Onder een gouden stolp

Waarachtig. Formidabele techniek. En 'midlife'. Pierre Bokma, premier van Toneelgroep Amsterdam, kreeg eerder deze week de Paul Steenbergen-penning. Zo'n onderscheiding, bij deze 'Macbeth' - het einde van een tijdperk....

Door Karin Veraart

Het leven pakt zijn biezen en vertrekt. Zo eenvoudig is het. Sterven speel je niet, zegt Pierre Bokma. Als Macbeth wordt onthoofd, beginnen zijn ogen te staren. En langzaam kleurt alles rood, zelfs de stilte...

Tot het zwarte monster tegenover de spelers losbarst in applaus.

En dan is daar Willem Nijholt. Antracietgrijs pak, gestreept truitje, feestrede losjes in de hand. Elegant.

En Bokma. Net weer bij de levenden, nog druipend van het bloed. Aangedaan. Toch?

Hij wist het echt niet, zegt Kitty Courbois. Joop Admiraal: voor het eerst is iets geheim gebleven hier. Hij is de grootste, zegt Nijholt, en overhandigt de Paul Steenbergen-penning. Bokma is beduusd. Een eerbetoon en een feestje, op zo maar een maandag.

'Een goed moment', zegt regisseur Frans Weisz daags na de uitreiking in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Niet dat Bokma nou zo bezig is met onderscheidingen of zich bitter betoont. Maar het is wel 'midlife'; en als 'premier' wordt er binnen Toneelgroep Amsterdam-nieuwe-stijl (TA) vooralsnog weinig beroep op hem gedaan. En een premier is hij, zegt Weisz. Vanzelfsprekend. 'Fascinerend te zien hoe hij zich letterlijk door Macbeth heen denkt.'

Macbeth onder regie van Gerardjan Rijnders. 'Bij alle veranderingen is het repetitieproces met hem nog wel even een safe haven', zei Bokma vorig jaar. Rijnders blijft met gastregies, een afscheid is dit allerminst. Niettemin. Deze Macbeth, deze mooie prijs - end of an era, zegt Bokma's vriend Gijs Scholten van Aschat.

'Hij is weinig vreemd gegaan, al die tijd', beaamt Rijnders met een grinnik. In 1982, jaar van afstuderen, staat Bokma al bij Globe in Het chemisch huwelijk. Hij gaat mee naar het Publiekstheater, mee naar Toneelgroep Amsterdam.

Maar hij maakt wel uitstapjes.

Met Johan Simons in Cakewalk bij het Regiotheater. 'Direct raak. Een van onze eerste locatieprojecten in '84, een liefdesverhaal, mooi melodrama. Als speler is Pierre bereid tot het gaatje te gaan. Zijn kunst - ontzettend moeilijk te omschrijven, vind ik dat. Hij zet geloofwaardigheid neer. Waarachtigheid. Je gelooft hem. Je hangt aan zijn lippen.'

De grootste? Het is geen voetbal, zeggen vakbroeders en vrienden. Wat is dat, de grootste. Zo'n predicaat. Nou ja, misschien toch wel. Eerste violist, zegt Frans Weisz. Hij komt op, je luistert, je wilt niet dat het ophoudt.'

'Het is een aantal dingen', zegt longtime-tegenspeelster Lineke Rijxman. Samen stonden ze in Ashes to ashes, Kwartetten, Richard III, Pirandello, Stalker - om maar een greep te doen. 'Hij heeft het vermogen voor honderd procent in het hier en nu te spelen, en toch het overzicht te houden: hij weet bijna altijd waar hij naar toe gaat met zijn personage.' En, zegt ze: hij is altijd nieuw. Al speel je een stuk voor de zoveelste keer. 'Ook als je zelf een andere toon aan slaat: hij reageert direct. Hij maakt muziek met je. Het gebeurt wel eens dat ik denk: klop, klop, ben je daar nog? Dan is het nog steeds virtuoos hoor, die techniek, maar het is formidabel als hij die dan even anders bespeelt, zachter.'

'Wat Nijholt zei: je vergeet dat-ie speelt - ik denk juist dat je dat níet vergeet, en dat daar ook zijn kracht ligt. Hij is niet enorm naturel; stap voor stap ontvouwt hij het mechanisme van het spel.'

