Onderwijs gaat aan vernieuwing ten onder

HET betoog van Ton van Haperen (Forum, 18 april) bevat een diepe waarheid. Maar wie de waarheid spreekt, kan moeilijkheden verwachten....

De tweede fase is een miskleun die niet onderdoet voor de Basisvorming; het programma is overladen en versnipperd; het accent ligt op snel scoren, reproduceren en niet op leren; het studiehuis is al voor de invoering van de tweede fase een zachte dood gestorven: van de beloofde individualisering van het leerproces is niets terechtgekomen; het onderwijsrendement staat in geen enkele verhouding tot de kosten.

De waslijst lijkt compleet. Maar mag ik er nog wat uit eigen ervaring (35 jaar docent wiskunde, 20 jaar conrector) aan toevoegen? De leraar is schuldig, inderdaad. Maar de leraar is ook slachtoffer van sociologische wetmatigheden waaraan nauwelijks te ontkomen valt. In het onderwijs heeft namelijk - als overal elders - de nieuwe zakelijkheid toegeslagen. Hiërarchie en organisatie zijn belangrijker dan het welbevinden van de leerling. Overheadkosten zoals kosten voor de organisatie, voor interim-managers, voor team-building en andersoortige cursussen, rijzen de pan uit. Bekwaamheden en kwaliteiten worden niet meer gebaseerd op werkervaring maar op loyaliteit aan de organisatie (lees: de leidinggevende).

Minstens zo frustrerend zijn de ontwikkelingen op onderwijskundig gebied. De vorm is belangrijker dan de inhoud. Vage, algemene, onmogelijk te operationaliseren, elkaar tegensprekende vaardigheden (kunnen samenwerken en zelfstandig kunnen werken worden vaak in één adem genoemd) hebben de vakgerichte vaardigheden verdrongen.

Op mijn vakgebied zijn de 'vernieuwingen' onstuitbaar in de richting van de 'realistische' wiskunde gegaan. Een contradictie: kenmerk van de wiskunde en aantrekkingskracht voor leerlingen is juist de abstractie, de duidelijkheid. Leerlingen willen geen vage verhaaltjes en zoek-het-zelf-maar-uit teksten. Maar hoe moet je het oplossen van vergelijkingen uitleggen aan 'basisgevormden' die geen weet hebben van breuken, verhoudingen en talloze andere 'verouderde' rekenkundige begrippen; laten we dat lastige onderwerp dan maar schrappen.

De mens heeft generaties ervaring met het meester-gezel model, maar ook op pedagogisch terrein weten de onderwijsdeskundigen het beter dan Socrates (vooruit maar), Jan Ligthart en Maria Montessori. Altijd maar bemoedigen, nimmer ontmoedigen, zeggen die domme pedagogen uit het jaar nul. Al het leren begint met imiteren, beweren die oude meesters.

De klassikale les is een valide lesvorm, mits het lesgeven geschiedt in een veilige sfeer van stimulerende interacties, vonden ze. Als je pubers zonder duidelijke opdracht bij elkaar zet, komt er weinig van leren terecht. Positieve aandacht is een noodzakelijke voorwaarde voor succesvol leergedrag. Tegenwoordig beschouwt men dit als gevaarlijke uitspraken van onwetende onkundigen.

Maar laat ik me er niet mee bemoeien. De onderwijsdeskundigen zijn deskundig, want zij hebben immers de juiste cursussen gevolgd.

Meer over