Onder onderhuurders

Een Marokkaan. Bulgaren, Grieken, Roemenen. De onderburen van Maarten Zeegers in het Haagse Transvaalkwartier wisselen in hoog tempo. Hier beschrijft hij wat hij meemaakt aan schimmige onderverhuurpraktijken.

MAARTEN ZEEGERS

De bel gaat. Het is half acht in de ochtend. Rond deze tijd kan de bel maar twee dingen betekenen: of de politie, of Jehova's getuigen. Ik doe het raam open en kijk naar buiten. Voor de deur van mijn huis in het Haagse Transvaalkwartier staat een Pakistaanse man met een bril.

'Hé', roept hij naar boven. 'Waar zijn die twee meisjes?'

Een curieuze vraag zo op de vroege ochtend.

'Die twee meisjes?', roep ik terug.

'Ja, hier wonen toch twee meisjes?'

'Niet dat ik weet. Ik woon hier. En beneden woont mijn Marokkaanse buurman. Of twee Bulgaren. Of twee Grieken. Of misschien drie Roemenen. Maar in ieder geval geen twee vrouwen.'

De Pakistaanse man lijkt even in de war. Dan roept hij: 'Wat is het telefoonnummer van die buurman?'

Hier heb ik dus geen zin in. Ik wens de man veel succes met zijn zoektocht naar die twee vrouwen en sluit het raam.

Diezelfde middag klop ik wel aan bij de woning onder mij om te controleren wie daar nu eigenlijk woont. Dat blijken inderdaad drie Roemenen te zijn. Ze hebben sinds gisteren hun intrek genomen in een van de kamers voor 100 euro de man. Twee van hen werken in Nederland als automonteur en de laatste is schilder. Op de vraag of er ook toevallig twee vrouwen in het huis zitten, antwoorden ze ontkennend. Hun vrouwen en kinderen hebben ze achtergelaten in hun thuisland.

De nieuwe Roemenen laten wel hun sporen na. In de gezamenlijke gang hebben ze een bruine zak in de meterkast gepropt met daarin twee croissantjes. Hadden ze die niet gewoon even netjes in de prullenbak kunnen gooien?

De croissants zullen later nog belangrijk worden, maar allereerst behoeft de woonsituatie enige uitleg. De eigenaar van de woning beneden is een Surinamer, die zijn huis verhuurt aan mijn Marokkaanse onderbuurman. Die zit zwaar in de financiële problemen. Van zijn bijstandsuitkering kan hij nauwelijks rondkomen, omdat die vrijwel volledig wordt opgeslokt door de huur.

Om toch de dagelijkse boodschappen te kunnen doen en een biertje te drinken in zijn stamkroeg, besloot hij een gedeelte van zijn woning onder te verhuren. De eerste onderhuurder was een Bulgaarse dame die overdag werkte in de stamkroeg van mijn buurman en 's avonds als serveerster doorging in een Hindoestaanse shoarmazaak. Zij veroorzaakt niet echt problemen, behalve dat ze voortdurend klaagde over mijn fiets die beneden in de gang stond.

Al gauw kwam er een tweede Bulgaarse bij, een drugsverslaafde psychopate die op een of andere manier een bijstandsuitkering ontving van de Nederlandse overheid. Dat er na haar komst constant een wietlucht in het trapgat hing, was nog tot daaraan toe, maar ze nam ook allerlei ongure Oost-Europese types mee naar huis om daarmee haar drugsverslaving te financieren. Bovendien had ze in haar kamer geen gordijnen opgehangen. Het diep gelovige Turkse gezin boven de moskee aan de overkant kon daardoor live meegenieten van haar werkzaamheden. De buren spraken mij daarop aan en de vader dreigde zelfs het hele gebouw op te blazen als ik niet iets aan de situatie zou doen.

Toen ik mijn onderbuurman erop wees dat zijn woning gebruikt werd als coffeeshop en openbaar bordeel, deed hij eerst alsof hij daar nooit iets van had gemerkt. Hij raakte pas overtuigd toen de politie langskwam nadat de Bulgaarse prostituee door een van haar klanten was mishandeld.

