Onderhuids spektakel

Hang wat langer rond in de loods en de contouren van een gewijde plek dienen zich aan.

DOOR STEFAN KUIPER

Het is zeker een waagstuk. Vraag een weinig toegankelijke, niet heel populaire, soms zelfs tamelijk onbegrijpelijke Fransman om je jaarlijkse kunstmanifestatie in te richten, en hoop dat het een populaire, toegankelijke en begrijpelijke tentoonstelling oplevert.

Toch is dit precies wat Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam deed toen het vorig jaar de Armeens-Franse beeldend kunstenaar Sarkis (Istanbul, 1938) benaderde voor de nieuwste aflevering uit de Onderzeebootloods-reeks, de derde inmiddels.

Het resultaat van die samenwerking is nu te zien in de haven van Rotterdam. Het heet Ballads, beslaat de hele loods (5.000 kubieke meter) en bestaat uit een combinatie van oud én nieuw werk. Daar zitten mooie dingen bij.

Bijvoorbeeld: een mobiel huis in de vorm van een ufo (die ruikt naar een caravan na twee weken op een Franse familiecamping). Of: een houten bootje met een sumoworstelaar met haar gemaakt uit lint van cassettebandjes. En: een carillon dat sferische tingeltangelmuziek speelt. En ook: een kring met donsveertjes beplakte fietsen (waarop je mag rondrijden). Een overkoepelend thema of gemene deler ontbreken. Als kijker word je geacht zelf de lijntjes te leggen.

Dat is niet per se eenvoudig. Sarkis lijkt als kunstenaar zichzelf bij elk werk opnieuw uit te vinden; bovendien houdt hij er een tamelijk particuliere manier van denken en spreken op na. Hij is het soort man dat oprecht meent dat 'geel' gelijk staat aan 'concentratie' en blauw aan 'het goddelijke'. En die met een strak gezicht dingen zegt als: 'De walvis gaat omhoog, dus de lamp moet naar beneden.' Zijn gedachten kennen een interne, vaak nauwelijks met de realiteit verbonden logica. Probeer daar maar eens greep op te krijgen.

Maar zie: hang wat langer rond in de loods en de verbanden dienen zich vanzelf aan. Zo doen die geel-blauw-rode kunststoframen wel een beetje denken aan het gefilterde licht van glas-in-loodvensters in een basiliek. En die reusachtige lamp die als een kruisspin aan een draad naar beneden zakt, die heeft wel iets van een enorme middeleeuwse kandelaar. Dat rare tempeltje van boomstammen met in de top dat carillon - dat flarden speelt uit Litanie voor de walvis van avant-gardecomponist John Cage, is dan weer net een kerkorgel.

Hoe langer je rondloopt (of -fietst) tussen Sarkis' vreemde objecten, hoe meer de contouren zich aftekenen van een gewijde, sacrale plek.

Het mooie van Sarkis' werk is dat hij de religieuze symboliek nooit te sterk aanzet. Nooit zegt hij: 'Dit ís een kerk.'

Zijn installatie is genereus en laat ruimte voor andere associaties, voor andere verhalen en fantasieën; zij zou bijvoorbeeld óók kunnen gaan over Stonehenge-achtige riten, over de tribale praktijken van fictieve onderwaterwezens, voor mijn part over een in de haven van Rotterdam gestrande bende aliens met vierkante voeten en vilten sloffen, die met de walvissen communiceren en op met veren bedekte fietsen huiswaarts proberen te keren.

Hier vindt het spektakel niet plaats voor je ogen. Het zit erachter.

Ballads door Sarkis Onderzeebootloods, Rotterdam; te zien tot 30 september.

undefined

Meer over