‘Onder Soeharto was alles beter, zelfs de corruptie’

Veel Indonesiërs verlangen terug naar de tijd van Soeharto, toen er genoeg werk was. Op vrije dagen trekt zijn graf duizenden idolate bezoekers.

De belangrijkste brug naar Astana Giribangun is al maanden wegens reparatie gesloten. Wie met de bus komt moet een enorme omweg maken, of overstappen in minibusjes die via rotsige sluipweggetjes wél snel Soeharto’s graf kunnen bereiken. De kleine busjes doen gouden zaken. Zij krijgen de bezoekers niet aangesleept.

Soeharto glimlacht van achter zijn graf op ze neer. Hij oogt vriendelijk op het schilderij, een echte vader van het vaderland. Twee andere schilderijen zijn er nodig om alle onderscheidingen te bergen die hij tijdens zijn leven heeft verzameld. Veel van die onderscheidingen moet hij zichzelf hebben opgespeld, want in zijn Indonesië was hij degene die over alles ging.

Bezoekers komen fluisterend en in kleine groepjes naar binnen, om hem eer te bewijzen. Soeharto (1921-2008), de man die zichzelf de eretitel ‘bouwer van de natie’ gaf. Zo staat hij in de geschiedenisboekjes en zo ligt hij hier begraven. Zijn roemloze val in 1998, en de daaropvolgende ‘reformasi’ van Indonesië hebben daaraan niets kunnen veranderen.

Integendeel, lijkt het wel. Vanuit zijn graf lijkt Soeharto te werken aan het eerherstel dat hem na 1998 is onthouden. In het land bloeit een Soeharto-nostalgie. Die leek zo sterk dat de islamitische partij PKS in de jongste parlementsverkiezingen probeerde er stemmen mee te winnen. Zij nam Soeharto op in het rijtje ‘Helden van de Natie’, en bombardeerde een van zijn dochters tot een van de ‘belangrijkste vrouwen’ uit de Indonesische geschiedenis. Ze gokte mis: de actie ontketende woedende reacties in de eigen achterban. Toch neemt de nostalgie alleen maar toe.

Soeharto’s arm lijkt tot ver over zijn graf te reiken. Zijn ‘Orde Baru’, het regime dat werd geleid door Soeharto’s familie, een kleine kliek zakenlui, het leger en de politie, en dat bijeengehouden werd door corruptie, is na ’98 nooit helemaal verdwenen. En aan de presidentsverkiezingen van komende woensdag doen maar liefst drie van Soeharto’s generaals mee: vicepresidentskandidaten Prabowo Subianto en Wiranto, en de zittende president, Susilo Bambang Yudhoyono.

In Astana Giribangun wordt dat met instemming begroet. ‘Ik hoop dat er opnieuw een leider komt zoals Pak Harto’ (Vader Soeharto), zegt Sukirno, de beheerder van de begraafplaats. Honderden bezoekers die voor het graf bidden geven hem gelijk. Elke vrije dag komen hier volgens Sukirno ‘twee- tot soms wel zevenduizend mensen’.

Soeharto ligt begraven op een bergtop, op een uurtje rijden van de koningsstad Surakarta (Solo). Zijn graf ligt in een zaal met wanden van open houtsnijwerk. In die wanden hangen zware metalen deuren met dezelfde opengewerkte motieven. Door de openingen kijkt Pak Harto uit op de volgende berg, de magische berg waar de eerste koningen van Surakarta begraven liggen. Eigenlijk had Soeharto daar willen liggen, maar zover reikte zijn macht ook weer niet. Ook al was zijn echtgenote Ibu Tien aan dat koningshuis verwant, Soeharto bleef altijd een ‘burger’ en werd nooit een prins.

Intussen liggen de koningen aan de overkant te verstoffen, terwijl het hier bij hem, in Astana Giribangun, wemelt van de bezoekers. Mensen strooien bloemblaadjes op zijn graf, en op dat van Ibu Tien, die naast hem ligt, en anderen halen die blaadjes er weer af om ze mee naar huis te nemen. Zij hopen dat een beetje van die kracht van de dode Soeharto in die bloemblaadjes trekt, zodat kleine wonderen worden verricht.

Over mensenrechten, de moord op honderdduizenden vermeende communisten, de opsluiting van miljoenen critici en de miljardendiefstal van staatsgelden hoor je niemand in Astana Giribangun.

‘Onder Soeharto was alles beter’, zegt Sukirno, en bijna elke bezoeker beaamt dat. ‘Het was veiliger.’ ‘Het volk was rustig’, ‘Er was genoeg werk’, ‘Alles was goedkoper, vooral de rijst’, ‘Alles was duidelijker’. Zelfs de corruptie was onder Soeharto beter: ‘Ja, corruptie was er natuurlijk wel, maar niet zoals nu he?’, zegt Sukirno.

Mensen kopen klokken, T-shirts, foto’s, kalenders en schilderijen met zijn beeltenis, raken met een vingertop het randje van zijn graf aan en lopen opvallend stil weer naar buiten.

Alleen de presidentskandidaten en hun running mates, die zijn nog niet geweest om Soeharto’s zegen te vragen, zegt Sukirno. Misschien vinden ze dat toch nog te politiek gevoelig, maar volgens de beheerder heeft het louter met hun volle agenda’s te maken. ‘Ze komen nog. Zeker’, zegt hij, want één ding weet hij: zonder de zegen van Pak Harto kunnen zij de verkiezingen wel vergeten.

Meer over