'Onderzoek seksueel misbruik in ggz'

Na alle publiciteit rondom de presentatie van het rapport van de commissie-Samson, was ik blij met de inbreng van Mathilde Bos (O&D, 10 oktober). Zij vraagt, na de onderzoeken in de jeugdzorg en de verstandelijk gehandicaptenzorg, ook aandacht voor seksueel misbruik binnen de ggz. Terecht merkt zij op dat ook in de ggz seksueel misbruik een wijd verbreid probleem is. De nadruk van haar betoog ligt op het misbruik dat plaatsvindt tussen cliënten onderling.

Waar het niet over gaat, is het seksueel misbruik dat plaatsvindt tussen patiënt en hulpverlener. En dat is wat mij betreft onterecht. De relatie tussen patiënt en hulpverlener is primair gebaseerd op een vertrouwensband. De relatie is vaak in veel opzichten ongelijkwaardig. En de afhankelijke positie van de ggz-cliënt is zeker vergelijkbaar met de jongere die aan Jeugdzorg is toevertrouwd.

In de vele jaren die ik als uitvoerende in de ggz heb gewerkt, ben ik tot de schokkende conclusie gekomen dat een groot percentage van de cliënten, vooral in de langdurige zorg, in het verleden misbruikervaringen heeft gehad. En via veel omzwervingen kwamen ze in de ggz terecht. Met vaak een laag zelfbeeld, veel schuldgevoel en zeer kwetsbaar. Deze mensen lopen een vergroot risico om in volgende afhankelijke situaties, weer slachtoffer te worden van seksueel misbruik. En dat is gebeurd en gebeurt waarschijnlijk nu nog. Zelf heb ik meegemaakt, dat cliënten die misbruikt werden door een hulpverlener, alleen persoonlijk aangifte konden doen bij de politie. En daarvoor voelden ze zich dan vaak weer veel te kwetsbaar en onzeker. En ook de angst om weer in de war te raken belemmerde het doen van aangifte. Net zoals kinderen vaak tot het uiterste toe loyaal blijven aan ouders, zijn misbruikte cliënten ook beschermend voor therapeuten. Ik denk dat het hoog tijd wordt dat er ook een commissie-Samson voor de ggz wordt ingesteld.

undefined

Meer over