Onderhuids allemaal Afrikanen

Paleoantropoloog Chris Stringer, hoofd van de Human Origins groep van het Natural History Museum in Londen, is voor de duvel niet bang....

Stringer schreef vervolgens een buitengewoon gezaghebbend proefschrift over zijn bevindingen, met een even heldere als tegendraadse conclusie: Neandertalers kunnen geen voorvaderen zijn van de moderne mens, van Homo sapiens. Ze vertegenwoordigen een afzonderlijke lijn van mensachtigen die uiteindelijk is weggedrukt door een nieuwe soort. Die had in de evolutie meer geluk en kon de wereld de laatste honderdduizend jaar koloniseren. Zijn visie is inmiddels geaccepteerd, mede door zijn vorige boek: In Search of the Neanderthals.

Samen met wetenschapsjournalist Robin McKie (the Observer) schreef Stringer nu African Exodus, dat de theorie uit de doeken doet over de Afrikaanse oorsprong van de moderne mensheid. Die opvatting is de laatste tien jaar, mede door de gedreven inspanningen van Stringer zelf, veranderd van ketterij in geaccepteerde wetenschap.

De theorie is in grote trekken eenvoudig. De vroege voorvaders van de mens stammen uit Afrika. Waarschijnlijk leefden er zelfs tegelijk meerdere lijnen van afstamming. Een van die soorten, Homo erectus, zwierf meer dan een miljoen jaar geleden uit over Europa en Azië tot in Java aan toe. Pas zo'n 150 duizend jaar geleden ontstond in de Afrikaanse savanne de moderne mens, Homo sapiens, een soort die zich vervolgens, mogelijk in enkele golven, over de aardbol verspreidde.

In African Exodus schetsen Stringer en McKie uitgebreid het bewijsmateriaal voor deze visie. Cruciaal is bijvoorbeeld Stringers reconstructie van een schedel van een 130 duizend jaar oude Homo sapiens van wie Richard Leakey in 1967 in Kibish, Ethiopië, de resten vond. Tot die tijd was de visie gangbaar dat de moderne mens buiten Afrika was voortgekomen uit lokale groepen Homo erectus.

De Out of Africa-theorie kreeg pas het laatste decennium echt trekken van onontkoombaarheid door het werk van populatie-genetici als Luigi Cavalli-Sforza van Harvard University. Die onderzoeken de genetische verwantschappen van mensen over de hele wereld en stellen vast dat er verrassend recent - in geologisch opzicht is honderdduizend jaar gisteren - nog gemeenschappelijke voorvaderen moeten hebben geleefd.

Stringer en McKie brengen de theorie en de bewijzen netjes over het voetlicht en African Exodus zou al een heel behoorlijke populaire inleiding in de hedendaagse paleoantropologie zijn geweest, als ze het daarbij hadden gelaten. Maar Stringer wil meer. De Out of Africa-theorie, schrijft hij, betekent namelijk dat raciale verschillen evolutionair nieuwe en betrekkelijk oninteressante facetten van de anatomie van de moderne mens zijn.

We zijn, kortom, onderhuids allemaal Afrikanen. De raciale verschillen zijn recente en oppervlakkige aanpassingen aan plaatselijke omstandigheden, die met de psyche niets te maken hebben, in tegenstelling tot veel racistische vooroordelen. Een zwarte huid is een goede bescherming tegen intense zon. Een tenger lichaam is in een heet droog klimaat gunstig. Gedrongen blanke lichamen weerstaan koude beter.

Stringer verdedigde die stelling enkele maanden geleden al in een spraakmakende uitzending van het VPRO-programma Noorderlicht en kreeg daarbij uit academische hoek flink de wind van voren. Hij misbruikte zijn vakgebied om een zuiver politieke overtuiging over het voetlicht te brengen, luidde het belangrijkste verwijt. En dat terwijl Stringer met zijn reconstructies en krachtige theorievorming het vak tot grote hoogte heeft gebracht.

Op plaatsen is African Exodus vooral bijna aandoenlijk naïef van opzet. 'Serven bevechten Bosniërs, Tutsi's slachten Hutu's af, zwart en blank bewaren een gewapende vrede in de Amerikaanse voorsteden. Ons nieuwe evolutionaire perspectief biedt de gelegenheid om de oorzaken en gevolgen van de raciale verdeeldheid te hertaxeren', heet het ergens in het boek.

De wetenschap dat rassen onderling minder genetisch verschillen dan de variaties binnen elk ras, zal de slachtoffers weinig helpen, zo valt te vrezen. Dat hersenvolume vooral samenhangt met de klimaatzone omdat lichaamsbouw evolutionair is bepaald door warmtehuishouding, en omdat hersenvolume per kilogram lichaamsgewicht altijd constant is, brengt verdrukten waarschijnlijk niet veel verder.

African Exodus valt dat niet te verwijten. Het boek lijkt vooral een reactie op de recente uitwassen van wetenschappelijk getint racisme in de Verenigde Staten, en specifiek het omstreden The Bell Curve van Herrnstein en Murray. Dat boek uit 1994 bevat het betoog - aan de hand van een lawine van statistieken - dat zwarten objectief gezien minder intellectuele vermogen hebben en dat het dus geen zin heeft extra aandacht aan achterstandsgroepen te besteden.

Dat dat standpunt niet alleen tamelijk onfatsoenlijk is, maar bovendien gebaseerd op totale overschatting van het IQ-begrip, kwam destijds al ruimschoots aan de orde. Stringer en McKie zetten er nu een stevig wetenschappelijk weerwoord tegenover.

Racisme is letterlijk kortzichtig, benadrukken ze, mogelijk een culturele uitvinding van de zeevarende naties in de Renaissance, waarvan de scheepsbemanningen na maandenlange isolatie plotseling andere culturen aan de horizon zagen opdoemen. Wie de tienduizenden jaren daarvoor rondliep, viel de geleidelijke overgang tussen de diverse menstypen onderweg waarschijnlijk niet eens op.

Stringer en McKie maken zich nog de meeste zorgen over het feit dat we in tienduizenden jaren juist zo weinig zijn veranderd. Alle technologie en organisatie zijn maar een dun laagje over een wezen dat nauwelijks is te onderscheiden van wat er ooit uit Afrika vertrok. Is, somberen ze, de vraag niet gerechtvaardigd of onze cultuur ons boven de pet groeit? 'Het ontwikkelen van technologie vergt mogelijk minder intelligentie dan haar te overleven', stellen ze.

African Exodus maakt soms een nogal verbrokkelde, ongecoördineerde indruk en bevat hier en daar stokpaarden die de uitgever zeker had moeten schrappen. Het zijn echter kleine smetten voor een oprecht boek van een topwetenschapper in een tijd dat wetenschap en engagement elkaar nauwelijks lijken te verdragen.

Martijn van Calmthout

Chris Stringer en Robin McKie: African Exodus

Jonathan Cape, import Nilsson & Lamm; ¿ 59,80

ISBN 0 224 03771 4

Meer over