Omringd door onbegrip

Zelfmoord is geen onvermijdelijke actie. Maar in Nederland wordt nauwelijks aan preventie gedaan. Een aanklacht tegen de falende hulpverlening: 'Wie de nadruk legt op de zelfbeschikking van sudale patien, is levensgevaarlijk laconiek.'..

Nadat Annemartien voor de sneltrein naar Amersfoort was gesprongen, kreeg haar zus Susanne van mensen die haar nauwelijks hadden gekend de volgende reacties:

'Je moet maar denken: nu heeft ze rust.'

'Het was haar keuze.'

'Je kunt het toch niet tegenhouden, als ze willen dan gaan ze.'

Marianne stond na de zelfmoord van haar man Harm iedere week te blauwbekken langs het voetbalveld van haar zoons, maar nooit vroeg iemand hoe het ging. In de supermarkt ziet ze nog steeds bekenden een ander gangpad inschieten.

Dankzij Oprah en dr. Phil weet Jacqueline precies welke fases in de rouwverwerking ze moet doorlopen. Maar door die woede komt ze maar niet heen. Haar man Jos verhing zich in het trapgat van de zolder. Toen ze hulp voor haar kinderen zocht bij de Jeugdgezondheidszorg, kreeg ze 'zo'n meissie' tegenover zich dat ter plekke nog aan hun dossier moest beginnen. 'O ja, zelfdoding, tsja', mompelde ze. Jacqueline is meteen vertrokken.

Ze voelen zich gebrandmerkt, ergeren zich aan de tegeltjeswijsheden die hun worden toegevoegd, ze schamen zich, voelen zich schuldig, liegen over de doodsoorzaak van hun geliefde, kwellen zichzelf met de vraag naar het waarom. Nabestaanden komen na een zelfdoding in een gecompliceerd rouwproces terecht.

Journalist Bram Hulzebos en psychiater Bram Bakker spraken met achterblijvers en wat hun vooral opviel is dat die zo'n behoefte hadden om te praten met iemand die wbegreep waarover ze het hadden. Hulzebos, werkzaam bij het Dagblad van het Noorden, schreef vorig jaar Een te dunne huid over de zelfmoord van zijn vader, Bakker publiceerde Te gek om los te lopen, een dwarse en geruchtmakende visie op zijn vak, waarmee volgens hem veel mis is.

Hun gezamenlijke boek Loden Last, dat vandaag verschijnt, is een poging het taboe rond zelfmoord weg te nemen. Iedere dag plegen vier ijf mensen zelfmoord, op jaarbasis zijn dat vijfhonderd doden meer dan in het verkeer, maar onderzoek naar oorzaken ontbreekt, opvang van nabestaanden is slecht geregeld en preventieprogramma's zijn er niet.

Dat gebrek aan betrokkenheid heeft volgens Bakker vooral te maken met de autonomiegedachte, het beeld dat zelfmoord altijd een vrije keus is en ingrijpen dus onjuist. Hulzebos: 'We lullen onszelf de blaren op de tong over de vraag hoever we mogen gaan bij hulp bij zelfdoding, maar we hebben geen idee hoe we mensen kunnen weerhouden.'

Dat preventie mogelijk en zelfs zinvol is, daarvan zijn Bakker en Hulzebos overtuigd. Er zijn ongetwijfeld mensen, zeggen ze, die uit volle overtuiging kiezen voor de dood. Zoals Simone in het boek uitlegt: 'Dit leven en ik, dat gaat niet samen.' Maar de vraag is hoe groot die groep is. Want zelfmoord komt vaak voort uit een impuls en de meeste zelfmoordenaars lijden aan een psychiatrische ziekte (vooral depressiviteit en schizofrenie scoren hoog) waardoor hun gevoelens per dag sterk kunnen verschillen.

Schrijver Rogi Wieg, die een aantal ernstige zelfmoordpogingen overleefde, zei daarover ooit: 'De zelfmoordenaar wil niet dood, hij wil een ander leven.' Hulzebos zegt: 'Wie de nadruk legt op de zelfbeschikking van sudale patien, is levensgevaarlijk laconiek.'

