ONDER BURGEMEESTERS

WE TREFFEN het niet slecht met onze burgemeesters in Nederland. Zelf lijkt het me voortuitgang als ze nog eens gekozen mogen worden....

Er zijn natuurlijk burgemeesters bij die er bestuurlijk een potje van maken, een te dure ambtswoning bouwen, of de hand lichten met deze of gene gemeentelijke verordening. Een paar jaar geleden werden enige noordelijke burgemeesters (christen-democraten natuurlijk) in kennelijke staat in de buurt van een bordeel betrapt. Maar door de bank genomen zijn het correcte mensen die alle honderdjarigen persoonlijk feliciteren, de middenstand te vriend, en het aantal koffieshops binnen de perken, houden.

Bram Peper, een van de markantste exemplaren, beantwoordt misschien niet helemaal aan het ideaaltypische model, want net te opvallend, luidruchtig en dwars. Maar onder zijn bewind werd Rotterdam verbouwd tot een schitterende stad die in Nederland zijn gelijke niet kent.

Mocht Peper ooit vertrekken, hetgeen na vijftien jaar niet uitgesloten moet worden geacht, dan staat er al een opvolger klaar. Een ideale baan voor Neelie Peper-Kroes, suggeerde Peper - maar een beetje gekscherend - onlangs. Toegegeven: het riekt naar nepotisme, maar daar staat tegenover dat de voormalige minister van Verkeer en Waterstaat van het mannetjesputterstype is waar ze in Rotterdam zo gek op zijn.

Dat bleek toen ze in de jaren tachtig de afvalbroeders van TCR in de Rijnmond in no time een vergunning gaf (en subsidieerde). Het blijkt nu weer uit haar assertieve verweer tegen de infame bewering dat zij daarmee de georganiseerde milieucriminaliteit in de kaart heeft gespeeld. Leugens zijn het allemaal, aldus de kroonprinses van Rotterdam. Als haar kwelduivel, voormalig advocaat-generaal Feber, die laster blijft verkondigen, staat hem een proces wegens smaad te wachten. Feber, die vorige week door een Kamercommissie grotendeels in het gelijk werd gesteld, kan daar waarschijnlijk lang op wachten. De kans dat ze in dit geval de daad bij het woord voegt, is minimaal.

Het is uiteraard niet politiek correct Peper de zonden van zijn partner en erfopvolger aan te wrijven. Rotterdam heeft trouwens wel andere problemen. Neem de directeur van de sociale dienst die op voordracht van partijgenoot wethouder Simons werd aangesteld, en vervolgens weer ontslagen werd. De man - ook al een Macher - moest orde op zaken stellen bij de dienst, maar brandde zijn vingers aan de (ruime) declaratieregels die speciaal voor hem waren opgesteld.

En nu is er weer het debacle met generaal b.d. Brinkman die, op voordracht van Peper, door minister Dijkstal als korpschef werd aangesteld om de inspraakcultuur en de macht van de politiebonden aan banden te legen. Marcel van Dam voorspelde donderdag in zijn column een ramp als Brinkman, door chantage van diezelfde bonden, het veld moet ruimen.

Hij heeft gelijk. Probleem is alleen dat politiemensen geen mijnwerkers of omroepmedewerkers zijn, maar een cruciaal machtsapparaat bemannen. Een Thatcheriaanse uitputtingslag om de macht is daarom ook weinig aanlokkelijk. Plooien en schikken ligt volgens de beste vaderlandse traditie meer in de rede. Peper en zijn generaal mogen het gelijk grotendeels aan hun kant hebben, om het op den duur te kríjgen zullen ook zij het nodige water bij de wijn moeten doen.

Vergeleken met Peper, is collega Schelto Patijn van Amsterdam een ingetogen bestuurder. Een ambitieus program heeft hij niettemin wel. Patijn is bezig het hoofdstedelijke tuintje aan te harken. Het moet uit zijn met de anarchie in het publieke domein. Regels zijn er om te worden nageleefd, en waar ze ontbreken worden nieuwe bedacht. Koffieshop-eigenaren, terrasuitbaters, straatartiesten, pornokaartverkopers, bordeelexploitanten en de Mazzo weten er inmiddels alles van. 'De ware vrijheid luistert naar de wetten', aldus Patijn.

Als correctie op het motto van de jaren zestig - 'het is verboden te verbieden' - kan dat geen kwaad. Zolang het althans om redelijke en handhaafbare regels gaat. Dat is niet steeds het geval. Dat het aantal koffieshops wordt beperkt, is niet erg zolang maar niet de suggestie wordt gewekt dat ze moeten worden uitgebannen. Voor naleving van de door het kabinet bepleite en door de burgemeester verdedigde totale scheiding tussen de verkoop van alcohol en softdrugs bleek in Amsterdam geen meerderheid te zijn.

Ook de regelzucht waaraan Koninginnedag dit jaar werd onderworpen doet geforceerd aan. Dat de jaarlijkse vrijmarkt wat kindvriendelijker wordt gemaakt, is verstandig. Maar wat is er op tegen, klaagden burgers en politieagenten in het NOS-journaal als er eenmaal per jaar zonder vergunning herrie wordt gemaakt, bier en bedorven saté uitgevent - zoveel is er in het verleden toch niet misgegaan?

Amsterdam vertrut onder Patijn, vrezen zijn criticasters. Dat zal wel meevallen. Patijn is niet alleen een ordentelijke Haagse meneer, maar ook een inschikkelijke en betrouwbare man. Enige grond voor verdenking is er wel, zo blijkt uit het jongste nummer van Opzij. De burgemeester trekt daarin van leer tegen alles wat met prostitutie heeft te maken. Van de door hem zelf ingestelde tippelzone ('als het kon, zou ik hem morgen weer afschaffen') tot de raamprostitutie op de wallen ('Er zit geen enkele romantiek meer in het werk').

Andermaal is er, gezien de vele misstanden, weinig op tegen als die bedrijfstak aan regels wordt onderworpen. Maar helaas druipt ook het moralisme er in Opzij vanaf. Prostitués en hoerenlopers - wijlen Ischa Meijer en die twee noordelijke burgemeesters incluis - zijn 'doodzielig'. Dat er vrouwen en mannen zijn die bij hun volle verstand voor de prostitutie kiezen, gaat er bij Patijn niet in. Het is ook een mening, maar een beetje betuttelend is die wel.

Meer over