Onderschatte films

Weg met Casablanca en Citizen Kane en de andere cinematografische meesterwerken die voortdurend opduiken op lijstjes van favoriete films. Hier komen de tien meest onderschatte films volgens cineast Fons Rademakers en filmcriticus Peter van Bueren....

PETER VAN BUEREN; FONS RADEMAKERS

Fons Rademakers

1. Northern Lights van Rob Nilsson (1980), Amerikaan. Een sublieme semi-abstracte stroom van rijke zwart-wit beelden van een aliënerend weids Amerikaans landschap.

2. Hohen Feuer van Freddy Mürer (1985), Zwitser. Duister verhaal over eenzaamheid en incest in de Zwitserse bergen. Beklemmend, intiem portret van een verdwijnende wereld: het harde herdersleven in de volle natuur.

3. Caniche van Bigas Luna (1978), Spanjaard. Een absurd, komisch en obsceen drama van een waanzinnig excentrieke cineast beïnvloed door Dali en Buñuel. Voorloper van Almadovar.

4. Days of Heaven van Terrence Malick (1978), Amerikaan. Meeslepend epos gesitueerd op het Amerikaanse platteland tijdens de Depressie. Onvergetelijke rollen van Richard Gere, Brooke Adams en Sam Shepard. Prachtige fotografie van nestor Almendros. Moet gezien worden in 70 mm op reusachtig doek, zoals in The Dome in Los Angeles en dat is altijd voor een onbegrijpelijk klein publiek.

5. Tema van Panfilov (1977), Rus. Russisch melodrama van een miskende cineast. Sublieme sepiakleuren, intense acteursregie en boeiende verhaalstructuur maken van deze film een parel.

6. Beweeg niet, sterf, verrijs van Vitali Kanevski uit 1989, een Russische film. Kanevski maakte een biografische film over zijn jeugd. In grauwe zwart-wit kleuren vertelt hij op een zwartgallige tragikomische manier zijn verhaal.

7. Un Borghese Piccolo Piccolo van Mario Monicelli (1977), Italiaan. Alberto Sordi in de rol van zijn leven: als kleinburgerlijk ambtenaartje voor wie de hel losbreekt als zoonlief, net gepromoveerd, bij een terroristische aanslag om het leven komt. Brave burgerman transformeert zich tot een wraakengel. Een schitterende, in-trieste satire op de grote verlangens van kleine mensen.

8. Polyester van John Waters (1981), Amerikaan. Pure waanzin. Het unieke zat hem in het 'odorama'. Het publiek kreeg een 'scratch and sniff-cart' met getallen van 1 tot 10 erop gedrukt. Bij een scène waar een bepaalde geur te ruiken was diende men op een van de getallen te krabben corresponderend met een getal op het scherm.

9. Vlammende paarden van Sergej Paradjanov (1965), Rus. Geweld, liefde en dood in de Russische steppe. Paradjanov was een Armeense grootmeester die vooral aanzien genoot in Frankrijk. Bij leven reeds een legende, na zijn dood een monument. (Andere films van hem zijn zelden in het Westen in roulatie. Bijvoorbeeld Legende van het fort van Suram.)

10. The Accidental Tourist van Lawrence Kasdan (1988), Amerikaan. Neurose en eenzaamheid van een reisgidsenschrijver (William Hurt) die inwoont bij zijn zusters. Langzaam kruipt hij uit zijn zelf gekozen isolement als blijkt dat hij verliefd is op een curieus persoontje.

Peter van Bueren

Het kan verschrikkelijk pijn doen wanneer iemand een film die je persoonlijk diep geraakt heeft, zelfs ongezien, laatdunkend bejegent. Een paar van zulke gevallen misstaan niet op een lijstje van onderschatte films.

1. Omstreeks 1969 wordt Le 17e parallèle van Joris Ivens uitgezonden op de televisie. Ik werk bij (toen dagblad) De Tijd en schrijf voor de televisiepagina een voorbeschouwing over deze aangrijpende ode aan de bewoners van een Vietnamees dorpje dat dag en nacht door de Amerikanen gebombardeerd wordt. Tot mijn verbazing blijkt de volgende dag mijn stuk ondertekend door de chef buitenland. Als ik begin te lezen merk ik dat het geen vergissing van de eindredactie is. Hoofdredacteur Lücker heeft mijn stuk eigenhandig, en zonder mij te informeren, verwijderd en laten vervangen door een pro-Amerikaans betoog over de oorlog in Vietnam. Hij wil in zijn krant niets lezen over die 'verrader, die de Beria-processen heeft goedgekeurd'. Ik denk dat toen mijn zwak voor Ivens begon.