Hij was als de dood dat de politie zijn onderhuurpraktijken zou ontdekken. Onderhuur is in de gemeente Den Haag illegaal op straffe van flinke boetes. Bovendien stond mijn buurman zelf ook gesignaleerd op het politiebureau, omdat hij nog voor 1.500 euro aan niet betaalde bekeuringen had open staan.

De Bulgaren moesten er dus uit en daarvoor in de plaats kwam de Marokkaan Farid. Toen die echter geen huur betaalde en ook de sleutel niet wilde inleveren, was mijn onderbuurman gedwongen het slot van zijn deur te veranderen. Farid had echter wel nog steeds de sleutels van de buitendeur in zijn bezit. Een paar dagen later was mijn fiets gejat.

Om snel nieuwe huurders te vinden schakelde mijn onderbuurman vervolgens Herman in, een Surinaamse kennis uit zijn stamkroeg. Die stopte er eerst twee Turken uit het Thracische gedeelte van Griekenland in. En nu zitten er dus drie Roemeense arbeiders. Hoe lang ze blijven, weten de Roemenen zelf niet. 'Zolang er werk is.'

Cocaïne

De bel gaat weer. Het is een uur of zes 's avonds. Ik doe het raam open en kijk naar buiten. Beneden voor de deur staat dezelfde Pakistaan als vanochtend.

'Ik wil nu die 100 euro en mijn iPhone terug', roept hij omhoog.

Naast hem staat een Marokkaanse jongen. Ik vermoed dat hij hem heeft meegenomen om deze eis kracht bij te zetten.

Ik zucht. 'Wacht. Ik kom wel even naar beneden.'

Bij de voordeur sta ik de jongens te woord. De Pakistaan staat helemaal strak van de cocaïne. Uit zijn mondhoek hangt een bruine sigaret, waarschijnlijk crack. 'Ik kwam hier alleen maar om op mijn verjaardag met die meisjes te neuken', zegt hij bijna droevig, terwijl hij helemaal over mij heen hangt. 'En toen bracht hij die croissantjes. En toen ging hij een pakje halen. En toen was de iPhone van mijn broertje weg.'

Cirkelzaag

Omdat ik dit verhaal maar moeilijk kan volgen, vraag ik zijn Marokkaanse kompaan om uitleg. Een paar dagen geleden had zijn Pakistaanse vriend kennis gemaakt met ene Farid (de Marokkaan die een maand onder mij woonde en tevens de nieuwe eigenaar van mijn fiets). Die had hem verteld dat hij voor 100 euro twee hoertjes en wat coke kon regelen, als hij vandaag om acht uur 's ochtends naar dit adres zou komen.

De croissantjes waren dus niet achtergelaten door de Roemen, maar meegenomen door Farid. Ze waren zogenaamd het ontbijt voor de dames - om zo het hele verhaal geloofwaardig te laten lijken. Omdat hij in bezit was van de sleutel van de voordeur, kon hij ook gewoon naar binnen. Daarop zei Farid dat hij eerst nog snel even het 'pakje' cocaïne wilde halen. Hij legde de croissantjes in de meterkast en vroeg of hij alvast 100 euro (50 euro voor de dames en 50 euro voor de drugs) kon krijgen. En of hij dan ook even zijn iPhone mocht lenen, zodat hij kon bellen als hij klaar was. De Pakistaan vond het prima en bleef in de tussentijd wachten voor het huis. Maar Farid kwam natuurlijk niet meer terug.

'Zijn die meisjes er nu wel?', vraagt de Pakistaan, terwijl hij langs mij heen de gang in kijkt.

Ik probeer hem ervan te overtuigen dat hij is opgelicht en dat ik het verder ook niet kan helpen. Hij mag van mij wel de croissantjes terug hebben.

