InterviewEdith Hooge, voorzitter Onderwijsraad

Onderwijsraad: ‘Pak stereotypen aan om Nederland te onttronen als Europees kampioen mannen- en vrouwenstudies’

Betere schoolprestaties van meisjes, betere beroepskansen van mannen en typische vrouwen- en mannenstudies; volgens de Onderwijsraad werkt het onderwijs sekseongelijkheid deels zelf in de hand. Dat schrijft de raad in een woensdag uitgekomen onderzoek. Voorzitter Edith Hooge ziet kansen voor verbetering.

Nick de Jager
Edith Hooge, voorzitter van de Onderwijsraad. Beeld Onderwijsraad
Edith Hooge, voorzitter van de Onderwijsraad.Beeld Onderwijsraad

Bij pedagogische opleidingen is ongeveer negentig procent van de studenten vrouw, bij informatica ongeveer negentig procent man. Waarom speelt het onderwijs zelf een rol in de studiekeuzes van die leerlingen?

‘Nederland is in vergelijking met andere EU-landen kampioen wat betreft typische vrouwen- en mannenopleidingen: studies in techniek en ict worden gedomineerd door mannen, studies gerelateerd aan zorg, welzijn en onderwijs door vrouwen. Onze verkenning stelt dat dit niet verklaard kan worden door verschillen in capaciteiten en hersenontwikkeling, zoals vaak wordt verondersteld. Mannen hebben geen beter ruimtelijk inzicht en vrouwen geen beter taalgevoel. Het kan wel verklaard worden uit stereotiepe denkbeelden. Jongeren krijgen denkbeelden mee over wat ze kunnen en wat ze horen te doen. Die worden gecreëerd op vier plekken: thuis, in contact met leeftijdsgenoten, in de samenleving en ook op school, bijvoorbeeld via schoolloopbaanbegeleiding en lesmateriaal.’

Waarom zijn die denkbeelden een probleem? Ze horen toch ook een beetje bij de puberteit?

‘Het is belangrijk om stereotypen zo vroeg mogelijk tegen te gaan, want wij zien dat ze voor ongelijke kansen zorgen. Iedereen moet zijn of haar capaciteiten optimaal kunnen ontwikkelen en een beroep kiezen dat daarbij past. Als dat niet gebeurt, zullen jongeren minder bereiken en loopt de samenleving talent mis.’

Hoe kan het onderwijs dit tegengaan?

‘Vooropgesteld: het onderwijs heeft een rol, maar kan dit niet alleen. Er zijn geen quick fixes. Maar het helpt niet als je een ‘jongensaanpak’ of ‘vrouwenaanpak’ hanteert, dat je de sekse als speciale groep gaat behandelen. Het is beter om leerlingen individueel te benaderen en hun talent te stimuleren door hen goed te begeleiden bij hun studieloopbaan. Daarbij helpt bewustwording van die stereotypen.’

In het onderzoek staat bijvoorbeeld dat er ‘kan worden ingezet op het verleiden van jongeren minder stereotiepe keuzes te maken’. Betekent dat: vrouwen ontraden om in het onderwijs te gaan werken?

‘Nee, het omgekeerde. Een voorbeeld. In het hoger onderwijs krijgen jongeren soms de mogelijkheid om een onderneming te starten. Over jongens leeft het stereotype dat ze ondernemend zijn. Maar stimuleer ook meiden om mee te doen. Het gaat erom dat iedereen de kansen krijgt om te ontwikkelen wat hij of zij kan.’

Vrouwen worden op dit moment al gestimuleerd om een bètastudie te kiezen.

‘Er is de laatste jaren veel werk van gemaakt om meisjes techniek of wiskunde te laten studeren. Je ziet daar ook een ontwikkeling. Maar de beweging andersom, dat jongens zich vrij voelen om te kiezen voor typische vrouwenberoepen, mag meer aandacht krijgen. Het onderwijs kan dat niet alleen, daar ligt ook een taak voor de samenleving.’

Sommige psychologen geloven in de ‘gender equality paradox’: typische mannen- en vrouwenberoepen ontstaan in landen met juist veel kansengelijkheid, omdat daar de keuzevrijheid het grootst is. Waarom gaat die vlieger hier niet op?

‘Daar hebben wij in dit onderzoek niet naar gekeken. Wij hebben wetenschappers de opdracht gegeven om alle literatuur rondom hersenontwikkeling en -capaciteit te onderzoeken. Zij vonden daarin geen aanwijzingen voor enig verschil tussen mannen en vrouwen. Daarop is onze analyse, ondersteund door meer onderzoek, dat stereotiepe denkbeelden een grote rol spelen gebaseerd. Dat sluit natuurlijk niet uit dat mannen en vrouwen nog steeds belangstelling kunnen hebben voor andere beroepen.’

Lees verder:

De coronacrisis dreigt ongelijkheid te vergroten, waarschuwde de Onderwijsraad al in juli. ‘Waar thuis materiële voorzieningen zoals een internetaansluiting of laptop ontbreken, is afstandsonderwijs niet mogelijk of minder effectief’, schreef de raad.

‘Als we sekseverschillen op groepsniveau als uitgangspunt nemen voor beslissingen over wat goed is voor individuele jongens en meisjes, doen we onrecht aan al die jongens en meisjes die niet in dat stereotiepe plaatje passen’, schreef hoogleraar Judi Mesman in een opiniestuk in 2015.

Meer over