Onbekende superster

Sixto Rodriguez, bouwvakker in Detroit, bleek zomaar een superster in Zuid-Afrika. De documentaire Searching For Sugar Man vertelt het verhaal over de man die de nieuwe Jimi Hendrix had kunnen zijn.

Het was maart 1998 en daar stond hij dan: Sixto Rodriguez, 55, op het podium van het uitverkochte Bellville Vélodrome in Kaapstad, een arena van Ahoy-formaat. De mensen joelden en huilden, ze aanbaden hem. De ovatie hield maar niet op en was zo luid dat hij minutenlang niet kon beginnen aan zijn eerste liedje.

Hij was met een limousine opgehaald van het vliegveld. Overal concertaffiches met zijn naam erop. Na afloop van het concert moest hij signeren: cd's, versleten elpees, vrouwenborsten, een bovenarm met Rodriguez-tattoo.

Het was dus echt waar wat ze hem een paar maanden eerder verteld hadden: hij was écht een superster in Zuid-Afrika. Ruim twintig jaar al, maar hij had het nooit geweten. De platina plaat die hij kreeg voor zijn album Cold Fact (uit 1970) bewees het. Zouden zijn collegabouwvakkers in Detroit dit geloven?

Het onwaarschijnlijke, ontroerende verhaal van de als 'nieuwe Dylan' gelanceerde singer-songwriter en protestrocker Sixto Rodriguez (nu 70) was al wel bekend: na zijn Zuid-Afrikaanse triomftocht in 1998 drong zijn succes ook door tot Europa, waar hij optredens en interviews deed. Zijn albums werden heruitgegeven. Maar een reconstructie in documentairevorm is er pas nu: het schitterende Searching For Sugar Man, te zien tijdens het IDFA.

Het is lastig een goed woord te vinden voor het Zuid-Afrikaanse succes van Rodriguez, die in 1970 en 1971 twee geweldige albums uitbracht die totaal flopten. Wederopstanding? Herrijzenis? Die woorden suggereren dat het poppubliek in Amerika en Europa hem ooit wél kende.

In Zuid-Afrika sloeg Cold Fact in de tweede helft van de jaren zeventig in als een bom, vermoedelijk nadat één Amerikaan een exemplaar had meegenomen dat in handen belandde van een labelbaas, die vervolgens een licentieovereenkomst sloot met Rodriguez' Amerikaanse label Sussex.

De politiek getinte teksten van de mysterieuze protestzanger sloegen aan bij een generatie jonge, witte Afrikaners die walgden van Apartheid en de censuur en onderdrukking van de regering-Botha: 'I open the window and listen to the news/ But all I heard was the establishment's blues', zong Rodriguez, met zijn licht nasale, Dylan-achtige stem.

Er werden zeker een half miljoen exemplaren van Cold Fact verkocht. Rodriguez inspireerde een generatie Zuid-Afrikaanse protestzangers: Koos Kombuis, Johannes Kerkorrel. 'Zuid-Afrika was een nazistaat', zegt muzikant Willem Möller. 'Rodriguez vertelde ons: er is een uitweg.'

Rodriguez-fan Stephen Segerman, door zijn vrienden 'Sugar Man' genoemd omdat zijn achternaam op die Rodriguez-songtitel lijkt: 'Elk Zuid-Afrikaans gezin dat een platenspeler bezat, had drie elpees zéker in huis: Abbey Road van The Beatles, Bridge Over Troubled Water van Simon & Garfunkel en Cold Fact van Rodriguez. Hij was groter dan de Stones.'

Dat de autoriteiten enkele subversief geachte songs op de elpee lieten wegkrassen, maakte Rodriguez' muziek voor de Afrikaners slechts opwindender, ook al omdat niemand wist wie hij was. Men meende alleen zeker te weten dat hij dood was: volgens de wildste versie had hij zich tijdens een rampzalig concert in de VS overgoten met benzine en in brand gestoken.

In 1991 verscheen Rodriguez' werk voor het eerst op cd, alleen in Zuid-Afrika. Segerman schreef een verhaal voor het cd-boekje, dat de speurzin van de muziekjournalist Craig Bartholomew-Strydom prikkelde. Toen die halverwege de jaren negentig een Rodriguez-zoektocht begon, stond het internet als informatiebron nog in de kinderschoenen. Was Rodriguez' voornaam nou Sixto of toch Jesus, zoals tussen haakjes achter de liedjes op het elpeelabel stond? Uit welke stad kwam hij?

Er was geen enkel aanknopingspunt tot Bartholomew het zinnetje 'I met a girl in Dearborn' onderzocht: in dat stadsdeel van Detroit schoot hij raak. Hij kwam in contact met Mike Theodore, die als producer en sessiemuzikant meewerkte aan Cold Fact en het antwoord wist op Bartholomews belangrijkste vraag: hoe en wanneer stierf Rodriguez nou precies? Het luidde: 'Hoe bedoel je? Hij is niet dood, hij woont hier in de stad.'

Toen het internet tot wasdom kwam, was het natuurlijk snel beklonken. Segerman had alles wat hij over Rodriguez wist op een website verzameld. In het gastenboek verscheen een bericht van ene Eva Rodriguez, die meldde dat Rodriguez haar vader was. En toen had Segerman, midden in de nacht, ineens zijn held aan de telefoon en kon hij hem vertellen dat hij in Zuid-Afrika groter was dan Elvis Presley.