'Ik wil die croissantjes niet', roept de Pakistaan. 'En die 100 euro hoef ik ook niet. Ik wil alleen de iPhone van mijn broertje terug.' Hij legt zijn arm op mijn schouder. 'Ik zit tot elf uur in Café Remix en dan hoop ik dat jij, of wie dan ook, mijn iPhone komt terugbrengen. Anders word ik heel verdrietig.'

Vervolgens stappen de mannen in hun auto. Ik wil ze de croissantjes nog meegeven, maar ze zijn al weg.

Omdat ik niet goed weet of het hier gaat om een bedreiging of dat de man gewoon echt heel verdrietig is, bel ik toch maar de politie. Zij tekenen de gebeurtenissen op en beloven een oogje in het zeil te houden. Die nacht slaap ik licht.

Om vijf uur 's nachts word ik wakker door een enorme knal, direct gevolgd door het geluid van een cirkelzaag die door hout snijdt. Ik zeg eerst tegen mezelf dat dit niet echt gebeurt, schiet dan uit bed en kijk door het raam naar buiten.

Aan het einde van de straat staat een wit Mercedesbusje. Gemaskerde mannen in het zwart schijnen met laserpennen en zaklampen over de hoekwoning, waarvan de deur van boven naar beneden doormidden is gezaagd. Even later dragen ze een man in een wit T-shirt naar buiten en stoppen die in het busje. Het is een arrestatieteam van de politie. Gelukkig. Loos alarm.

Druk op straat

Illegale onderverhuur, maar ook legale verhuur buiten de geregistreerde makelaarbureaus om, veroorzaakt overlast in de wijk. Omdat particuliere verhuurders, huisjesmelkers en schimmige vastgoedbedrijfjes veel minder lastige vragen stellen dan makelaars, verblijven in hun panden vaak illegalen, mensen met psychologische problemen of mensen die gewoon niet aan de financiële of administratieve voorwaarden van gewone makelaars kunnen (of willen) voldoen. Met deze mensen komen ook de problemen: inbraken, drugsoverlast, prostitutie en andere vormen van criminaliteit.

Tegenover mij verhuurt een vastgoedbedrijf een ruimte aan drie Bulgaren. De onderneming staat netjes ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, maar negeert de gemeente die voorschrijft dat er maximaal twee personen mogen wonen. Dat er meer mensen wonen dan toegestaan, is natuurlijk niet terug te vinden in de gegevens die bekend zijn bij de gemeente. In het verleden is de politie in de wijk weleens gestuit op woningen waar meer dan twintig man sliepen. Geen wonder dat het in Transvaal altijd zo druk is op straat.

Oplichting

'Eh sahbi, heb jij mijn post gezien?', vraagt mijn onderbuurman. 'Hij staat in het trapgat met zijn jas aan en een muts van Tommy Hilfiger op zijn hoofd. 'Er zat een brief bij van de gemeente over mijn uitkering.'

Een week later is de soap met de benedenwoning nog niet voorbij. De Roemeense arbeiders hebben er niet lang gezeten. Herman, de Surinaamse bemiddelaar, had namelijk een Turks gezin gevonden dat het hele huis wel wilde huren. De Turken zouden 700 euro betalen, meer dan de 300 euro van de Roemenen en dus moesten die er na een paar dagen al weer uit. De nieuwe bewoners begonnen direct met veel enthousiasme de muren over te schilderen.

Bemiddelaar Herman was alleen even 'vergeten' de komst van het Turkse gezin door te geven aan mijn onderbuurman. Die was voor onbepaalde tijd ergens anders ondergedoken om te voorkomen dat de politie hem in gijzeling zou nemen vanwege de onbetaalde bekeuringen.

Zolang mijn buurman er niet van op de hoogte was dat zijn woning verhuurd werd, kon Herman het hele huurbedrag in zijn eigen zak steken. Maar toen mijn buurman een keer zijn post kwam ophalen, ontdekte hij natuurlijk dat er zonder zijn toestemming mensen in zijn woning zaten. En dus knikkerde hij hen er weer uit.

