Nieuws

Onderzoekers: watersnood Limburg brak records qua neerslag, afvoer en schade – die in België en Duitsland was ‘nog catastrofaler’

De watersnood in Limburg in juli was ‘een voor Nederland extreme en ongeëvenaarde gebeurtenis’ met een geschatte totale schade door overstromingen van 350- tot 600 miljoen euro. De schade is daarmee groter dan die van de grote overstromingen langs de Maas in 1993 en 1995.

Brandweermannen proberen te voorkomen dat spullen door de snelstromende Geul worden meegenomen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Brandweermannen proberen te voorkomen dat spullen door de snelstromende Geul worden meegenomen.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Dit concludeert een breed consortium van kennisinstellingen onder leiding van de TU Delft en kennisinstituut Deltares na een eerste analyse van de enorme wateroverlast die de zuidelijke provincie trof. Het onderzoek is donderdagmiddag tijdens een online symposium gepresenteerd.

De hoeveelheden neerslag die gemeten werden in combinatie met de waterafvoer via de rivieren waren niet eerder zo groot, zeker niet in de zomer. De deskundigen schatten dat zoiets slechts eens per 100 tot 1.000 jaar voorkomt. De piekafvoer op de Maas bij Eijsden en een aantal zijrivieren was de grootste afvoer ooit gemeten.

De onderzoekers spreken van een extreme en uitzonderlijke gebeurtenis met grote maatschappelijke gevolgen. De geschatte schade van 350- tot 600 miljoen euro vond voor een groot deel plaats in het Geuldal, met Valkenburg aan de Geul als centrum.

De schade is daarmee omvangrijker dan die van de overstromingen langs de Maas in 1993 en 1995. ‘Deze overstroming heeft records gebroken qua neerslag, afvoer en schade’, aldus TU-hoogleraar Bas Jonkman (waterbouw), die het onderzoek leidde.

Buurlanden

De primaire waterkeringen langs de Maas hebben de uitzonderlijk hoge belasting goed doorstaan. Op enkele plekken waren er incidenten zoals piping (uitspoeling van het zand onder de dijk) en bleek sprake van kwetsbaarheden. Daarom zijn op grote schaal ook tijdelijke maatregelen getroffen, zoals de inzet van zandzakken.

In dezelfde periode was de wateroverlast in de buurlanden Duitsland en België nog veel groter. Daar vielen honderden doden als gevolg van de overstromingen en loopt de schade in de miljarden. De situatie in Duitsland en België was ‘catastrofaler’ dan in Nederland, onder andere door grotere neerslaghoeveelheden en steilere en dus sneller afstromende rivieren.

Het onderzoek van de Task Force Fact Finding Hoogwater 2021 is een eerste verkenning. De bevindingen kunnen volgens de onderzoekers worden benut voor vervolgstudies, evaluatie van het systeem en, waar nodig, het vaststellen van verbetermaatregelen. Het was ‘een voor Nederland extreme en ongeëvenaarde gebeurtenis’. Onderzoeksleider Jonkman: ‘Hiervan moeten we leren om ons systeem toekomstbestendig te maken.’

Aan het onderzoek werkten behalve de TU Delft en Deltares onder meer ook de VU Amsterdam, Universiteit Utrecht, WUR, Erasmus MC, Universiteit Twente en het KNMI mee.

Meer over