Pierre Bokma speelt graag mannen die teloor gaan. Die op enig moment breken. Hij werkt niet al te vaak vaak met pasteltinten, zegt Lineke Rijxman; eerder met grote klodders zwart-wit. Ook dat ontwikkelt zich nog, zo merkt ze op; minder wordt steeds meer. Hoe dan ook, als hij speelt, speelt hij op leven en dood. Hij kan enorm snel informatie tot zich nemen en die kort daarop weer reproduceren; of-ie nu een typetje doet of een karakterrol neerzet. Honderd procent, anderhalf uur toneel. Even respijt, even verlichting. Hoe zeg ik het, zegt Rijxman, zonder te vervallen in LOI-psychologie: 'Het heeft te maken met bestrijden van de doodsangst. Op zoek naar straffeloze overgave.'

Een lastig mens? Natuurlijk wel. Vooral voor zichzelf, denk ik, zegt Scholten van Aschat.

Een Bokma zonder status is een blok aan het been, zegt hij na de Louis d'Or voor Richard III. Hij is dan zo'n twaalf jaar bezig. Als broekie op de Maastrichtse toneelschool viel hij al op, zeggen zij die het weten kunnen. Van veelbelovend werd het aanstormend, met Louis d'Or-nominaties, een Louis d'Or-toekenning - en niet te vergeten een Louis d'Or-weigering van de kant van de jeune premier omdat hij in dat speciale geval (Lulu) maar een bijrol vervulde. Met een Gouden Kalf, met een Gouden Hart, met een Albert van Dalsum-ring.

Hij zegt: alsof er een gouden stolp over je heen wordt gezet. Zo af en toe moet Bokma eruit. Reizen maken, naar Mongolië, China. Fotograferen. En dan is hij in eigen land alles behalve honkvast. Dat wil zeggen: 'Pierre is een ontheemde die thuiskomt op het toneel', zegt Simons. Over zijn verleden als internaatskind is veel gerept.

Hij is verbazend trouw aan Toneelgroep Amsterdam, zeggen Courbois en Admiraal. 'Hij had immers overal kunnen zitten. De club is toch een beetje zijn familie.' Sociaal en loyaal binnen die club, erbuiten een solist. Een zwerver in zekere zin, zegt Admiraal. Courbois heeft wel eens vóór zijn huis afgesproken. 'Mooi pand. Wat erin zit, weet ik niet.'

Ten tijde van de toneelschool woonde hij met Scholten van Aschat in één studentenhuis. 'Nou ja, eigenlijk woonde Pierre er niet. Hij was er alleen bijna altijd.' Ze zijn nog steeds vrienden, met ook de anderen van het clubje van toen: Peter Blok, Willem van de Sande Bakhuyzen. Na de school zaten ze in een close-harmonygroep, 'De Hermannen'. Enorm veel pret gehad, zeker een jaar of tien. Daarna werd het serieuzer allemaal.

Inmiddels doen Scholten van Aschat en Bokma samen een Shakespeare-program bij mensen thuis. Uitleg, vergelijk van vertalingen, delen uit de stukken. 'Dan schuiven we even wat schemerlampen opzij', zegt hij vrolijk. Nee, heel rijk worden ze er heus niet van. Leuk om samen te doen, een paar keer per jaar. En Shakespeare is en blijft hun beider grote liefde.

Leven en werk lopen bij Bokma dooreen, zegt Frans Weisz. Sinds hij hem als tiener op een filmfeestje ontmoette, is Bokma niet echt meer uit Weisz' leven geweest. Hij speelde in een tal van zijn films, waaronder Leedvermaak (Gouden Kalf) en recentelijk het vervolg Qui Vive.

'Meer dan acteur nog is hij speler, altijd. Cabotin. Hij zet een zonnebril op en ''overvalt'' een tankstation - ''voor een speelgoedeend voor mijn zoon.'' Je weet nooit helemaal waar je aan toe bent. Of waar hij precies uithangt. Lastig? Ach. Je neemt het hem niet kwalijk. Eigenlijk zou je hem wel willen adopteren.'

Rijnders: 'Het is zo goed werken met die jongen. Maar als ik hem plots nodig heb, laat ik een briefje achter bij de receptie. Ooit had hij een mobiele telefoon, maar die heeft-ie alweer in de taxi laten liggen.'

'Voor iedere gezamenlijke voorstelling krijg ik een zoen', zegt Courbois. 'Maar er zijn dagen dat-ie je letterlijk niet ziet staan. Eerst vond ik dat vreemd.'

Courbois en Admiraal: 'Vijanden?' Niet dat ze weten. Admiraal: 'Hij geniet respect, hoor. Pierre is uiteindelijk de baas.'

Courbois: 'Ja, dat zal je weten Joop, als-ie dit leest.'

Meer over