Ondertekening 'Amsterdam' wordt sobere plechtigheid

Bij een sober verdrag hoort een sobere ondertekeningsceremonie. Het Verdrag van Amsterdam, dat morgen in het Koninklijk Paleis op de Dam wordt getekend, is geen mijlpaal in de Europese geschiedenis....

Van onze correspondent

Peter de Graaf

BRUSSEL

'Het wordt een sobere plechtigheid', meldt het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag. Vijftien ministers van Buitenlandse Zaken zullen morgenochtend hun opwachting maken in Amsterdam. Ook premier Kok, als gastheer, en de Luxemburgse premier Juncker, als voorzitter van de EU, wonen de plechtigheid bij, evenals de voorzitters van de Europese Commissie en het Europees Parlement, Santer en Gil-Robles. Na afloop van de ondertekening biedt koningin Beatrix het gezelschap een lunch aan.

In feite worden slechts de wijzigingen van en aanvullingen op de oude EU-verdragen ondertekend. Alleen dat 'wijzigingsverdrag' wordt ter ratificatie aangeboden aan de nationale parlementen van de lidstaten. Daarmee wordt voorkomen dat ook alle bestaande verdragen opnieuw geratificeerd moeten worden en bijvoorbeeld alsnog over de EMU-criteria uit het Verdrag van Maastricht kan worden gesteggeld. Het nadeel van deze procedure is wel dat het Verdrag van Amsterdam een praktisch onleesbaar document is.

De ratificatieprocedure in de vijftien lidstaten zal naar verwachting anderhalf jaar in beslag nemen. Pas daarna treedt het Verdrag van Amsterdam in werking. De Nederlandse regering verwacht in eigen land weinig problemen en hoopt dat de huidige Tweede Kamer nog net zijn goedkeuring kan geven. In sommige landen, zoals Denemarken en Ierland, wordt ook nog een referendum over het verdrag gehouden.

'Het is een verdrag van de kleine stapjes', zei premier Kok na afloop van de Europese Top in Amsterdam medio juni. Na twee dagen en nachten van moeizame onderhandelingen aan het Frederiksplein bleek er niet meer in te zitten. De vijftien regeringsleiders waren op cruciale punten, zoals de institutionele hervormingen om de Unie rijp te maken voor de toetreding van nieuwe landen, niet op één lijn te krijgen.

Daartoe ontbrak ook de noodzaak. De eerstvolgende uitbreiding van de EU dient zich op zijn vroegst pas over vijf jaar aan. Wie dan leeft, die dan zorgt.

Dat neemt niet weg dat enkele landen in het bijzonder zeer teleurgesteld zijn over het resultaat van Amsterdam. Zo zullen België, Frankrijk en Italië een aparte verklaring aan het verdrag toevoegen, waarin ze de noodzaak van institutionele hervormingen onderstrepen. Volgens de drie landen moet de EU vóór de eerste uitbreiding afspraken maken over de interne machtsverhoudingen (zoals de stemmenweging in de ministerraad) en een efficiëntere besluitvorming.

Ze dringen vooral aan op meer beslissingen bij gekwalificeerde meerderheid en terugdringing van het vetorecht. Hiermee moet verlamming van de besluitvorming worden voorkomen. Nederland noemt zo'n aparte verklaring overbodig, omdat een protocol bij het verdrag ook al aangeeft dat nog voor de eerste uitbreiding een oplossing moet worden gevonden voor de institutionele problemen.

Hoewel ook Nederland toegeeft dat de onderhandelingen in het kader van de inter-gouvernementele conferentie (IGC) minder hebben opgeleverd dan gehoopt, poogt het ministerie van Buitenlandse Zaken vooral de plussen van het nieuwe verdrag te onderstrepen. 'De Unie komt dichter bij de burger te staan, wordt een stuk democratischer en vooral slagvaardiger', resumeert een hoge ambtenaar in Den Haag.

De EU gaat meer doen aan milieu, volksgezondheid, werkgelegenheid en transparantie. Het Europees parlement krijgt meer medebeslissingsrecht. Het buitenlands beleid wordt iets slagvaardiger. Voor de grote lijnen wordt een strategie uitgestippeld waarover met gekwalificeerde meerderheid van stemmen wordt beslist.

Maar Nederland beschouwt vooral de versterking van het Europees jusititiebeleid als een succes. 'Schengen' wordt ondergebracht in het Verdrag van Amsterdam. Alleen de Britten en de Ieren doen niet mee aan de afspraken over een vrij personenverkeer en handhaven de paspoortcontroles. Ook het asiel-, visa- en migratiebeleid wordt 'Europeser'. De rol van het Europees Hof van Justitie is versterkt.

Een nieuw fenomeen is ook de 'flexibilisering' van het Europees beleid, waardoor sommige lidstaten op deelterreinen verder kunnen gaan samenwerken dan andere. Verder hecht de EU meer waarde aan de mensenrechten, wat impliciet een waarschuwing is aan het adres van de aspirant-leden.

Toch is het Verdrag van Amsterdam een schim vergeleken met het Verdrag van Maastricht, dat - hoewel door velen verafschuwd - de basis legde voor de verdere integratie van Europa, waaronder met name de EMU. Maar in Maastricht werd nu eenmaal afgesproken tot een evaluatie in 1997. En twee jaar geleden kwam daar de afspraak bij dat de EU een halfjaar na afronding van de IGC met de toetredingsonderhandelingen zal beginnen.

Het moeizaam bevochten resultaat in Amsterdam maakt de weg vrij voor de uitbreiding. Tijdens de Europese Top in Luxemburg medio december zullen de Europese regeringsleiders beslissen welke Oost-Europese landen naast Cyprus het eerst in aanmerking komen voor het begeerde EU-lidmaatschap.

Meer over