Onbekende voedselmanipulatie

In Nederland wordt een terughoudend beleid gevoerd ten opzichte van genetisch gemanipuleerde voedingsmiddelen. Er zijn er dan ook nog maar weinig op de markt....

WE DO NOT serve genetically engineered food', hangt bij een aantal Noordamerikaanse restauranthouders op de deur, naast de stickers van Visa en American Express, en in Zwitserland hebben bijna 350 restaurants en winkeliers zich aangesloten bij de campagne Gut statt Gen. De deelnemers verplichten zich om geen genetisch veranderde levensmiddelen te serveren of te verwerken.

In Nederland bestaat zo'n organisatie van verontruste restauranthouders niet. Niet omdat de biotechnologische revolutie zich niet ook in de nationale keuken zou voltrekken, maar omdat de voor- en tegenstanders hier niet zo fel tegenover elkaar staan als in een aantal omringende landen.

Wat vindt een vegetariër ervan als zijn worteltjes een antivries-gen uit een platvis bevatten? Zulke ethische vragen komen aan de orde als genen van de ene dier- of plantesoort overgebracht worden naar de andere. Mag een moslim wel rundvlees eten met een varkens-gen en hoe zit het met kosher voedsel?

Vijftien jaar geleden deden de wildste speculaties over biotechnologie de ronde. De nieuwe methode zou de wereld op haar kop zetten. Internationale verhoudingen zouden er door veranderen, want elk produkt zou naar believen gemaakt kunnen worden uit ongeacht welke grondstof. Daarmee zouden de grondstoffenmarkten ineen kunnen storten.

De voedselketen zou volledig door enkele multinationale bedrijven gecontroleerd worden, meenden zwartkijkers. Chemische industrieën kochten immers zaadveredelingsbedrijven op, teneinde gewassen op maat te kunnen maken. Aan de ene kant van het spectrum zouden zij dan gewassen - zoals maïs, sojabonen, suikerbieten of katoen - kunnen fabriceren die resistent zijn tegen het onkruidverdelingsmiddel dat zij verkopen. Zo kan er ongebreideld worden gespoten zonder dat het gewas te lijden heeft.

Aan het andere uiteinde van het spectrum verwachtten de industrieën veel van het toepassen van biotechnologie voor het beïnvloeden van de eigenschappen van de gewassen. Bijvoorbeeld uniforme aardappels, tomaten of sinaasappels, zodat ze gemakkelijker in de fabriek verwerkt kunnen worden; maïs, suikerbieten, aardappels of graan waarvan de zetmeel- of suikersamenstelling is toegespitst op de behoeften van de industrie; langer houdbare vruchten en groenten als tomaat, meloen en broccoli.

Inmiddels is duidelijk dat de ontwikkelingen niet zo snel zijn gegaan als werd verwacht. De techniek van het succesvol en betrouwbaar veranderen van erfelijk materiaal in planten (en dieren) bleek gecompliceerder dan verwacht. Maar ook de acceptatie van dergelijke genetisch veranderde produkten door het publiek bleek minder groot dan gedacht.

Een aantal grote chemische bedrijven, zoals Shell, heeft zijn zaadveredelingsactiviteiten inmiddels afgestoten. Andere, zoals Monsanto en Ciba-Geigy, zijn doorgegaan. Wie in de schappen van de supermarkt kijkt, kan echter constateren dat er nog maar erg weinig 'biotech-produkten' te koop zijn. De critici hebben dus ongelijk gehad.

In Nederland zijn vooral enkele enzymen van broodverbeteraars, die langs biotechnologische weg zijn verkregen, al ingeburgerd. Deze enzymen zetten stoffen in het deeg om, zodat de houdbaarheid en verwerkbaarheid van het brood verbeteren. Ze zijn toegelaten, mits ze tijdens het bakproces worden geïnactiveerd.

Maxiren, een door Gist-brocades met recombinant-DNA gemaakt stremsel, is ook toegelaten in Nederland. Door de Nederlandse zuivelindustrie wordt het echter niet gebruikt, om de export van kaas (naar vooral Duitsland) niet in gevaar te brengen. Gist-brocades exporteert het enzym wel. Bijvoorbeeld naar de Verenigde Staten. En op kleine schaal - voor vegetariërs - wordt kaas met biotech-stremsel geïmporteerd.