De Turken waren woest. Begrijpelijk. Ze hadden 1.100 euro betaald (huur plus borg) aan Herman en net de helft van het huis geverfd. Mijn buurman had daar geen boodschap aan. Hij had zelf ook geen geld gezien. Als ze die 1.100 euro terug wilden, moesten ze het maar opnemen met die Surinaamse bemiddelaar.

De Turkse vader was daarom al met de nodige hulptroepen naar het huis van Herman gegaan om zijn geld op te eisen. Die liet zich de hele avond niet zien en ook zijn telefoon had hij uitgezet. Daarom besloten de Turken naar de politie te gaan om aangifte te doen van oplichting.

Rijstkoker

De Turken waren niet als enige gedupeerd. De bemiddelaar had ook al de bezittingen van mijn onderbuurman meegenomen: zijn geluidsversterker, zijn rijstkoker, zijn pannen, zijn leesbril, en dus ook zijn post. Als ik mijn buurman tref in de gang, staat hij op het punt verhaal te gaan halen bij Herman thuis, aangezien die nog steeds zijn telefoon niet opneemt.

Ik ga mee omdat ik wil dat die Turken het geld terugkrijgen waar ze recht op hebben. Bij de woning van Herman klopt mijn buurman een aantal keren hard op de deur en rammelt met de brievenbus, maar zonder resultaat. Net op het moment dat we willen teruggaan, doet een kalende Hindoestaanse man de deur open. Zonder toestemming te vragen wandelt mijn buurman de woning binnen.

De Hindoestaanse man is niet Herman, maar iemand die (niet geheel toevallig) alleen maar tijdelijk een kamer huurt in het huis. Er woont ook nog een andere huurder afkomstig uit Mongolië. Die spreekt geen Nederlands, alleen Duits. Maar ook dat spreekt hij eigenlijk niet.

De woonkamer lijkt op die uit mijn studentenwoning, maar dan zonder studenten. Over de kamer verspreid liggen onopgeruimde ontbijtspullen, half leeggedronken glazen en stapels Bollywood- films. In de hoek van de kamer staat een tv waaraan een versterker is aangesloten die mijn buurman bekend voorkomt. Hij loopt direct naar het toestel en koppelt het apparaat los. 'Vuile dief', mompelt hij, en verdwijnt daarna in de keuken.

Ik plof op de bank. Onder het zittafeltje uit puilen een aantal brieven. Een afschrift van Hermans bijstandsuitkering, rekeningen, aanmaningen en brieven van incassobureaus en gerechtsdeurwaarders. De man heeft vergelijkbare financiële problemen als mijn onderbuurman. Dat de Turken nog iets zullen terugzien van die 1.100 euro, acht ik onwaarschijnlijk.

Ik stuit ook op een brief met de naam van mijn buurman erop. 'Je post', roep ik richting de keuken. De buurman komt de woonkamer binnengelopen met een rijstkoker in zijn handen.

'Hé! Hé!', roept de Hindoestaanse huurder met het kalende hoofd. 'Dat is mijn rijstkoker.'

Beduusd kijkt mijn buurman naar het apparaat en zet het dan op tafel. 'Oh ja, je hebt gelijk.'

Dan gaat zijn telefoon. Het is Herman, die eindelijk terugbelt. Mijn buurman zet het gesprek op de speaker en ik eis dat hij die 1.100 euro terugbetaalt aan de Turken. Het is voor zijn eigen bestwil, want die Turken staan te popelen om zijn gezicht te verbouwen. Herman beweert dat hij het geld niet kan teruggeven omdat hij het niet meer heeft. Mijn buurman wil alleen maar weten waar zijn rijstkoker is.

'We kunnen er toch wel uit komen met zijn allen', probeert Herman de boel rustig te krijgen. 'Waar zitten jullie nu?'

'In jouw huis', antwoordt mijn buurman.

'Wat?!', schreeuwt Herman. 'Ga onmiddellijk mijn huis uit, of ik bel de politie.'

