Nieuws

Onderwijsinspectie: problemen in het onderwijs groter geworden door corona

De coronacrisis heeft bestaande problemen in het onderwijs vergroot. Basisschoolleerlingen liepen afgelopen jaar vertraging op in onder meer begrijpend lezen en rekenen. Ook brugklassers van alle niveaus gingen achteruit in rekenen en lezen. Bovendien is de kansenongelijkheid gegroeid.

Leerlingen van het Amstelveen College krijgen geschiedenisles.
 Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Leerlingen van het Amstelveen College krijgen geschiedenisles.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Dat concludeert de Onderwijsinspectie in de Staat van het Onderwijs, het belangrijkste rapport van het jaar. De inspectie waarschuwt al tijden voor het feit dat jaarlijks duizenden jongeren het risico lopen school te verlaten zonder de ‘minimaal benodigde’ vaardigheden in lezen en rekenen. De gevolgen van de coronacrisis komen daar nu bovenop.

Daarom moet het onderwijs meer doen dan alleen de achterstanden van afgelopen jaar wegwerken, zegt inspecteur-generaal Alida Oppers. ‘Het onderwijs heeft een unieke kans om problemen aan te pakken die al jaren spelen. De regering heeft veel geld uitgetrokken om de achterstanden weg te werken. Dat biedt mogelijkheden die er normaal niet zijn.’

Het beeld dat de inspectie schetst van het afgelopen coronajaar is zorgwekkend. Leerlingen met een lage of gemiddelde sociaaleconomische achtergrond hadden het meest last van het afstandsonderwijs. In het basisonderwijs liepen zij gemiddeld anderhalf keer zoveel achterstand op in spelling, lezen en rekenen als leerlingen met een hoge sociaaleconomische status.

Het schrappen van de eindtoets in groep 8 vorig jaar heeft bovendien voor duizenden leerlingen nadelig uitgepakt, bleek dinsdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Door de coronacrisis kon het eindadvies van deze groep kinderen niet omhoog worden bijgesteld na het maken van een goede eindtoets. Vooral meisjes en leerlingen met minder welvarende ouders kregen een lager eindadvies.

Bijlessen

De kansenongelijkheid werd voor de coronacrisis al vergroot door het oprukkende schaduwonderwijs, signaleert de inspectie. Tussen 1995 en 2018 vertienvoudigde de jaarlijkse uitgaven van huishoudens aan bijlessen ruimschoots.

In het schooljaar voor de coronacrisis kreeg een kwart van de leerlingen in groep 8 bijles, in het voortgezet onderwijs gold dat zelfs voor bijna één op de drie leerlingen. Bijles voor een basisschoolkind kost ouders gemiddeld ruim 700 euro per jaar.

Volgens inspecteur-generaal Oppers krijgt het onderwijs ‘onbedoeld steeds meer kenmerken van een vrije markt, met alle kansen voor wie de weg kent, maar ook met de voorspelbare achterblijvers’. Dat is een zorgelijke ontwikkeling, aldus Oppers: ‘Regulier onderwijs als publieke voorziening zou het schaduwonderwijs overbodig moeten maken’.

De Onderwijsinspectie vraagt al langer aandacht voor een aantal structurele problemen in het onderwijs. Uit onderzoek bleek onlangs nog dat slechts een derde van de basisschoolleerlingen het streefniveau rekenen haalt. Uit internationaal vergelijkend onderzoek bleek eerder al dat een kwart van de Nederlandse 15-jarigen risico loopt op laaggeletterdheid.

Afstandsonderwijs

Nog een probleem dat de inspectie afgelopen jaren aankaartte: de kwaliteitsverschillen tussen scholen zijn groot. Dat blijkt nu ook bij het afstandsonderwijs ook te spelen.

Er zijn docenten die het lukt online les te geven en de aandacht van hun leerlingen online vast te houden, maar in andere gevallen hapert de techniek, reageren leerlingen nauwelijks en controleert de leraar niet of ze de stof begrijpen.

Op scholen waar praktische zaken rondom het afstandsonderwijs door de schoolleiding worden aangepakt, verlopen de online lessen soepeler dan op scholen waar leraren het zelf moeten uitvogelen, aldus de inspectie.

Meer over