Nieuws

Omvang Nederlandse bossen verder afgenomen, ondanks ‘Bossenstrategie’

De omvang van het bosoppervlak in Nederland nam de afgelopen vier jaar af met 1925 hectare (0,5 procent van het totaal). De sterke ontbossing tussen 2013 en 2017 is daarmee afgevlakt, tegelijk lag de aanplant van nieuw bos de afgelopen vier jaar juist op het laagste niveau sinds 1970.

Jean-Pierre Geelen
De Veluwe 
 Beeld Marcel van den Bergh
De VeluweBeeld Marcel van den Bergh

De voornaamste oorzaak van de ontbossing in Nederland zijn de veranderingen in het landgebruik, zoals de aanleg van wegen en woonwijken, of het kappen van bomen vanuit natuurbeheer, bijvoorbeeld om ruimte te creëren voor heide of andere begroeiing. Dat concluderen onderzoekers van Wageningen Environmental Research (WENR) in het vakblad Natuur, Bos en Landschap. Bomenkap voor houtproductie of vanwege ziektes als essentaksterfte speelt geen rol in het onderzoek, omdat op plekken waar dat zich voordoet doorgaans nieuwe bomen komen.

De onderzoekers komen tot hun bevindingen door het gebruik van topografische kaarten, eventueel gecorrigeerd aan de hand van meer recente luchtfoto’s. Het onderzoek is sinds 1970 zes keer gedaan. De serie wordt gemaakt voor jaarlijkse klimaatrapportages van Nederland in het kader van het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties.

Bossen spelen een belangrijke rol bij het tegengaan van klimaatverandering. Vooral oudere bomen slaan koolstof op en zijn zo van belang voor de CO2-huishouding van een land. Sinds 1970 nam de hoeveelheid bos in Nederland decennialang toe, maar vanaf 2013 was er een sterke daling te zien. De huidige bosoppervlakte bedraagt zo’n 363.801 hectare, ongeveer gelijk aan het niveau van 1990.

Ambitie

Vorig jaar publiceerde minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselbeheer haar Bossenstrategie. Daarin was de ambitie om in het jaar 2030 zo’n 10 procent meer bos in Nederland aan te planten. In de praktijk komt dat neer op zo’n honderd miljoen bomen en 37 duizend hectare nieuw bos.

Het resultaat van het nieuwe onderzoek lijkt in tegenspraak met dat voornemen van de minister, stellen de Wageningse onderzoekers in hun artikel, maar ‘de Bossenstrategie is pas eind 2020 gepubliceerd, wat te laat is om nu al effect te kunnen zien’, schrijven zij.

De onderzoekers erkennen dat veranderingen op de topografische kaarten die zij gebruiken vaak achterlopen op de werkelijkheid. Zo is de aanplant van nieuwe, jonge bomen vaak minder makkelijk te zien dan het verdwijnen van volgroeide bomen. Niettemin schatten zij de nauwkeurigheid van de door hen gebruikte kaarten op 97 procent. De foutmarge van 3 procent komt volgens de onderzoekers doordat de de oorpronkelijke luchtfoto’s op basis waarvan de topografische kaarten zijn gemaakt vaak iets ouder zijn dan de kaarten zelf. Daardoor kan in de tussentijd bijvoorbeeld al met de aanleg van een nieuwe snelweg begonnen zijn.

Meer over