'Onder Hoxha hadden we het beter'

De Griekse inwoners van Dervitsani leven in angst. De politie is bij hen op bezoek geweest, hun kerken zijn platgebrand, hun huizen geplunderd, hun vrouwen ondervraagd en hun mannen zijn gearresteerd....

THE GUARDIAN

The Guardian

DERVITSANI

Maar de bevolking van Dervitsani staat niet alleen. Overal in de rotsachtige heuvels van zuidelijk Albanië delen etnische Grieken dit gevoel. Ze spreken er liever niet over - verstijfd als ze zijn van angst.

'We worden geterroriseerd', zegt een nauwelijks hoorbare Thomas Kyriakou, leider van Omonia, de politieke groepering die de Griekse minderheid in Albanië vertegenwoordigt. 'Niemand kan vrijuit praten of het openlijk over Griekenland hebben. Overal is geheime politie.'

Kyriakou, een lange man met springerig rossig haar, staat op van zijn tafeltje in het café, dat uitzicht biedt op het dorpsplein. 'Zie je die twee mannen in de auto onder de plataan, dat zijn geheime agenten. Ze komen niet uit deze streek, maar uit het noorden. Zij houden ons in de gaten.'

In de dorpen van het oorspronkelijk Griekse Noord-Epirus, in zuidAlbanië, kan de strijd elk moment losbarsten. Net als in voormalig Joegoslavië, staan ook hier moslims en orthodoxe christenen tegenover elkaar. Sinds de etnische Grieken zeventig jaar geleden bij Albanië werden ingelijfd, heeft hun zaak de betrekkingen tussen de twee buurlanden vertroebeld. Athene schat hun aantal op driehonderdduizend, Tirana spreekt over 58 duizend etnische Grieken.

In de 46 jaar dat de Albanezen onder de stalinistische heerschappij zuchtten, werden de rechten van de Griekse minderheid zeer ernstig geschonden, stellen mensenrechtengroepen. Zware gevangenisstraffen werden routinematig opgelegd aan wie uitdrukking wilde geven aan zijn etniciteit of steun aan Griekenland betuigde. Anderen moesten jarenlange ballingschap doorstaan.

Toen in 1992 een democratische regering aan de macht kwam in Albanië, hoopte de Griekse minderheid dat de omstandigheden zouden verbeteren. Maar naarmate de etnische conflicten zich over de Balkan verspreidden, werd haar situatie hopelozer. De spanningen liepen in april hoog op toen twee Albanese dienstplichtigen werden gedood bij een aanval op een militair opleidingskamp vanaf Grieks grondgebied.

Kort na de aanval, die volgens Tirana werd uitgevoerd door Griekse separatisten, ontsloeg het Albanese leger de laatste etnisch Griekse officier. Hij kon zich scharen bij al die etnische Grieken die hun banen bij de overheid of het particuliere bedrijfsleven kwijtraakten. De naar schatting 25 duizend Grieken die buiten de 'minderheidszones' wonen, hebben helemaal geen minderheidsrechten.

'Het is duidelijk dat ze ons hier niet willen', zegt de gepensioneerde schoenmaker Thanassis Pappas. 'Onder Enver Hoxha (de overleden communistische leider van Albanië, red.) kenden we geen democratie, maar wisten we wel waar we aan toe waren. Nu zeggen ze ''spreek, spreek, spreek'' en zetten ze je vervolgens gevangen. Het klinkt raar, maar onder Enver was het veel beter. We zouden nu allemaal voor de communisten stemmen.'

Bij het toenemen van de spanning verlieten duizenden etnische Grieken hun woningen en vestigden zich ten zuiden van de grens op zoek naar werk, troost en veiligheid. Naarmate de vluchtelingenstroom groeide, gingen functionarissen in Athene steeds luider spreken over etnische zuiveringen.

In Dervitsani's pas gerestaureerde kerk, geeft priester Michalis Dakos, terwijl niemand kan meeluisteren, een andere verklaring. Dakos schreef vier jaar geleden geschiedenis door na meer dan twee decennia officieel atheïsme de eerste kerkdienst te houden. 'Wij zijn het slachtoffer van het groeiende moslim-fundamentalisme', zegt hij. 'Het ziet ernaar uit dat hier de fundamenten zijn gelegd voor een religieuze botsing.'

De etnische Grieken, die achter gesloten deuren bekennen bij Griekenland te willen horen, zijn bang dat hun toekomst nauw verbonden is met die van de door Albanezen gedomineerde Servische provincie Kosovo. 'Als Kosovo explodeert en men ziet dat de Albanezen daar worden afgeslacht door de Serviërs, dan worden wij niet gespaard', meent Yannis Xeras, een voormalige politieke gevangene. 'Maar ik ben er zeker van dat het Griekse leger ons dan te hulp schiet. '

In Tirana wijzen functionarissen op Griekenlands traditionele vriendschap met Servië en het dispuut over Macedonië. Zij vrezen dat Athene van plan is Albanië te destabiliseren door separatistische sentimenten aan te wakkeren.

Meer over