Onder onderwijzers (15)

Het rode potlood is tegenwoordig taboe in het onderwijs. Maar of de leerlingen en studenten met die meevoelendheid wat opschieten?...

De leerling heeft de klassenstrijd gewonnen van de docent. Er is eenovermaat aan sympathie voor leerlingensores, vertaald in verlaging van deeisen.

Ga nou es op zo'n school kijken die iets met het nieuwe leren doet, zeieen collega. Die leerlingen zitten rustig te werken terwijl ze vroeger niette handhaven waren. Vooruit met de geit, dacht ik, en belandde op het ROCMidden Nederland in Utrecht. Daar was ik uitgenodigd door oude vriend M.,docent en onderwijskundige, die zich had opgewonden over deze stukjes('geen kunst om gefrustreerde leraren hun gal te laten spugen').

Inderdaad, bij de experimentele opleiding Onderwijsassistent VoortgezetOnderwijs wordt rustig en enthousiast gewerkt. Een glimmend nieuw gebouw,spic & span, het tekort aan onderwijsgeld is in ieder geval niet in hetonroerend goed gaan zitten. Ik mag aanschuiven bij een klasje waarin zesstudenten vertellen over hun stage-ervaringen. Dit zijn wat ouderejongeren, daardoor misschien wat gemotiveerder dan het gros in hetmiddelbaar beroepsonderwijs. Najim mag beginnen. Op stage heeft hij eenordeprobleem gehad in zijn vmbo-klas en hij vertelt daarover. Alsonderwijsassistent heeft hij niet zoveel bevoegdheden en een leerlinge hadhem toegebekt: 'Wat doe je hier als je niet eens mag aftekenen.'

'Hoe voelde je je, kon je stevig blijven staan?', vraagt mijn oudevriend M., de begeleider. Dat past in de filosofie van de opleiding en ookin het nieuwe leren: studenten leren door zelf hun vragen te formuleren.Niet meer van bovenaf, maar van onderop. Mankeert niks aan. Maar al snelblijkt dat de aanstaande assistenten ook taken moeten uitvoeren waaraan degediplomeerde docenten niet toekomen. Najim vroeg zich af waar zijn docentgebleven was, Tugce moest een Engels proefwerk gaan nakijken en Ingrid werdal vaak voor de klas gezet terwijl de leraar in geen velden of wegen tebekennen was. Wat nu met de experimentele leervragen?

Dat is de ellende met die leuke schoolreportages: je moet vooralopletten wat er niet gebeurt. Even doorvragen, leert dat deze studentennoch de opleiding onderwijsassistent inhoudelijk op het onderwijs zijntoegerust. Pedagogisch zal het allemaal wel in orde zijn. Maar je kunt methet diploma vmbo-kader aan deze studie onderwijsassistent beginnen - eenniveau ónder de oude mavo. Vakinhoudelijke kennis is in de opleidingvrijwel gereduceerd tot nul, tenzij er een 'leervraag' opwelt. Een docenteEngels zei dat ze in het eerste jaar 'één moduultje' verzorgt. Heelanders dan in het oude beroepsonderwijs, waar een flink aantal urenalgemeen vormende vakken werd gegeven. Wiskunde, maatschappijleer, talen,van meao tot mts werd het landelijk geëxamineerd. Allemaal weg.

Hoe ging het verder met het Engels nakijken, Tugce? Het was niet debedoeling dat ze het rode potlood zou hanteren. 'Hallo zeg, daar begin ikniet aan. Zoveel fouten.'

Ja, bevestigt mijn oude vriend M. 'Dat is ook heel demotiverend, alsoveral een rode streep doorheen staat.' In het nieuwe leren is het rodepotlood taboe. En niet alleen in het nieuwe leren. Als je het mij vraagt,is het in pedagogische kring een tamelijk wijdverbreid inzicht dat kinderenniet teveel teleurgesteld moeten worden. Dat is slecht voor de kinderziel.Niet teveel eisen stellen. 'De leerling heeft de klassenstrijd van deleraar gewonnen', zei historicus Piet de Rooij onlangs in een praatje.

Ik sprak PvdA-kamerlid Jeroen Dijsselbloem. Die was op werkbezoekgeweest in Amsterdam. Kreeg van de dienst onderzoek te horen dat een kwartvan de kinderen de Cito-toets niet maakt. Omdat ze het niveau toch niethalen. In buurten als Bos en Lommer is het 45 procent. Waarom maken ze dietoets niet? Omdat het zielig is voor die kinderen. Dan krijgen ze maar eenteleurstelling te verwerken. En ze hebben het als migrantenkind al moeilijkgenoeg. Bijkomend voordeel is dat de gemeente de fictie in stand kan houdendat Amsterdam qua Cito-score aardig op het landelijk gemiddelde zit. Enmeegenomen is dat de betrokken scholen geen slechte naam krijgen.Interessante gang van zaken, in een land waar je aan elk stoplicht deovergeregeldheid afziet: als het ideologisch wat minder uitkomt, laten wede regels flexibel weer vallen.

Wie is het slachtoffer van deze meevoelendheid, die in wezen gemakzuchten kortzichtigheid is? Die kinderen natuurlijk. Zodra ze een voet buitende school zetten, waait hun een gure werkelijkheid tegemoet. 'Geenstartkwalificatie', luidt dan het vonnis. Ook de samenleving komt tekort.Die mag niet weten dat er iets bezig is faliekant mis te gaan, en krijgteven mooie als valse rapporten voorgeschoteld over de onderwijsvooruitgangbij allochtone kinderen.

Terug naar de onderwijsassistenten. Ook zij krijgen niet te horen datze eigenlijk de inhoud missen om straks voor de klas te staan. Veelsympathie voor de studenten, die vorm krijgt in een tekort aan degelijkonderwijs. 'We hebben toch ons vmbo-diploma', zegt een meisje bij wijze vankwaliteitsgarantie. Tugce, Najim en Ingrid willen na deze opleiding graagdoor op de hbo-lerarenopleiding. Ze kunnen straks zo beginnen, vakinhoudwordt niet getoetst. En zelfs met alleen deze onderwijsassistentenopleidingzullen ze vermoedelijk over een jaar of wat een hele klas onder hun hoedehebben. Vorige week stond in de krant dat de onderwijsbond AOb hetlerarentekort over vijf jaar inschat op 12.500.

Op de vraag welk resultaat Tugce verwacht als zij straks daadwerkelijkonderwijs moet gaan geven, zegt ze lachend: 'Die gaan allemaal zakken.'

Het is erger. Ze gaan allemaal slagen.

Meer over