Onderduikersmuseum past in verleden én heden Aalten

Ietwat moeizaam zakt Gerard van Essen door zijn 78 jaar oude knieen voor een klein gat in de muur van de zolderverdieping....

Van Essen zat zelf ook ondergedoken in Aalten. Bij een boer in de varkensstal. Ook op zolder trouwens. 'Iedereen denkt dat onderduikers in de kelder zitten, dus daar kijken ze het eerst.'

Het hol op zolder moet het klapstuk worden van het Aaltense onderduikersmuseum. Want dit stadje in de Achterhoek heeft iets met onderduikers. In Aalten zaten in de Tweede Wereldoorlog 2500 onderduikers op 13 duizend inwoners. Meer dan waar ook in Nederland.

Het is nooit echt onderzocht, zegt burgemeester T. Bouwers. 'Maar op eigen gezag durf ik wel een verklaring te geven.' Zo is er het feit dat de Aaltense bevolking werd gedomineerd door orthodox-protestanten. Gewoonlijk zijn die uiterst gezagsgetrouw, zegt Bouwer, die zelf hervormd is opgevoed. 'Maar het Duitse gezag werd niet gezien als een gerechtvaardigde overheid.' Verzet was daarom niet alleen gewettigd, maar zelfs min of meer een plicht.

Bedenk daarbij dat grote gezinnen in deze streek gewoon waren - 'een extra eter maakte dus niks uit' - en dat de Achterhoeker van nature nogal gesloten is en het bedje was gespreid voor onderduikers. Die kwamen dan ook.

Vooral uit Rotterdam, waar dominee Th. Delleman, die voor de oorlog in Aalten had gepredikt, jongemannen die voor de Arbeitseinsatz werden opgeroepen naar de Achterhoek sluisde. Daar werden ze verder geholpen door 'ome' Jan Wikkerink, de plaatselijke aannemer annex verzetsheld.

De verhalen van ome Jan, dominee Delleman en Gerard van Essen moeten een mooi plekje krijgen in het onderduikers- en verzetsmuseum. Het idee daarvoor kwam min of meer bij toeval op, vertelt de burgemeester. In 1993 kwam aan de markt een oud pand leeg waarin behalve een onderduikershol op zolder ook nog een oude schuilkelder zat.

De museumconsulent van de provincie Gelderland informeerde langs zijn neus weg of dat niks was voor een museum. 'Eerst hadden wij zoiets van: alweer die oorlog.' Toch liet de gemeenteraad een onderzoek doen.

Bouwers ging langs bij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD), de Anne Frank Stichting en de Stichting '40-'45 die hem vertelden dat een onderduikersmuseum uniek zou zijn in Nederland. Er zijn legio verzets- en oorlogsmusea, maar aan onderduikers wordt nergens veel aandacht besteed.

Terug in Aalten werd een plan gemaakt voor het aankopen van het pand aan de markt en het opknappen tot een museum. Dat kost ruim drie miljoen. De gemeente wil een miljoen meebetalen en stelt zich garant voor de exploitatie, een vriendenstichting zamelt een half miljoen in.

Blijft over anderhalf miljoen, waarvoor de provincie Gelderland is benaderd. De provincie reageerde positief, maar klinkende munt bleef tot nog toe uit. Aalten heeft zijn hoop nu gevestigd op een regeling voor de versterking van de culturele infrastructuur die deze week door Provinciale Staten is aangenomen. Dit najaar wordt beslist of het onderduikersmuseum hiervan kan profiteren.

Het zou mooi zijn als het er kwam, zegt Van Essen. Hijkwam via een omweg in Aalten. Hij werd in 1943 in Duitsland in de Hoogovens te werk gesteld. Op verlof in Nederland bezocht hij zijn broer die ondergedoken zat in Aalten. Daar kreeg hij het aan de stok met de boer die zijn broer onderdak gaf.

'Jij werkt voor de vijand, zei hij. Jij moet onderduiken. Zo principieel waren ze hier.' Van Essen vond niet dat hij de vijand hielp. Ze saboteerden erop los. 'We kieperden elke avond kilo's gereedschap in de rivier.'

Het leven als onderduiker was niet zo spectaculair. Van Essen, kapper van beroep, trok met schaar en scheermes langs de boeren. 'Alleen als bekend was dat er een razzia op komst was, bleven we in ons hol.' Aalten is goed geweest voor hem. Na de oorlog liet hij zijn meisje komen en nam een kapsalon over. Ze trouwden en kregen vier kinderen. Aalten heeft een verleden om trots op te zijn, vindt Bouwers. Een verleden dat doorwerkt in het heden. Aalten was een van de eerste gemeenten met een asielzoekerscentrum dat nu een permanente status krijgt. 'Unaniem gesteund in de gemeenteraad, met verwijzing naar de onderduikers.' Voor immer getrouw aan het gebod van de profeet Jesaja, gebrandschilderd in een raam van de Oosterkerk, dat dankbare onderduikers na de oorlog aanboden: 'Verbergt de verdrevene en meldt de omzwervende niet.'

Meer over