Vanaf het moment dat Rodriguez en Zuid-Afrika elkaar eindelijk vinden, is het een hele opgave het bij Searching For Sugar Man droog te houden. De enigmatische Rodriguez blijkt zijn drie dochters, Eva, Sandra en Regan, al die jaren te hebben onderhouden door lange, zware dagen als bouwvakker en sloper te maken in dat harde, rauwe, troosteloze Detroit. Hij ging vaak in mooi pak naar de bouwplaats: eens de artiest, altijd de artiest.

Hij nam zijn meiden mee naar musea en bibliotheken: geen drempel mocht te hoog voor ze zijn, ze moesten te allen tijde blijven geloven dat je alles kunt bereiken wat je wilt.

Een half miljoen verkochte platen in Zuid-Afrika, maar waar bleef het geld? Rodriguez' Zuid-Afrikaanse label beweert de royalties altijd te hebben overgemaakt naar de VS.

Verbijsterend is Bartholomews gesprek met Clarence Avant, de Sussex-labelbaas die later Motown zou leiden: 'Ach ja, Rodriguez, maak me nou niet emotioneel, een van de beste artiesten met wie ik gewerkt heb', zegt Avant eerst nog, om nijdig te worden wanneer Bartholomew blijft vragen naar Rodriguez' royalties. 'Zeg, is dat belangrijk? Luister, jongeman: Rodriguez heeft hier nooit verkocht, meer weet ik niet. Wil je het nou over Rodriguez hebben of over geld?'

Sixto Rodriguez is 70, woont nog in hetzelfde houten huisje in Detroit als in 1970 en maakte sinds 1998 vier Zuid-Afrikaanse tournees. Rijk is hij niet. Van emotie verraadt hij geen spoor: op de vraag of het niet fijn was geweest om eerder te weten dat hij groot is in Zuid-Afrika, omdat zijn leven dan toch anders zou zijn verlopen, antwoordt hij bedachtzaam dat hij niet zo goed weet wat hij daarop moet zeggen.

Searching For Sugar Man (Malik Bendjelloul, Zweden/Engeland 2012. 82 minuten). Vijfmaal te zien tijdens het IDFA, onder meer als deel van het programma IDFA@Melkweg: twee dag- en twee avondprogramma's (17 en 18 november) met muziekdocumentaires in de Melkweg.

Searching For Sugar Man is ook de titel van een soundtrack-cd met veertien songs van zijn twee albums, maar dankzij het liefhebberslabel Light In The Attic zijn ook de twee originele albums goed verkrijgbaar op cd, prachtig verzorgd en met uitgebreide achtergrondverhalen in de cd-boekjes: Cold Fact (1970) verscheen in 2008, opvolger Coming From Reality (1971) een jaar later. De producers en muzikanten die aan de albums meewerkten, kunnen er nog altijd niet over uit: die songs, die poëzie, die stem, dat geluid - hoe is het in vredesnaam mogelijk dat het destijds niets teweegbracht? Omdat Rodriguez een 'latino' was, wellicht? Hoe het ook zij: beide platen zijn inderdaad fenomenaal mooi.

Pop @ IDFA

TIP 1: Big Star - Nothing Can Hurt Me

Gitaarband Big Star bestond maar vier jaar (1971-1974) en kende in die periode weinig commercieel succes, maar ging na de breuk gelden als de briljante en zeer invloedrijke grondlegger van de melodieuze gitaarrock die 'powerpop' wordt genoemd. De documentaire vertelt het verhaal van de band, laat zien hoe de beroemde Ardent-studio's en de stad Memphis het bandgeluid beïnvloedden en hoe een reüniebezetting het vanaf 1993 volhield tot in 2010 frontman Alex Chilton stierf. Viermaal te zien. De voorstelling van woensdag 21 november in de Melkweg is gekoppeld aan een Big Star-avond in de Oude Zaal, met het enige nog levende originele bandlid (drummer Jody Stephens), de drijvende krachten achter de reüniebezetting (Ken Stringfellow en Jon Auer) en Nederlandse bewonderaars als JB Meijers, Jelle Paulusma en Tim Knol.

TIP 2: A Band Called Death

De zwarte broers David, Dannis en Bobby Hackney maakten in Detroit snoeiharde punk in de vroege jaren zeventig, voordat het genre bovengronds kwam. Het werd door pers en publiek niet gepruimd, zéker niet van een stel zwarte broers die hun band de volstrekt onverkoopbare naam Death hadden gegeven, een 'eresaluut' aan hun overleden vader. Toch bleven ze bestaan, onvermoeibaar strijdend voor de erkenning, die uiteindelijk ook kwam. Ontroerend familieverhaal; schitterend portret ook van Detroit, Amerika's rauwste grote stad. Viermaal te zien.

TIP 3: Uprising: Hip Hop & The L.A. Riots

Wie de hiphop van Los Angeles goed volgde, wist allang dat het een keer mis moest gaan in de Californische metropool, zo luidt het punt dat filmer Mark Ford maakt in zijn documentaire Uprising, over de onvermijdelijkheid van de rellen in de stad en de rappende chroniqueurs die het allemaal zagen aankomen. De indrukwekkende beelden van Rodney King die voor het eerst de plaats bezoekt waar politieagenten hem in elkaar sloegen, maken duidelijk wat deze film zo goed maakt: hij is compact, grondig en opmerkelijk beheerst en genuanceerd. Viermaal te zien.

undefined

Meer over