Onbaatzuchtiger kan het niet

Minister Zalm verkondigde in de Eerste Kamer dat het helemaal niet nodig is om mensen met AOW langer te laten werken of ook AOW-premie te laten betalen....

Ook Ferd Crone, financieel woordvoerder van de PvdA in de Tweede Kamer,erkent dat de financiering van de vergrijzing 'geen groot probleem is'(Forum, 17 december). Alleen Wouter Bos heeft de rekensom van Crone nogniet gezien, zo blijkt uit zijn boek.

Des te vreemder is het dat Crone voor de oplossing van dat non-probleemAOW'ers koopkracht wil laten inleveren. Hij wil de AOW-premie voorwerkenden met 8 procent verlagen en dat laten betalen door mensen met AOW.Waarom? Omdat hij in het geval van toekomstige tegenvallers, bijvoorbeeldmet de economische groei, de groei van de pensioenfondsen of de groei vande arbeidsparticipatie, maar één mogelijkheid ziet om die tegenvallersop te vangen: een verlaging van de AOW. En om die mogelijke verlaging inde toekomst te voorkomen, wil hij voor de zekerheid nu al een verlagingdoorvoeren.

Tot dusver was het gebruikelijk om tegenvallers op te vangen met eenpakket maatregelen dat zo evenwichtig mogelijk over de bevolking isgespreid. Om een buffer te vormen voor tegenvallers is het beter destaatsschuld te reduceren. Maar Crone ziet nu als enige mogelijkheid eenverlaging van de AOW. En wel op voorhand.

Dat voorstel onthult veel meer dan Ferd Crone en de PvdA waarschijnlijklief is. Want de reden om de koopkrachtontwikkeling van AOW'ers te latenachterblijven, kan alleen maar zijn dat men vindt dat gepensioneerden hette goed hebben gekregen. Omdat, zoals Crone constateert, 'veel ouderenaanvullende pensioenen en vermogen (afgeloste huizen) hebben'. Dieopvatting blijkt ook uit zijn redenering dat het 'niet oneerlijk is' depremie voor werkenden te halveren, omdat de premie in de loop vantientallen jaren is gestegen, tot die in 1998 op 18 procent werdgemaximeerd.

Ook dat is een doelredenering. De huidige hoogte van de AOWpremie is deresultante van een geschuif tussen AOW-premie, premie voor de AWBZ en debelastingtarieven in de eerste twee belastingschijven, om de koopkracht vande AOW gelijk te laten oplopen met de CAO-lonen. De huidige AOW-premiezegt, in tegenstelling tot wat Crone suggereert, niets overlastenverzwaringen voor werkenden om de AOW betaalbaar te houden. Voor diehogere premie zijn ze doorlopend geheel of gedeeltelijk gecompenseerd viade belastingtarieven.

Toen minister Melkert zeven jaar geleden de premie maximeerde op hethuidige niveau, vond hij dat voor werkenden een verantwoord niveau. Nu komtde PvdA tot de conclusie dat de ouderen zo veel hebben gespaard voor hunaanvullend pensioen en voor de aflossing van hun hypotheek, dat ze best watkunnen inleveren ten behoeve van de werkenden. Ik vind dat oneerlijk.Mensen moet je niet straffen omdat ze gespaard hebben. Dat ondermijnt hetvertrouwen in overheid en politiek. Gepensioneerden kunnen niets meer doenom koopkrachtverlies te compenseren.

Bovendien, de koopkracht van werkenden is toch niet aangetast omdatsteeds meer gepensioneerden aanvullende pensioenen krijgen? Iedere nieuwegeneratie werkenden begint vanwege de welvaartsstijging op een hogerwelvaartsniveau. Hun inkomen stijgt ook sneller dan dat vangepensioneerden. In geen enkele prognose worden die trends omgebogen. Croneschrijft: 'Vergrijzing is dus meer een vraag van eerlijk delen van delasten tussen arm en rijk, dan tussen jong en oud.' Hoezo? Waarom wil hijdan wel de lasten tussen jong en oud herverdelen?

Een faire kosten-batenanalyse van de vergrijzing is nog nooit gemaakt.Nu begint pas door te dringen dat gepensioneerden door hogerebelastingafdrachten de kosten van de vergrijzing bijna helemaal zelfbetalen. Bovendien heeft de vergrijzing als doemscenario het inzichtverdrongen dat er ook heel veel positieve gevolgen zijn voor desamenleving.

Om er een aantal te noemen:

Ouderen plegen nauwelijks misdrijven. Dat betekent een forse besparingper hoofd van de bevolking op de uitgaven voor veiligheid.

Ouderen zijn veel minder mobiel. Dat bespaart op wegen en op subsidiesvoor het openbaar vervoer

Ouderen hebben vaak hun hypotheek geheel of gedeeltelijk afgelost. Datscheelt de staatskas veel hypotheekrenteaftrek.

Omdat ze als 'renteniers' zorgen voor meer binnenlandse consumptie,zorgen zij voor een aanzienlijk hogere BTW-opbrengst.

Ouderen leggen geen beslag meer op de onderwijscapaciteit. Zij dragenwel veel kennis gratis over.

Grootouders bevorderen de arbeidsparticipatie. Zij doen heel wat aankinderopvang.

Tenslotte: als ouderen doodgaan, dragen ze alles wat ze hebben over aande jongere generaties en de staat (via successierechten). Onbaatzuchtigerkan het niet.

Deze besparingen zijn in geen enkele kosten-batenanalyse opgenomen. Waterg eigenlijk dat je dit soort dingen moet opschrijven. Alsof jongeren enouderen verschillende soorten zijn.

Meer over