Dat moet hij vooral doen. Ik vertel hem dat de Turken op dit moment op het politiebureau zitten te wachten. Het zou makkelijk zijn als hij meteen even komt om de zaak recht te trekken.

Hierop wordt de verbinding verbroken.

Vanaf Hermans huis ga ik direct door naar het politiebureau. Misschien dat ik de Turken nog kan helpen bij hun aangifte. Mijn onderbuurman vindt dit een slecht idee. Hij is bang dat de politie erachter komt dat hij zijn woning onderverhuurt. 'Wat je ook doet, sahbi', waarschuwt hij, 'Je kent mij niet. Ik besta niet.'

Op het politiebureau tref ik de Turken aan. Ze zitten al meer dan een uur in de ontvangstruimte te wachten, maar hebben nog steeds geen aangifte gedaan. Ze tonen mij een grote, gescheurde envelop, op de achterkant is met balpen in slordig handschrift een soort van overeenkomst opgesteld. Onderaan de envelop staan hun handtekeningen en die van Herman, de zogenaamde verhuurder.

De baliemedewerkster van de politie weet ook niet goed wat ze ermee aan moet. 'Dit is geen huurcontract', legt ze uit aan de Turk, die geen Nederlands verstaat. 'Dit is een envelop met tekst erop. Dit zegt niks. Aan de hand hiervan kan ik toch geen aangifte opnemen.'

Ze stelt uiteindelijk voor om het incident wel op te nemen in het systeem, zodat de wijkagent misschien kan bemiddelen. Daarvoor heeft ze wel de identiteitskaarten van de Turken nodig. Daarop druipen de Turken af.

Niet alleen de wijk heeft last van ongecontroleerde particuliere verhuur, maar de verhuurders zelf ook. Of de huur wordt niet betaald, of er verdwijnen spullen, of de woning verkrot. De huurders zijn nog veel kwetsbaarder, omdat een fatsoenlijke rechtspositie ontbreekt. Ze kunnen daarom gemakkelijk worden opgelicht, afgeperst of zonder pardon op straat worden getrapt. Zonder degelijk huurcontract valt er weinig tegen te doen. Zeker als de bewoners illegaal zijn, en dus eigenlijk niet eens in Nederland mogen wonen.

Grieken

De week daarop hebben weer nieuwe mensen hun intrek genomen in de woning beneden. Een Griekse man met zijn vriendin en zijn zus. De man heeft gewerkt in een fabriek die bloemen sorteert, maar zit nu thuis met een WW-uitkering. Zijn vriendin heeft ook geen werk. Het is een sympathiek stel en ik hoop werkelijk dat ze wat langer zullen blijven.

Wat niet wil zeggen dat de problemen over zijn. Het toilet van de benedenwoning is verstopt en de volgende dag begeeft ook de cv-installatie het. In principe is het de taak van de verhuurder om de reparatiekosten te voldoen. De Griekse man kent alleen de nieuwe bemiddelaar, een Turkse jongen. Mijn Marokkaanse onderbuurman heeft hij maar één keer gezien. Die zou hem overigens niet eens kunnen helpen, omdat hij de woning zelf weer huurt van de Surinaamse eigenaar. En die heeft natuurlijk geen idee dat er Grieken in zijn huis zitten. Als hij al bereid zou zijn om voor onderhoud te betalen.

De Griekse man vraagt ook of ik kan helpen bij het melden van zijn verhuizing aan de zorgverzekering, het UWV en de Belastingdienst. Ook dat kan ik niet. Dat gaat namelijk automatisch wanneer hij de adreswijziging doorgeeft bij de gemeente. Zonder officieel huurcontract is dat alleen niet mogelijk.

De nieuwe bemiddelaar vindt dat de Grieken maar zeuren. 'Zij moeten zich niet inschrijven, zij moeten daar alleen maar wonen. Klaar.'

Ik raad de Griekse jongen aan om de volgende keer gewoon naar een erkende makelaar te gaan. Hij haalt zijn schouders op. 'Daar moet je drie maanden in één keer vooruit betalen.'

undefined

Meer over