Onderwijsplannen interesseren niemand

Door een gebrek aan belangstelling kunnen absurde voorstellen in het onderwijs ongemerkt passeren. Dat kan ons duur te staan komen, betoogt Leo Prick....

Leo Prick

De staatssecretaris van Onderwijs Dijksma lanceerde op 6 november op de KindVakbeurs in Den Bosch een revolutionair voorstel voor naschoolse opvang. Dijksma: met een dynamisch aanbod van sport en cultuur, zodat ouders een wervelend programma krijgen aangeboden. Voor alle kinderen toegankelijk. Het past bij de werktijden, dus van 7.00 uur tot 19.00 uur. Geen gesleep met kinderen meer! Een programma van onderwijs, opvang, sport en cultuur, zodat er voor ouders iets te kiezen valt als ze een school zoeken voor hun kind.

Tot zover de staatssecretaris, die dus wil dat ouders nog meer te kiezen krijgen dan nu al het geval is.

Als scholen zich niet alleen onderscheiden in christelijk, katholiek, montessori, jenaplan, openbaar, dalton, reformatorisch, islamitisch en joods, maar ook nog in hockey, voetbal, pianoles, judo, basketbal, ballet, turnen en hiphop, zullen nog meer ouders de voorkeur geven aan een school buiten de eigen wijk.

Daarmee schetst Dijksma een ideaal dat haaks staat op wat haar partijgenoten op gemeentelijk niveau nastreven. Lokale bestuurders uit de PvdA-gelederen streven er immers al jaar en dag naar om de keuzemogelijkheden voor ouders te beperken. In Utrecht bekritiseert de wethouder ouders die de ‘eigen school’ voorbij fietsen om hun kinderen verderop naar school te brengen. In Amsterdam worden ouders verplicht hun kinderen binnen een bepaald postcodegebied op school te doen. In Nijmegen verdeelt een commissie leerlingen over de scholen, en een Amsterdamse deelraadbestuurder klaagt dat de hoofdstedelijke geesten daar nog niet rijp voor zijn.

Met de keuze welke vrijetijdsactiviteiten worden aangeboden, voeg je aan de bestaande verschillen tussen scholen ook nog eens een sociale dimensie toe. Nu is het nog zo dat laag opgeleide ouders die voor hun kinderen een betere scholing wensen dan ze ooit zelf hebben kunnen volgen, een school kiezen met kinderen van ouders die leren eveneens belangrijk vinden. Dat is in veel gevallen een school in een andere buurt dan waar ze zelf wonen en ook met een andere cultuur dan ze gewend zijn. Wanneer aan die school ook nog allerlei naschoolse activiteiten worden opgehangen die ver afstaan van de cultuur van de eigen buurt is een dergelijke stap op de ladder naar sociale stijging helemaal een brug te ver.

Het is wonderlijk dat politici van dezelfde politieke kleur zulke met elkaar strijdige ideeën nastreven, maar het is nog wonderlijker dat de media daarover braaf berichten zonder op die tegenstrijdigheden te wijzen. Die worden blijkbaar niet opgemerkt. Hoe dit te verklaren?

In de eerste plaats door gebrek aan interesse voor alles wat met onderwijs te maken heeft. Illustratief daarvoor zijn de reacties op twee rapporten die de Socialistische Partij heeft uitgebracht: De Leraar aan het woord en De Agent aan het woord. Beide rapporten, gebaseerd op een enquête onder duizenden leraren en agenten, kenden vergelijkbare uitkomsten zoals klachten over werkdruk, onvrede over aansturing en weinig tijd voor kerntaken. Aan de leraren hebben de media nul aandacht besteed. Aan de agenten wijdde Pauw & Witteman een volledige uitzending. Ook de kranten vonden alleen de agenten de moeite waard.

Bij het rookverbod of rekeningrijden wordt de berichtgeving gekleurd door wat betrokkenen er zelf van vinden. Daardoor wordt ook duidelijk dat het gaat om voorstellen die de mensen aangaan, dat het gaat om keuzes die gemaakt kunnen worden. Maar als er al over onderwijs wordt bericht, dan gebeurt dat zo onpersoonlijk dat het lijkt of de voorstellen bedoeld zijn voor de bewoners van een andere planeet. Wat journalisten voor zichzelf verlangen van een school, de wijze waarop zij zelf een school kiezen, dat doet er niet toe.

Daardoor wordt ook niet opgemerkt dat de door Dijksma bepleite school met een dynamisch aanbod aan sport en cultuur nooit zal kunnen bieden wat kritische ouders wensen. Die willen de wijze waarop hun kinderen hun vrije tijd doorbrengen, laten afhangen van de voorkeur van hun kinderen. Het muziekinstrument is het instrument waar hun kind voor kiest. Hetzelfde geldt voor sport: volleybal, honkbal, paardrijden. Hoe dynamisch het aanbod ook mag zijn, een school van 07.00 uur tot 19.00 uur betekent dat kinderen hun activiteiten moeten aanpassen aan wat de school te bieden heeft. Dat willen ouders niet.

Bovendien is het idee van de keuze voor een bepaalde school op grond van de vrije tijdsactiviteiten die worden aangeboden, ook niet realistisch. Want als u met uw kleuter van 3 op zoek gaat naar een school, weet u natuurlijk niet waar die later de voorkeur aan zal geven. Ook is het lang niet zeker dat de school, waar nu klassiek ballet, piano, hiphop en turnen wordt gegeven, dat pakket, als uw kind een jaar of acht is, nog steeds in de aanbieding heeft.

Een school kiezen op grond van de vrije tijdsactiviteiten is dus een gok. Dat kan dus niet. Maar dat het niet kan, dat haar voorstel niet realistisch is, betekent niet dat men er verstandig aan doet de gedachtespinsels van de staatssecretaris te negeren. Het verleden heeft namelijk geleerd dat ons dat duur kan komen te staan.

Zo heeft het kunnen gebeuren dat ouders ineens ontdekten dat er in het lager beroepsonderwijs geen beroepsonderwijs meer werd gegeven, en dat de mavo zo maar plotsklaps was opgedoekt. Die vernieuwingen werden ingevoerd zonder dat men dat echt in de gaten had. De media besteedden er pas aandacht aan toen de gevolgen ervan zichtbaar werden en daarover van allerlei zijden geklaagd werd. Nog steeds is het onderwijs druk doende zich van deze ontsporingen te herstellen.

Meer over