Onderhandelen op z'n Sudanees

Over: vrede, bestanden, een nieuwe staatsvorm..

Wim Bossema

Het langste debat in Afrika wordt gevoerd in Sudan. Daar wordt al bijna net zo lang onderhandeld als er wordt gevochten, eerst tijdens de burgeroorlog in het zuiden, de afgelopen twee jaar ook in de westelijke regio Darfur. De speciale VN-gezant voor Sudan, de Nederlandse oud-minister Jan Pronk, vertelde deze week in een lezing over de even bizarre als bloedige Sudanese wijze van conflicten aangaan. En hoe de VN daarin verstrikt raakten.

Tíen jaar lang is er serieus onderhandeld over vrede tussen het verzet in het zuiden (waar volkeren wonen die zwart zijn van huidskleur en die het christendom of het animisme als geloof aanhangen) en de regering in het noorden (met overwegend islamitische en Arabische of gearabiseerde inwoners). Op 31 december 2004 was er dan eindelijk een definitief akkoord dat een week later is getekend.

Dat is geweldig, maar denk niet dat de boel daarmee is geregeld, zei Pronk op de bijeenkomst georganiseerd door de (Society for International Development) op de Vrije Universiteit in Amsterdam. Om maar eens wat te noemen: er is nog geen interim-grondwet aangenomen, en oud-opstandelingenleider en aanstaand De Sudanezen lijken wel verslaafd aan onderhandelen. Tot in de kleinste details moeten geschillen worden geregeld. Beloften worden niet nagekomen, nieuwe eisen op detailniveau duiken plotseling op. Ook dienen zich gedurende onderhandelingen steeds nieuwe aspirant-gesprekspartners aan. Waarna het hele circus weer opnieuw kan beginnen. Dat is nu weer het geval bij de onderhandelingen over Darfur. Opeens is er een derde rebellenbeweging (er waren er al twee) die mee wil praten. Pronk zei te vermoeden dat die is opgezet door de Sudanese regering om de onderhandelingen te bemoeilijken.

Een oplossing is meestal niet het doel van Sudanese Pronk en Annan in Darfur.

onderhandelaars, maar het zo lang mogelijk rekken van de gesprekken.

Voor bemiddelaars is dat vice-president John Garang om gek van te worden, zeker als komt niet naar de hoofdstad zij dit fenomeen niet begrijpen. Khartoem, zolang de oude grondwet De meeste partijen hebben er belang van kracht is. 'Want daartegen bij dat de oorlog voortduurt heeft hij zijn hele leven gev en vanuit hun tactiek is diplomatie o ch t e n . ' het rekken van de oorlog met andere middelen. Clausewitz ('oorlog is voortzetting van politiek verkeer met andere middelen') op zijn kop.

Pronk is door lange ervaring wijs geworden. Aan de eerste Sudanese burgeroorlog in de jaren zestig kwam een eind toen de jonge Pronk minister van Ontwikkelingssamenwerking was. Hij verhaalde hoe het kabinet-Den Uyl besloot de vrede met ontwikkelingshulp te belonen. Tien jaar nadien begon de strijd in het zuiden opnieuw, heftiger dan voorheen. En ook het onderhandelen begon opnieuw, op aandringen van de Verenigde Naties.

Wat de VN te bieden hadden was humanitaire hulp. Pronk noemde dat een manier van afkopen, want echt ingrijpen -met diplomatieke druk, een vredesmacht, sancties en wat dies meer zij -wilden de landen in de Veiligheidsraad niet. Er kwam miljarden aan hulp, memoreerde Pronk, een luchtbrug naar het zuiden vanuit Kenia, Operation Lifeline Sudan. Waarover de Sudanese partijen naar hartelust konden palaveren. De hulp werd een buit voor gewapende strijd -ook tussen verzetsgroepen onderling -en voor een eindeloze reeks overlegrondes.

In 1993 klopte Pronk -hij was weer minister van ontwikkelingssamenwerking -aan bij de toenmalige VN-chef Boutros Ghali.

De Sudanezen moeten tot politieke onderhandelingen worden gedwongen, zei hij. 'Boutros Ghali zei: ik kan het niet, waarom doe je zelf niet iets?', vertelde Pronk. In al zijn verbijstering over de onwil van de VN, reisde hij in 1993 naar Sudan, maar achteraf moet hij toegeven: 'We hebben niet ontzettend veel succes gehad.' Maar het was het begin van de tien serieuze onderhandelingsjaren, waarin Pronks opvolgers Herfkens en Van Ardenne de gekmakende bemiddeling voortzetten.

Na de aanslagen van 11 september 2001 tegen de VS, zette Washington zich opeens in voor een vredesregeling in het kader van het 'indammen van terreur'.

Dat gaf net de doorslag, meent Pronk. Toch heeft het gesteggel nog jaren geduurd. Maar, zei Pronk, nu 'is alles afgesproken, wat er af te spreken viel'.

Dat wil zeggen: er is een overgangsperiode aangebroken van zes jaar, waarna de bevolking van het zuiden zich alsnog in een referendum over afscheiding of niet mag uitspreken. Het kan zijn, dat de strijd dan weer van voren af aan begint, zo temperde Pronk zijn eigen optimisme.

Want er is geen regering zo bedreven in het manipuleren als die in Khartoem, zei Pronk. In de oorlog zet ze milities in, want het leger is 'niet erg sterk'. Zo duiken er steeds weer ongrijpbare benden op, bewapend door het leger, maar verder autonoom. Zo kan de regering zeggen dat ze geen greep heeft op die milities. En met reden, meent Pronk: de belofte van Khartoem aan de VS om de janjaweed-milities in Darfur te ontwapenen was volkomen loos.

En ook de onderhandelingen weet Khartoem meesterlijk te ontregelen. Pronk vertelde dat de regering soms neponderhandelingen voerde met door haarzelf in het leven geroepen verzetsbewegingen. Het verzet splijt ook zelf; er zijn groepen in het zuiden voor wie een plaats in de interimregering is gereserveerd, maar die nog niet meedoen.

Zo ging het rond de oorlog in het zuiden; zo gaat het bij de vredesbesprekingen om Darfur. De bemiddelaar, de Afrikaanse Unie, krijgt niets voor elkaar in dit spel. Ondertussen gaat het moorden, verkrachten en verdrijven door, al trok Pronk de berekening van zijn VN-collega Egeland dat er 180 duizend doden zijn gevallen in twijfel: een 'berekening op de achterkant van een luciferdoosje, niemand weet het precies'.

Weer zo'n raadsel, vage cijfers die een grote rol spelen in het debat. De Afrikaanse vredesmacht haalt wel wat uit, betoogde Pronk, de omvang van de misdaden is afgenomen. Hij gelooft erin, hij gaat een vredesmacht leiden, wil een miljard dollar per jaar en een duidelijk mandaat. Het is nog niet rond, tot zijn spijt, hoewel de VS van genocide spreken in Darfur en de VN van bijna-genocide.

Pronk moet schipperen tussen de V-raad, de Sudanese regering en rebellen van allerlei pluimage, die onderhandelen niet erg vinden, zoals Pronk fijntjes opmerkte, omdat ze daarvoor van de VN een fikse dagtoelage krijgen. Het debat in Sudan is even noodzakelijk als perfide.

Meer over