Op grote schaal wordt veevoer met het met DNA-technieken vervaardigde enzym fytase toegepast. Het enzym stelt varkens en pluimvee in staat het fosfor uit hun voer beter op te nemen. Als voeding voor te vroeg geboren baby's die problemen hebben met hun stofwisseling, heeft Nutricia onlangs Nenatal op de markt gebracht. De vetzuursamenstelling daarvan is veranderd met door biotechnologie verkregen enzymen.

Dicht tegen markt-introductie aan zit de in opdracht van Avebé ontwikkelde aardappel die alleen het zetmeel amylopectine bevat en geen amylose. Er zijn op korte termijn geen toepassingen in voedingsmiddelen voorzien. Daarnaast is er de veelbesproken langer houdbare biotech-tomaat Flavr Savr die in de Verenigde Staten is toegelaten, maar in Nederland nog niet. Wel is het mogelijk dat deze tomaten zijn verwerkt in uit Amerika geïmporteerde tomatenketchup of tomatenpuree.

Bedrijven als Unilever, Douwe Egberts, Gist-brocades en Albert Heijn zijn uitermate voorzichtig met het introduceren van genetisch veranderde voedingsmiddelen, en sinds 1992 is er onder leiding van de Stichting Consument en Biotechnologie informeel overleg tussen bedrijfsleven, consumenten- en milieuorganisaties.

Onderwerp van overleg zijn vooral de aanduidingen die op de verpakkingen van de nieuwe produkten moeten staan, en welke produkten geëtiketteerd dienen te worden. In april werd een akkoord bereikt dat als advies naar de Adviescommissie Warenwet van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Sport is gestuurd.

Uitgangspunt voor het compromis is dat de consument het recht heeft geïnformeerd te worden, zodat hij of zij zelf tot de aankoop van een produkt kan besluiten, op grond van duidelijke gegevens. De term genetisch gemanipuleerd was voor de industrie uit den boze, terwijl nieuwe bioprocessen voor de consumenten weer te verhullend zou zijn.

De wijze waarop geëtiketteerd moet worden, is in principe vrij, maar men adviseert: 'dit produkt is verkregen met behulp van moderne biotechnologie'. Het voorstel is een compromis. Er is - om pragmatische redenen - aangegeven welk soort zaken niet hoeft te worden aangeduid.

Van een genetisch gemanipuleerde plant afkomstige peperkorrels in de salami die wordt gebruikt voor een pizza bijvoorbeeld, hoeven niet te worden vermeld, evenmin als bij de verkoop van een biefstukje het eventueel gebruik van genetisch gemodificeerd veevoeder moet worden aangegeven.

Over twee belangrijke punten zijn consumentenorganisaties en industrie het oneens. Over de noodzaak bijvoorbeeld om biotechnologisch verkregen ingrediënten aan te geven die chemisch identiek zijn aan de op andere wijze verkregen stoffen. Bijvoorbeeld suiker uit een met biotechnologie ziekteresistent gemaakte suikerbiet, of olie uit gemodificeerde planten met oliehoudende zaden.

Ook menen de consumentenorganisaties dat er nog een aantal soorten proceshulpstoffen geëtiketteerd zou moeten worden. Wel is men het eens over hulpstoffen die niet of in geïnactiveerde vorm in het produkt voorkomen, zoals enzymen in broodverbeteringsmiddelen. Deze hoeven niet te worden aangegeven.

Het valt in Nederland dus wel mee met novel food en de introductie van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerd voedsel verloopt uitermate behoedzaam. Dat is echter maar schijn, constateren milieu- en consumentenorganisaties. Na een aanvankelijke dip zal het binnen anderhalf jaar aanvragen gaan regenen, verwacht de Stichting Natuur en Milieu.

En ir M. Schuttelaar, die zich bij de Consumentenbond heeft gespecialiseerd in novel food en biotechnologie, en die nu bij een adviesbureau werkt, zegt: 'Je moet over twee jaar nog eens komen. Dan liggen de schappen vol met produkten waaraan op een of andere wijze genetisch gemodificeerde organismen te pas zijn gekomen.'

