Onbuigzame en onkreukbare intellectueel

Een intellectueel in de politiek, de man die de weg vrijmaakte voor vakbondsactiviteiten in Turkije, maar ook degene die opdracht gaf tot de invasie van Cyprus: Bülent Ecevit....

Eric Outshoorn

In de 45 jaar die Bülent Ecevit in Turkije politiek actief is geweest – als minister, partijleider, dissident en tenslotte als premier – is hij van veel kwaads beschuldigd, maar één ding hebben zijn vele tegenstrevers hem nooit kunnen aanwrijven: corruptie.

In een land waar omkoping bijna een tweede natuur lijkt, was Ecevit een toonbeeld van onkreukbaarheid. Zijn naam is nooit in verband gebracht met corruptie of maffiapraktijken. Voor hem geen dikke Mercedes – het kenmerk voor een geslaagde Turk – hij verplaatste zich liever in een oude Tofa¿s, de Turkse Fiat met tractorstuur.

Hij bleef 40 jaar overeind in de politiek, overleefde een aantal militaire coups, liet een invasie uitvoeren en vertaalde en passant ook nog werk van T.S. Eliot en Rabindranath Tagore in het Turks. Want Ecevit was naast hartstochtelijk politicus ook dichter en intellectueel.

Hij werd in 1925 geboren in Istanbul als zoon van een jurist die zijn hoogleraarschap combineerde met het lidmaatschap van het parlement. Hij bezocht een deftige Amerikaanse school in Istanbul. Later studeerde hij Engelse letterkunde in Ankara, Sanskriet en Bengalees in Londen en journalistiek en politiek in de VS.

Ecevit s politieke loopbaan begon in 1957, toen hij op 32-jarige leeftijd het jongste lid van het Turkse parlement werd namens de Republikeinse Volkspartij, de CHP. Hij maakte gestaag carrière. In de eerste helft van de jaren zestig was hij minister van Arbeid in verscheidene kabinetten onder Ismet Inönü. Hij zorgde ervoor dat vakbondsactiviteiten mogelijk werden.

In 1966 werd hij secretaris-generaal en voerde de partij naar een wat linksere koers. Toen de militairen in 1971 de macht grepen, was hij daar een uitgesproken tegenstander van. In 1973 werd hij de onbetwiste leider van de CHP. Hij leidde twee kabinetten in de jaren zeventig.

Hij speelde een belangrijke rol in de Cyprus-crisis van 1974, toen de Cypriotische president aartsbisschop Makarios werd afgezet door voorstanders van de aansluiting van Cyprus bij Griekenland (de zogenoemde enosis). De Turkse strijdkrachten vielen Cyprus binnen om de in het nauw gedreven Turks-Cypriotische minderheid te beschermen. Die interventie leidde tot het uitschakelen van de pro-Griekse rebellen, en uiteindelijk tot de val van de Griekse junta.

Na de verkiezingen van 1978 keerde hij terug in de regering, maar hij slaagde er niet in een uitweg te vinden uit de gigantische economische crisis die Turkije al enkele jaren beheerste. Terwijl aan in de grote steden studenten van uiterst links en uiterst rechts een bloedige oorlog voerden, kwamen fundamentalistische moslims in verzet kwamen tegen de seculiere staat.

Ecevit moest opnieuw wijken voor zijn eeuwige rivaal – en latere president – Süleyman Demirel, totdat in 1980 de strijdkrachten opnieuw een coup pleegden. De zelfbenoemde hoeders van Atatürks erfenis zagen de seculiere staat in gevaar gebracht. Met massa-arrestaties en een aantal terechtstellingen wisten zij betrekkelijk snel de orde te herstellen.

Hij verdween enkele keren achter de tralies. Hij kreeg een verbod zich met politiek te bemoeien, maar achter de schermen werkte hij hard aan zijn terugkeer. In 1985 werd de DSP opgericht, als alternatief voor de CHP. Aanvankelijk werd de partij geleid door zijn vrouw Rahsan, maar na de amnestie in 1987 nam Ecevit zelf de teugels in handen.

Ondanks zijn verleden genoot Ecevit de steun van de strijdkrachten door zijn verklaarde secularisme en herhaalde verzekeringen niet te zullen samenwerken met de politieke islam. Ook zijn harde houding jegens de Koerdische afscheidingsbeweging PKK, die sinds 1984 onder leiding van Abdullah Öcalan een gewapende strijd voerden tegen de staat, gaf hem daar veel krediet.

In de jaren negentig ontpopte hij zich steeds meer als een felle nationalist, die voortdurend in politieke strijd was gewikkeld met de leider van zijn oude partij CHP, Deniz Baykal, om het leiderschap van links in de Turkse politiek.

Binnen de DSP was er veel kritiek op zijn stijl van leidinggeven. Met zijn vrouw Rahsan leidde hij de partij als een privé-koninkrijkje. Dat leidde onder meer tot het vertrek van zijn succesvolle minister van Buitenlandse Zaken Ismail Cem, mede-architect van de Grieks-Turkse ontspanning na 1999.

Voor Ecevit begonnen de jaren te tellen. Zijn onbuigzame houding in de kwestie-Cyprus (‘Er is geen kwestie-Cyprus, die hebben we in 1974 opgelost’, placht hij te zeggen) en in het Koerdische probleem, werden steeds grotere struikblokken in de gewenste toenadering tot de Europese Unie.

Steeds vaker kreeg de oude politicus gaten in zijn geheugen. Zo verwarde hij het Bulgaarse staatshoofd eind jaren negentig eens met de president van Albanië tijdens een bezoek aan Sofia. De aanwezige diplomaten konden slechts met gekromde tenen toekijken.

Zijn laatste kabinet was een monsterverbond met de extreemrechtse MHP van Devlet Bahceli en de conservatieve Moederlandpartij van Mesut Yilmaz. Hij kreeg met bijna iedereen ruzie: met president Ahmet Necdet Sezer over de corruptiebestrijding en met coalitiegenoot MHP over de toetreding tot de Europese Unie.

De verloren verkiezingen van eind 2001 en het daarop overtuigend aan de macht komen van de ‘islam-vriendelijke’ AKP van de huidige premier Tayyip Erdogan, betekende het einde van Ecevit s politieke carrière. Hij verdween naar de achtergrond, maar niet dan nadat hij persoonlijk een nieuwe partijleider had benoemd. Af en toe waarschuwde hij met steeds zwakker wordende stem tegen het vermeende gevaar dat Erdogan opleverde voor de seculiere republiek.

In mei van dit jaar werd Bülent Ecevit getroffen door een hersenbloeding waarna hij in een coma raakte. Daardoor hoefde hij niet meer mee te maken dat zijn vrouw Rahsan zijn goede naam te grabbel gooide. In een genante poging de seculiere partijen onder haar leiding een vuist tegen Erdogan te laten maken, maakte zij een met veel publiciteit omgeven rondgang langs de politici van de seculiere partijen van links en rechts. Serieus werd ze niet meer genomen en haar ‘reddingspoging voor het vaderland’ stierf een snelle dood.

Eric Outshoorn

Meer over