig aandacht aan brandveiligheid. Dit terwijl het aantal dieren per bedrijf groeit en er gemiddeld meer dieren omkomen bij een brand. Dit concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid op basis van eigen onderzoek.

Bij deze stalbrand in het Brabantse Heusden kwamen duizenden varkens om. Beeld Hollandse Hoogte / Novum RegioFoto
Bij deze stalbrand in het Brabantse Heusden kwamen duizenden varkens om.Beeld Hollandse Hoogte / Novum RegioFoto

Actieplannen van de branche, de Dierenbescherming en verzekeraars om het aantal branden en het dierenleed te verminderen, hebben volgens de raad onvoldoende opgeleverd. Dat geldt ook voor het opnemen van enkele brandveiligheidseisen in het Bouwbesluit, een wettelijke maatregel die zeven jaar geleden werd genomen. De bouwregelgeving beperkt zich tot nieuwe stallen en stallen die vernieuwd worden. Voor het brandveiliger maken van de bestaande stallen is er nauwelijks wet- en regelgeving, aldus de Onderzoeksraad.

De kans dat stallen en dieren in vlammen opgaan, hangt samen met de manier waarop de dieren in de intensieve veehouderij worden gehuisvest, stelt de raad. Grote aantallen dieren worden gehouden in gesloten stallen; als er brand uitbreekt kunnen ze niet vluchten. Zulke grotere veehouderijen hebben ook steeds meer technische installaties die extra brandveiligheidsrisico’s opleveren. Tegelijkertijd missen grote boeren vaak de veiligheidskennis die hoort bij de schaal en risico’s van hun bedrijf.

De Onderzoeksraad wil dat het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit komt met een ‘nieuwe, meer resultaatgerichte aanpak’. Daarin passen onder meer maatregelen om brandveiligheid van stallen wettelijk te verplichten.

‘Kiloknallerreligie’

Het dierenleed en het tekortschieten van de veehouders zijn met dit rapport niet meer te ontkennen, vindt actiegroep Wakker Dier. De misstanden zijn volgens woordvoerder Kenny Oostrik het gevolg van ‘een jarenlange kiloknallerreligie; de prijs is heilig, dierenwelzijn mag geen cent kosten. De overheid en de veehouders moeten de dieren eindelijk de bescherming geven die ze verdienen.’

Het ministerie was al bezig met de uitvoering van het ‘Actieplan brandveilige veestallen 2018-2022’. Minister Carola Schouten schreef in oktober vorig jaar aan de Tweede Kamer dat alle ‘partners’ van het Actieplan (onder meer boerenorganisatie LTO Nederland, de brandweer, de Dierenbescherming en, het Verbond van Verzekeraars) ‘hard werken’ aan het treffen van nieuwe maatregelen. Zo hebben bijvoorbeeld veehouderijen ‘die aangesloten zijn bij een kwaliteitssysteem’ in 2019 een elektrakeuring gehad. Daarmee is volgens de bewindsvrouw ‘een belangrijke stap voorwaarts gezet ter preventie van stalbranden’.

Maar het is niet genoeg, erkent Schouten in reactie op het jongste rapport. ‘Er is een betere aanpak ter voorkoming van stalbranden nodig. Dat onderken ik. Er wordt een grotere verantwoordelijkheid van het ministerie van LNV gevraagd en die moeten we nu gaan nemen.’

Ook LTO Nederland erkent dat ondanks de eigen inspanningen ‘we helaas nog niet de gewenste verbeteringen zien om het jaarlijks aantal dierlijke slachtoffers te verminderen’. Jeannette van de Ven, portefeuillehouder Gezonde Dieren bij LTO Nederland, zegt de verantwoordelijkheid te voelen en wil graag ‘meer stappen zetten, naast wat er nu al wordt gedaan in de sector’.

Van de Ven wijst nog wel op conflicterende belangen. ‘De toepassing van techniek in een stal, zoals mestrobots en ledverlichting, komt voort uit maatschappelijke wensen op het gebied van het dierenwelzijn en het milieu. Tegelijkertijd vergroten die technieken het risico op brand.’

Geen dalende trend

Bij de stalbranden komen per jaar gemiddeld zo’n 143 duizend dieren om het leven, met een uitschieter naar ongeveer 275 duizend in 2019. Per brand komen steeds meer dieren om het leven, aldus de analyse. Ondanks een afname van het aantal bedrijven ziet de raad geen dalende trend in het aantal stalbranden.

Vooral kippen zijn de dupe. Van alle dierlijke slachtoffers per jaar is gemiddeld 93 procent kip, 6,5 procent varken. Verder gaat het vooral om runderen, inclusief melkvee. Daarvan komen er gemiddeld bijna 300 per jaar door brand om het leven.

Omdat vaak de gehele stal in de vuurzee is vernietigd, is bij de meeste branden de oorzaak onbekend. Is het begin van de brand wel bekend, dan gaat het vaak om werkzaamheden zoals lassen, uiers branden en onzorgvuldig gebruik van kachels of een defect in elektrische apparatuur.

Om een brand te blussen, hebben boeren vaak niet meer dan handblussers of een waterstraal met beperkte capaciteit. Als de brandweer aankomt, kan deze de brand vervolgens alleen nog maar ‘van buitenaf beheersen’. Het vee is dan niet meer te redden.

Meer over