Onderzoekers van worm krijgen de Nobelprijs

De Nobelprijs Geneeskunde is dit jaar toegekend aan de Britse onderzoekers Sydney Brenner (1927) en John Sulston (1942), en aan de Amerikaan Robert Horvitz (1947)....

De Nobelprijswinnaars hebben onderzoek gedaan aan het platwormpje Caenorhabditis elegans, een één millimeter lang modelorganisme. Het wormpje leent zich uitstekend voor de bestudering van fundamentele celprocessen als opstapje naar vergelijkbare processen in dier en mens.

Geprogrammeerde celdood is een natuurlijk proces van cellen om zichzelf te vernietigen. Het functioneert bij mensen, dieren en planten. Geprogrammeerde celdood zorgt ervoor dat overtollige of beschadigde cellen zichzelf vernietigen, voordat zij schade kunnen aanrichten. Raakt dit mechanisme verstoord, dan kunnen cellen zich ongebreideld delen. Dat kan bijvoorbeeld leiden tot kanker. Het Nobelprijscomité meent dat het onderzoek van de prijswinnaars meer inzicht geeft in ziekteprocessen.

De onderzoekers hebben in het platwormpje sleutelgenen gevonden die de ontwikkeling van embryonale cellen sturen in de richting van meer gespecialiseerde cellen waaruit onder meer organen groeien. Die sleutelgenen komen in alle organismen voor, van een platworm tot aan een ingewikkelder organisme zoals de mens.

De toekenning van de prijs is een eerbetoon aan het onderzoek aan dat platwormpje, C. elegans, zegt prof. dr. Ronald Plasterk van het Hubrecht Laboratorium in Utrecht. Plasterk heeft eind jaren tachtig als postdoc bij Sir John Sulston gewerkt, op de universiteit in Cambridge. Ook Plasterk doet onderzoek aan het platwormpje.

Vorig jaar stond de kennis van celdeling centraal bij de toekenning van de Nobelprijs Geneeskunde.

Meer over