Onder Obama kan de wederopbouw beginnen

Obama is voor altijd de eerste zwarte president. Maar wordt hij ook één van de groten? Volgens Thomas L. Friedman kan het....

En zo gebeurde het dat op 4 november 2008, nog voordat het in New York middernacht werd, de Amerikaanse Burgeroorlog eindigde. Een zwarte man, Barack Hussein Obama, had genoeg kiesmannen verzameld om president van de Verenigde Staten te worden.

Dit moment was nodig, want hoewel een eeuw lang is gevochten voor burgerrechten – Martin Luther Kings I-have-a-dream en de Civil Rights Act uit 1964 – is de burgeroorlog pas echt voorbij nu de Amerikaanse witte meerderheid een African-American als president gekozen heeft.

Dat is wat er dinsdagnacht gebeurde en daarom werden wij een dag later wakker in een ander land. De strijd voor gelijke rechten is verre van voorbij, maar het uitgangspunt is anders. Ieder kind, elke burger en elke immigrant moet beseffen dat vanaf vandaag werkelijk alles mogelijk is in Amerika.

Hoe kreeg Obama het voor elkaar? Er was in elk geval een eens-in-de-honderd-jaar-crisis voor nodig om genoeg blanken zo ver te krijgen voor een zwarte man te stemmen. En er is ook weinig twijfel over dat Obama’s geoliede campagneteam en zijn kalme voorkomen, zoetgevooisde stem en weinig bedreigende boodschap van change, het goed deden.

Maar er speelde volgens mij ook iets anders. Het Obama-kamp vreesde er, voorafgaand aan de verkiezingen, voor dat blanke kiezers die tegen opiniepeilers zeggen dat ze voor Obama zullen stemmen, uiteindelijk gewoon voor die blanke gast zouden gaan. Het tegenovergestelde lijkt nu gebeurd. Witte conservatieven zeiden tegen hun makkers op de golfclub dat ze voor McCain zouden gaan stemmen, terwijl ze in het stemhokje stiekem Obama aankruisten, ook al wisten ze dat het hogere belastingen zou betekenen.

Waarom? Sommigen deden het omdat zij zagen hoe Obama hun kinderen inspireerde en met hoop vervulde. Zij wilden niet alleen voorkomen dat dat enthousiasme in de knop zou breken, zij wilden er heimelijk in meedelen. En ergens wisten zij ook dat de abominabele prestaties van het Bush-team consequenties moest hebben voor de Republikeinse partij. McCain verkiezen zou het belonen van incompetentie zijn en zou een cynisme losmaken dat zeer ontwrichtend zou zijn.

Obama zal altijd onze eerste zwarte president zijn. Maar kan hij ook een van onze weinige grote presidenten worden? Hij krijgt er in elk geval alle kans toe, want zijn beste voorgangers kwamen allen aan de macht op momenten dat het land diep in de put zat. ‘Het ambt aanvaarden, garandeert geen grootsheid, maar het is wel een mooie aanleiding’, zei Michael Sandel, politiek filosoof op Harvard. ‘Dat was zeker het geval met Lincoln, Franklin D. Roosevelt en Truman.’ Een deel van de grootheid van Roosevelt was ‘dat hij geleidelijk een nieuwe politieke filosofie ontwikkelde, de New Deal, uit de politieke wanorde die de economische depressie met zich meebracht.’ Obama zal hetzelfde moeten doen, maar zoiets kost tijd.

‘FDR had geen haast met de New Deal in 1932’, stelt Sandel. ‘Hij ging voortvarend van start met het in evenwicht brengen van de begroting. Langzaam ontwikkelde hij de New Deal. Wat Obama’s variant zal zijn, weet zelfs hij niet. Die zal vanzelf ontstaan als hij de problemen met de economie, de energie en Amerika in de wereld in de houdgreep probeert te krijgen. Deze uitdagingen zijn zo groot dat hij ze alleen zal overwinnen als hij een nieuwe politiek voor het gemeenschappelijk belang weet te formuleren.’

Bush & Co geloofden niet dat bestuur een instrument voor het gemeenschappelijk belang kon zijn. Daarvoor moest iedereen gewoon zijn eigenbelang nastreven. Kiezers schopten daar wel tegenaan, maar zij waren ook tegen de traditionele Democratische opvatting dat het gemeenschappelijk belang een compromis is tussen de claims van belangengroepen.

‘Bij deze verkiezingen verwierpen de Amerikanen deze enge visies op het publieke belang’, schrijft Sandel. ‘De meeste mensen zijn het er wel over eens dat markten zonder beperkingen geen gemeenschappelijk belang dienen. Al voordat de financiële markten krompen, zijn de risico’s voor individuen steeds groter geworden. Obama moet markten reguleren, burgers beschermen tegen de risico’s van werkloosheid en ziekte, en het land minder afhankelijk maken van buitenlandse energie.’

Maar een nieuwe visie op het gemeenschappelijk belang kan niet alleen over openbaar bestuur en markten gaan. ‘Het zal ook over nieuw patriottisme moeten gaan’, zegt Sandel. ‘Dit is de gevoelige snaar die Obama’s campagne heeft geraakt. Bij de speech die hij overal in het land heeft uitgesproken, was het applaus altijd het grootste als hij stelde dat iedere Amerikaan de kans zou moeten krijgen naar college te gaan als hij of zij zich een periode inzet voor de samenleving – in het leger, in het Peace Corps of in de eigen gemeenschap. Obama’s campagne wekte een slapend burgerlijk idealisme, een drang onder Amerikanen een doel na te streven dat groter is dan zijzelf.’

Dit zal allemaal niet makkelijk zijn. Maar mijn gevoel zegt me dat van alle veranderingen die het presidentschap van Obama zal brengen, het breken met ons racistische verleden een van de minst ingrijpende zal blijken. Er is zo veel werk te doen. De burgeroorlog is voorbij. Laat de wederopbouw beginnen.

Meer over