Want zelfs Simone, die Wieg schreef dat zij verdorie het recht had er een einde aan te maken, vroeg zich kort voor haar zelfverkozen dood in een mail aan Hulzebos af hoe het zou zijn als ze weer een vriend had: 'Dat zou zo'n ander leven zijn...' En na de dood van Annemartien vond haar zus op haar kamer in het psychiatrisch ziekenhuis het schrift dat ze haar ooit gaf. Daar stond in: 'Ik wil leven, ik wil, ik wil, ik wil...'

In zijn reconstructie van de laatste levensjaren van zijn vader uit Hulzebos stevige kritiek op hulpverleners die, ongeeresseerd en onoordeelkundig, de manisch-depressieve man aan zijn lot overlieten. Zijn gesprekken met andere nabestaanden waren ook bedoeld, zegt hij, om een antwoord te krijgen op de vraag of zijn vader met zijn behandelaars misschien gewoon pech had gehad.

Het boek geeft een ontluisterend antwoord op die vraag. Ouders, partners, broers en zussen beschrijven hoe zij werden buitengesloten door hulpverleners en machteloos moesten toezien hoe het leven van hun dierbaren een fatale wending nam.

'Laat haar maar spartelen', zei de psycholoog tegen de ouders van Jeanet toen ze op haar 19de na haar eerste zelfmoordpoging weer thuis kwam. Wat volgde was een eindeloze tocht langs instellingen en behandelaars, met ouders die steeds wanhopiger probeerden hun dochter van zelfmoord te weerhouden. Ze stak zichzelf in brand, liep weg naar Amsterdam waar ze door junks werd verkracht, zat zeven weken zonder haar bril in een separeercel en ze heeft min acht.

Hun adviezen werden genegeerd, het contact afgehouden, hun bezorgdheid meteen doorgespeeld aan hun dochter. Die was immers volwassen dus stonden de ouders buitenspel. Toen ze een aansteker bij haar vonden was ze volgens de behandelaars 'aan het puberen' en daar hoorde stiekem een sigaretje roken bij.

Dieptepunt was de overdrachtsbrief van een psychiater waarin hij noteerde dat hij 'clie' had geleerd hoe ze een boek leent in de bibliotheek en hoe het is om een oliebol te eten. Dat zou Jeanet, een gymnasiumleerlinge, van haar ouders niet hebben meegekregen.

Bakker en Hulzebos kunnen zich er grenzeloos over opwinden. Bakker: 'Dat meisje is verschrikkelijk ziek en waar het eindigt weet niemand maar het allerergste is dat acting-out-gedrag van de hulpverleners, die de schuld richting de ouders schuiven.' Hulzebos:'En dan met vieze streken komen, zoals zo'n brief.'

Natuurlijk komt de familie op behandelaars vaak over als eigenwijs, vasthoudend op het irritante af, zegt Bakker. 'Maar familieleden kennen de pati wel het beste en kunnen de behandelaar waardevolle informatie bieden. En vergeet niet dat zij de pati weer moeten opvangen als die wordt ontslagen. Zij hebben zelf ook informatie nodig om te weten hoe ze dat het beste kunnen doen.' Psychiaters, concludeert Hulzebos, moeten hun arrogantie opzij zetten en met de familie een verbond sluiten.

Nabestaanden ageren steeds vakertegen het gebrek aan professionele hulpverlening. Twee ziekenhuizen betaalden in 2002 en 2003 een schadevergoeding aan de families van paties die aan de aandacht van het personeel waren ontsnapt en zelfmoord hadden gepleegd.

Conny diende een klacht in bij de instelling waar haar zus Els twintig jaar vaste klant was en kreeg grotendeels gelijk. Toen kort na de zelfmoord twee medewerkers van de instelling langskwamen, verloor ze haar zelfbeheersing. 'Nu wel!', schreeuwde ze hen toe. 'Waar waren jullie toen we jullie nodig hadden? Ze is dood en dat is ook jullie schuld.'