Daarbij gaat het niet zozeer om een enkelvoudig gemanipuleerd produkt, zoals een langer houdbare tomaat of een weken vers blijvend stuk vlees, maar om samengestelde produkten. Ketchup waarin naast gewone tomaten ook genetisch gemodificeerde exemplaren zijn verwerkt, corn-flakes waarin ook tegen herbicide resistent gemaakte maïs zit, of vanillevla met een verdikkingsmiddel op basis van een genetisch gemodificeerde aardappel.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer moet in het kader van het Besluit Genetisch Gemodificeerde Organismen van de Wet Milieugevaarlijke Stoffen aanvragen voor het in het milieu brengen van genetisch gemanipuleerde organismen beoordelen. Veldproeven met planten, zoals maïs en soja, die resistent gemaakt zijn tegen een onkruidbestrijdingsmiddel maken ongeveer de helft uit van alle aanvragen.

'Uit milieu-oogpunt ontgaat me de relevantie daarvan volledig. Het zal immers leiden tot een verhoogd gebruik van bestrijdingsmiddelen. Ik denk dat dat uiteindelijk niet aan het publiek te verkopen is. Maar het inbouwen van zo'n resistentie is wel het gemakkelijkst te realiseren', zegt prof. dr L. Reijnders van de Stichting Natuur en Milieu. 'De laatste tijd zie ik echter een toename van aanvragen voor andere genetisch veranderde planten.'

Reijnders doelt op bijvoorbeeld de inbouw met behulp van biotechnologische technieken van resistentie tegen plantevirussen en -schimmels, of op de verandering van de samenstelling van planten zoals bij het vet van zaden, de suiker in bieten, of het zetmeel in aardappelen.

Door de liberalisering van zowel de Europese als de wereldmarkt zullen de voedingsmiddelen waarin dergelijke produkten zijn verwerkt, het dagelijks leven binnensluipen. Wie immers kan garanderen dat in een pak müSli, samengesteld uit diverse partijen granen, geen vlokken van tegen herbicide resistente tarwe uit Canada zijn verwerkt?

Op grond van de richtlijnen van de Europese Unie gelden aanvragen voor het op de markt brengen van genetisch gemanipuleerde organismen die in een lidstaat gehonoreerd zijn automatisch ook voor de rest van de unie. Maken diverse landen echter bezwaar, dan wordt er in een speciale commissie van de Europese Unie gestemd.

Het ministerie van VROM beoordeelt de aanvragen voor wat betreft de milieu-aspecten. Sinds 1991 werden alle 85 aanvragen voor veldproeven goedgekeurd. Al dan niet onder restricties. Het ministerie van VROM beoordeelt alleen de aard van het gen-construct en niet de wenselijkheid van de introductie van bijvoorbeeld een herbicide-resistent gewas.

Het ministerie van WVS beoordeelt de consumentenkant als een biotech-produkt rijp is voor de toepassing in voedingsmiddelen. Zowel veiligheidsaspecten (in de Voorlopige Commissie Veiligheid Nieuwe Voedingsmiddelen) als maatschappelijke aspecten zoals etikettering en noodzakelijkheid (in de Adviescommissie Warenwet) komen daarbij aan de orde.

Van de zestien aanvragen die de afgelopen anderhalf jaar op veiligheid werden beoordeeld, zijn er zes aangehouden, in afwachting van meer informatie van de fabrikant. Van de tien aanvragen die de Adviescommissie Warenwet ontving, is er slechts één teruggestuurd voor herbezinning: een tegen herbicide resistent gemaakt koolzaad. Daarvan had de commissie het gevoel: moet dat nou zo nodig?

In afwachting van de Europese richtlijn voor novel food is de Nederlandse procedure voorlopig. De Europese richtlijn is bijna gereed en een vergaand compromis tussen de 'vrijlaters' zoals Groot-Brittannië en Frankrijk, en de landen die meer strikte regels wensen zoals Duitsland, Denemarken, Zweden, Oostenrijk en Griekenland. Vooral waar het de etiketteringsvoorschriften betreft, zijn de Nederlandse consumenten niet ingenomen met het resultaat. Naar hun smaak mogen te veel biotechnologische toepassingen buiten het etiket gehouden worden.

De Nederlandse consumenteorganisaties vrezen dat het pas goed aanvragen voor novel food zal gaan regenen als - naar verwachting in de loop van dit jaar - de Europese regelgeving wordt geharmoniseerd. Dan is de kans reëel dat de consument, zonder dat hij het weet, produkten eet waaraan genetisch gemodificeerde organismen te pas kwamen. Maar misschien is die verwachting, net als vijftien jaar geleden, wel zwaar overtrokken.

Maarten Evenblij

Meer over