Ondermijnen

De Franse Revolutie van 1789 is veroorzaakt door Voltaire en Rousseau. Soms mag ook Beaumarchais (De bruiloft van Figaro) delen in de eer de directe aanstichter van de Grote Omwenteling te zijn geweest....

ED SCHILDERS

In het wereldbeeld van de boekenhater bestaan geen armoede, sociale onderdrukking en veranderende machtsverhoudingen. De boekenhater kent slechts orde en verstoring van die orde door boeken. Als Henri Bruning dan ook in de oorlogsjaren voor de foute uitgeverij De Schouw de brochure Het goede boek schrijft, lijkt het alsof het altijd Kerstmis zal zijn als aan twee voorwaarden voldaan wordt: de staat schept en handhaaft orde, de schrijvers zullen met hun boeken die orde steunen en de gestalte van cultuur geven. Het is een oud, christelijk geluid dat Bruning nieuw leven inblaast. Slechte literatuur, zegt Bruning, is 'een vlucht uit de realiteit' en slechte schrijvers speculeren 'op angst-instincten eener verpeupelde massa'. En ook Bruning gebruikt het woord 'ondermijnen'. Uiteindelijk, zeggen boekenhaters, komt daar oorlog van of revolutie.

Van Meurs had 'van ooggetuigen' vernomen dat in de Frans-Duitse oorlog (1870-1871) de Franse officieren slechte romans lazen, terwijl de Duitse bevelhebbers boeken lazen 'welke op het krijgswezen betrekking hebben'. Vandaar dat Frankrijk verloor.

De Eerste Wereldoorlog kwam voor boekenhaters niet als een verrassing. Het kon immers geen toeval zijn dat de Duitsers Frankrijk binnenvielen vlak nadat het Franse tijdschrift L'Illustration weer een van zijn liederlijke reportages had gepubliceerd. En als in de Revue des deux mondes het werk van Henry de Régnier geprezen wordt, merkt de redactie van het tijdschrift Boekenschouw op: 'Wie zulk werk durft prijzen, moet maar niet te hard klagen over de verwoestingen der boches (moffen).' Over de bombardementen van de Noordfranse kathedralen werd door Hachette een fotoboekje gepubliceerd. In het comité van aanbeveling van dit boekje hebben anti-katholieke auteurs zitting: Clémenceau, Flammarion en Anatole France. Niet de getoonde verwoestingen hebben de recensent dan ook 'treurig en wrevelig' gestemd, maar deze auteurs 'die zonder twijfel over hun land grooter verwoesting hebben gebracht dan ooit een vijandelijk leger kan doen'.

Nederland was in deze oorlog neutraal, maar ook bij ons was waakzaamheid geboden. Het boekengevaar loerde overal. Boekenschouw had immers vernomen dat 'aan de rooms-katholieke militairen in Limburg' slechte boeken waren gestuurd: 'Het vuile Decamerone van Boccaccio en liefst volledig. Vervolgens van den afvalligen Charbonnel Levensdrang; twee boeken van Zola, die op den Index staan; en eenige werken van d'Annunzio, die ook veroordeeld zijn; men mag wel een waakzaam oog houden op de zendingen.'

De boekenhater is een bange lezer en zijn fobie is aandoenlijk, soms lachwekkend in zijn ongerijmdheid. Hij gaat hyperventileren van Voltaire, krijgt zweet in de handen bij Boccaccio. Het onbegrijpelijke is dat er altijd maar één remedie tegen deze fobie geweest is: de boekenliefde zoals die van Bruning. 'Geen vrijheid maar orde', schreef hij in zijn definitie van het goede boek. 'Vrijheid is een bron van tuchteloosheid; slavernij ook aan de meest vernederende massa-instincten.'

Dat is de boekenhater in zijn ware gedaante. Zijn lachwekkende wantrouwen, zijn aandoenlijke angst: hij ondermijnt met genoegen zijn vrijheid, onze vrijheid, om dapper te lijken.

Ed Schilders

Meer over