Nieuws

Onderzoek: coronasneltests bij kinderen scoren ondermaats

Coronasneltests die ouders en leraren gebruiken om kinderen te testen op corona, zijn onder de maat. De tests tonen te weinig coronabesmettingen aan om te voldoen aan de eisen die instanties als de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aan de tests stellen. Het is de vraag hoe erg dat eigenlijk is, tekenen experts aan.

Maarten Keulemans
Jongen laat zich testen op covid-19 in een testfaciliteit in Sri Lanka. Beeld Chamila Karunarathne / EPA
Jongen laat zich testen op covid-19 in een testfaciliteit in Sri Lanka.Beeld Chamila Karunarathne / EPA

Volgens onder meer de WHO moeten sneltests in elk geval acht op de tien corona-infecties kunnen aantonen. Maar in werkelijkheid missen de tests veel meer infecties, blijkt uit een samenvatting van het bewijs uit zeventien eerdere onderzoeken, in vakblad BMJ Evidence-Based Medicine. Dat ‘kan van invloed zijn op de brede toepassing van testprogramma’s’ in het onderwijs, vinden de Duitse en Britse wetenschappers die de analyse uitvoerden. Reden voor het kinderonderzoek is dat veel landen de tests op scholen gebruiken.

Gemiddeld komen de tests slechts 64 procent van de infecties bij kinderen op het spoor, blijkt uit de analyse – en dus ruwweg een op de drie niet. Bij kinderen zonder symptomen missen de tests zelfs haast de helft. Heeft een kind corona-achtige klachten, dan pikken de sneltests iets meer dan 70 procent van de infecties eruit.

Vervelend, maar geen reden om de tests in het onderwijs maar af te schaffen, vindt hoogleraar klinische epidemiologie Carl Moons (UMC Utrecht) na inzage in de cijfers. ‘We wisten al uit eerdere onderzoeken dat de tests in de praktijk slechter presteren dan de fabrikant aangeeft. Maar we hebben geen alternatief. En de tests pikken er dus aardig wat infecties uit. Dat is toch belangrijk, anders gaan die kinderen naar school.’

Stokje minder diep

Bovendien, reageert epidemioloog en kinderarts Patricia Bruijning desgevraagd, gaan de cijfers over álle besmettingen. In praktijk is het belangrijk dat een test kinderen detecteert die zoveel virus aanmaken dat ze besmettelijk zijn voor anderen. Daar zijn sneltests over het algemeen wat beter in. ‘Of testen minder zinvol zijn om in scholen besmettelijke kinderen te weren, is niet te concluderen uit deze studie.’

Daar staat tegenover dat de onderzoekers alleen keken naar de uitkomsten van tests die door professionals werden afgenomen, bijvoorbeeld door een verpleegkundige op school. Aannemelijk is dat de cijfers wat lager uitpakken als ouders of kinderen zelf de test afnemen, bijvoorbeeld doordat die het stokje minder diep steken. Ook is onduidelijk of de sneltests de omikronvariant net zo goed oppikken. ‘Dat zijn we nu aan het uitzoeken’, zegt Moons.

De wetenschappers evalueerden in totaal acht tests van zes fabrikanten. Daarbij ook de zelftest van Roche, die op Nederlandse scholen wordt gebruikt. Maar alle sneltests bieden grofweg hetzelfde beeld, blijkt uit de analyse: een gevoeligheid die ruimschoots zit onder de 80 procent die gezondheidsinstanties van de tests eisen.

Snelle neustest

Goed nieuws is dat de ‘specificiteit’ van de tests, de betrouwbaarheid van een positieve uitslag, bij alle onderzochte tests tegen de honderd procent ligt. Kinderen die na de sneltest twee streepjes zien verschijnen, kunnen er dus van op aan dat ze zeer waarschijnlijk ook echt het coronavirus hebben. ‘Dat is best goed, en ook wat je wilt zien’, zegt Moons.

Bij volwassenen kwam al eerder aan het licht dat sneltests een stuk minder goed infecties opsporen dan de fabrikanten ervan beweren. Zo ontdekte de onderzoeksgroep van Moons vorige maand dat de snelle neustest van Roche bij mensen zonder klachten 60 tot zelfs 75 procent van de infecties over het hoofd ziet. Pikant, want de zelftest werd vorig jaar juist op grote schaal aanbevolen als middel om extra zekerheid te krijgen voorafgaand aan een feestje of horecabezoek. Bij mensen mét symptomen is de test wat betrouwbaarder, maar daarbij gaat het om mensen die tot voor kort toch al werden aangeraden thuis te blijven.

In het onderwijs geldt vanaf groep zes het advies om tweemaal per week preventief een zelftest af te nemen, en bij klachten sowieso te testen. Kinderopvangorganisaties krijgen, na een eenmalig experiment, geen gratis zelftests meer van het ministerie.

Meer over