2. Cannes, 1979. Op de stoep van Le petit Carlton staat ook Harry Mulisch, wiens Twee vrouwen door George Sluizer verfilmd is en in Cannes in première gaat. De schrijver betoogt dat Amerikanen vóór het jaar 2000 nooit een film over Vietnam mogen maken. Daarom is Apocalypse Now een schandelijke film! Ik heb hem net gezien, ben er kapot van en verdedig Coppola. Dat had ik beter niet kunnen doen. Er vormt zich al snel een cirkel joelende toeschouwers rond de heftige discussie. Ik weet niet of Mulisch zijn onjuiste mening ooit heeft herzien.

3. Herinneringen aan het gele huis van Joao César Monteiro wint in 1989 een Zilveren Leeuw in Venetië en wordt met veel succes vertoond op het Rotterdamse festival. Ik schrijf bij de première een laaiend enthousiast stuk en we hebben ook nog een interview met de Portugese regisseur. 'Er is weer niets bijzonders deze week, hè', luidt de stimulerende ochtendgroet van een collega die er prat op gaat verstand van film te hebben. 'Dan heb je de filmpagina nog niet gezien', antwoord ik verwonderd. 'Juist wèl, daarom zeg ik het ook.' 'Dan zou je toch echt die Portugese film eens moeten gaan zien, zul je prachtig vinden', probeer ik nog. De collega, die zoveel van film schijnt te houden, barst uit in een smalende lach: 'Kom nou, ik ga toch ook niet naar Bulgaarse jazz'

4. Eén keer ga ik zelf behoorlijk in de fout. Het is heel laat geworden in Cannes (1983), tot diep in de nacht ruzie gemaakt met Herbert Curiël. Toch zit ik om half negen bij Narayama van Imamura. Die film begint buitengewoon traag en na vijf minuten val ik in slaap. Als ik binnen een half uur nog twee keer ben ingedut, loop ik weg. Het regent hard en de eerste die ik op straat tegenkom is Herbert Curiël. 'Zeker weer niks, hè' schalt hij over de verlaten boulevard. Ik strompel naar mijn hotel om nog even een tukje te doen. Een maand later zie ik Narayama opnieuw en nu helemaal. Ik schaam me dood: een meesterwerk!

5. De laatste weken veel films over de oorlog op de televisie. De bunker, Soldaat van Oranje, Het meisje met het rode haar, Het bittere kruid: de omroepen kiezen voor heldhaftig verzet of een lijdend joods meisje. Maar niet Pastorale 1943, Wim Verstappens heel aardige verfilming van Simon Vestdijks boek over de lulligheid van verzetsmensen in een kleine stad.

6. The Magnificent Ambersons. De tweede film van Orson Welles kon na diens briljante debuut Citizen Kane natuurlijk nooit zo goed zijn. Maar het is een geweldige film, ondanks de verminkingen door de producenten.

7. Solaris, Tarkovski's prachtige psychologische sciencefictionfilm (1972) naar een boek van Lem. Zie je ten onrechte zelden of nooit, zelfs niet op een Tarkovski-retrospectief.

8. Chronik der Anna Magdalena Bach. Mooiste Bach-film aller tijden, zonder Jeroen Krabbé, maar met Gustav Leonhardt aan het clavecimbel. Misschien de beste film van Jean-Marie Straub, wiens meer recente werk soms sterk overschat wordt, vooral door mensen die uit modieusheid niet goed kunnen onderscheiden wat vol of leeg is.

9. La chambre verte. Nauwelijks bekende film van François Truffaut, maar een van zijn mooiste, dit super-romantische en zeer persoonlijke verhaal van een journalist die niet ontrouw wil zijn aan zijn gestorven vrouw.

10. Deux ou trois choses que je sais d'elle. Schitterende, sociologisch getinte analyse van de grote stad. Marina Vlady speelt een keurige huisvrouw die hoer wordt, zoals iedereen volgens Jean-Luc Godard door de maatschappij gedwongen wordt te hoereren. Een van die films waarvan ik na dertig jaar nog de 'geur' bewaar. Wordt nooit vertoond en nooit genoemd op wat voor lijstje ook. Dan nu maar.

Meer over