Volgende week dient het kort geding dat Donald, voormalig beleidsambtenaar op het ministerie van Verkeer en Waterstaat, heeft aangespannen tegen het psychiatrisch ziekenhuis waar zijn zoon Wijnand negen jaar lang verbleef. De vader vermoedt dat fouten zijn gemaakt die hebben bijgedragen aan de dood van zijn zoon en eist inzage in diens dossier. Het ziekenhuis beroept zich op privacy.

Twee jaar geleden hing Wijnand zich op in de gevangenis waar hij wachtte op een plek in een tbskliniek. Hij leed aan schizofrenie en was gaandeweg steeds agressiever geworden. Volgens Donald kwam dat door het voortschrijden van de ziekte en het jarenlange medicijngebruik. De behandelaars stelden de jongen echter persoonlijk verantwoordelijk: het lag aan zijn treiterachtige karakter, ze wilden hem niet langer behandelen. Hij stak een vakantiehuisje in brand waarna een tbs-veroordeling volgde.

Het rapport dat het Pieter Baan Centrum (PBC) opstelde, is louter gebaseerd op het verwarde relaas van zijn zoon, zegt Donald. Aan het verhaal van de familie werd geen waarde gehecht. Het rapport staat daardoor vol laster en onwaarheden, over zijn zoon, over het hele gezin.

De diagnose was vals, de instellingen hebben geblunderd, zegt Donald. 'En als vader heb ik het recht te weten wat er precies met mijn zoon is gebeurd.' Een jaar geleden heeft hij op het ministerie van Justitie zijn kritiek op het PBC toegelicht. Een bevredigend antwoord heeft hij nog niet gekregen.

In tegenstelling tot landen als Duitsland, Engeland, Turkije en Litouwen heeft Nederland nog altijd geen nationaal programma ter preventie van sude. De Depressiestichting heeft samen met vier wetenschappers en een groep nabestaanden een actieplan opgesteld. Volgende maand geven ze minister Hoogervorst van Volksgezondheid uitleg over de maatregelen die zij in hun hoofd hebben. Beveiliging van 'sudehotspots' bijvoorbeeld, of extra zorg voor in zichzelf gekeerde leerlingen.

Bakker en Hulzebos denken aan een soort wegenwacht bij psychische nood: gespecialiseerde hulpverleningsteams die zeven dagen per week, 24 uur per dag in actie komen bij een dreigende zelfmoord en zorg aan huis bieden. Het benodigde geld moet dan maar komen uit de pot voor de verkeersveiligheid. Een paar verkeersdrempels en rotondes minder en er kunnen jaarlijks misschien wel honderden mensen van zelfmoord worden weerhouden. 'Daar is enkel politieke moed voor nodig', schrijven ze.

Er is maatregel die niets kost. Verreweg de beste manier om zelfdodingen te voorkomen, is volgens hen een andere attitude van hulpverleners. Die moeten de familie intensief betrekken bij de behandeling, er niet vanuit gaan dat psychiatrische patien altijd in staat zijn om voor hun eigen belangen op te komen en veel doortastender optreden.

In dubis abstine is een gouden regel in de geneeskunde: bij twijfel niet ingrijpen. Chic, schrijven Bakker en Hulzebos. 'Maar bij mensen van wie het vermoeden bestaat dat ze zichzelf van het leven willen beroven, is een heel gewone, Amerikaanse vuistregel misschien wel meer van toepassing: better safe than sorry.'

Eind vorig jaar zag Hulzebos na het achtuurjournaal plotseling een foto van Jeanet op televisie. Ze had in een Gronings ziekenehuis een stoel door het raam gegooid en was gevlucht. Ze werd gevonden in Schiedam waar ze bij een zwerver onder zijn jas had geslapen. In het boek is het verhaal over Jeanet een verhaal zonder einde. Vandaag wordt ze geopereerd. Ze heeft zichzelf opnieuw in brand gestoken.

Meer over