Nieuws

Omikronvariant nu dominant in Nederland, effect lockdown op besmettingen begin januari zichtbaar

Omikron is de meest voorkomende coronamutatie in Nederland, sinds deze week is de variant dominant. Ondertussen dalen de besmettingscijfers, en in het ziekenhuis wordt het gestaag rustiger. Hebben de maatregelen voldoende effect om de omikrongolf te stuiten? Welk beeld geven de laatste Nederlandse cijfers?

Serena Frijters
Lege Utrechtsestraat in Amsterdam op 21 december. Het effect van de harde lockdown op de besmettingscijfers is nog niet duidelijk. Beeld ANP
Lege Utrechtsestraat in Amsterdam op 21 december. Het effect van de harde lockdown op de besmettingscijfers is nog niet duidelijk.Beeld ANP

Omikron dominant in Nederland

De omikronvariant is sinds deze week dominant in Nederland, aldus het RIVM. Slechts enkele weken nadat de mutatie voor het eerst werd aangetroffen, is het de oorzaak van meer dan 50 procent van de coronabesmettingen. Nederland ziet, anders dan veel andere landen waar omikron is aangetroffen, de landelijke besmettingscijfers nog niet oplopen.

Waar voor de kerstvakantie vooral basisschoolkinderen en hun ouders besmet bleken met het virus, neemt nu het aantal gemelde besmettingen bij twintigers weer toe. ‘Dit past bij het beeld dat we ook in het buitenland zien’, zegt Geert Westerhuis, woordvoerder van het RIVM, ‘deze nieuwe variant verspreidt zich sneller, vaak het eerst in de groepen met de meeste contacten.’

Een lokale brandhaard bleek in eerdere golven vaak een voorbode van een hogere besmettingsgraad in heel Nederland. Nu loopt in de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland het aantal positieve testen snel op. De besmettingscijfers zijn in en rond de hoofdstad en in het Gooi het hoogst van heel Nederland.

Amsterdamse onderzoekers doen dagelijks steekproeven om het aandeel van de variant te achterhalen. Op maandag was 65 procent van de onderzochte coronabesmettingen veroorzaakt door omikron. Een andere reden voor de stijging van het aantal meldingen in de regio kan zijn dat de GGD vorige week ruim 700 duizend zelftesten heeft uitgedeeld. Hierdoor zijn mogelijk ook inwoners zonder klachten erachter gekomen dat ze besmet waren. Als zij deze uitslag, zoals wordt geadviseerd, hebben laten bevestigen bij de GGD leidt dit tot een toename van het aantal meldingen.

De huidige cijfers zeggen nog weinig over de laatste maatregelen

De besmettingscijfers dalen, weliswaar langzamer dan in voorgaande weken, en er worden veel minder coronapatiënten opgenomen dan enkele weken geleden. In de afgelopen week is het dagelijks aantal gemelde besmettingen met 11 procent afgenomen naar gemiddeld zo’n 12 duizend per dag. De week daarvoor daalden de cijfers nog met 19 procent. Mogelijk is de werkelijke afname wat minder groot, een deel van de gemelde besmettingen is nog niet verwerkt. Door een technische storing in de nacht van maandag op dinsdag is er sprake van onderrapportage.

Rond de feestdagen is het moeilijker om de cijfers te duiden. Er wordt minder getest, patiënten worden soms later uit het ziekenhuis ontslagen en zieken stellen het bezoek aan de huisarts mogelijk een dagje uit. Het weekendeffect dat altijd al in de cijfers te zien weegt nog zwaarder. Op Eerste Kerstdag werden er minder dan 30 duizend personen getest in de GGD teststraten, ruim de helft minder dan de zaterdag daarvoor. Bijna eenderde van de testen tijdens de Kerst bleek positief. Hoewel er weinig coronagevallen gemeld zijn, zal dit zeker voor een deel komen doordat er heel weinig testen zijn uitgevoerd.

Opvallend is dat veel andere Europese landen de cijfers wel zien oplopen. Dagrecords sneuvelen in Italië, Spanje en Frankrijk. Veel landen overwegen nu ook strengere maatregelen, maar een lockdown als de Nederlandse komt er vrijwel nergens in de buurlanden. Uit een inventarisatie van onderzoekers van Oxford blijkt dat Nederland het enige Europese land is waar in de aanloop naar de feestdagen alle scholen gesloten waren. België koos er bijvoorbeeld voor het lager onderwijs te sluiten maar middelbare scholieren ‘hybride’ les te geven: een deel van de lessen vond wel plaats op school.

Effect omikron in ziekenhuizen nog niet zichtbaar

Wat omikron precies gaat betekenen voor de Nederlandse situatie is nog niet duidelijk. Het effect van de maatregelen is meestal op zijn vroegst pas na een week zichtbaar in de besmettingscijfers, en pas enige tijd daarna in de ziekenhuizen. Dat het aantal dagelijkse opnamen nu snel is gedaald, in twee weken tijd van meer dan 300 naar minder dan 200, komt vooral door de maatregelen die eind november werden ingevoerd.

‘Begin januari moet duidelijk worden welk effect de lockdown van 19 december heeft op de besmettingen’, zegt Westerhuis, ‘wat voor de komende tijd spannend wordt, zijn de ziekenhuis- en ic-opnames.’ Hoe de opnamecijfers zich gaan ontwikkelen hangt af van hoe snel omikron zich verspreidt en van het ‘ziekmakend vermogen’ van de mutatie, voegt hij eraan toe. ‘Daar hebben we nog geen data in Nederland van omdat de meeste mensen die nu in het ziekenhuis zijn opgenomen ziek zijn geworden van de deltavariant.’

De vaccins beschermen minder goed tegen besmettingen met de omikronvariant dan tegen de deltavariant, rapporteerde het RIVM vorige week. Ook is de kans groter dat personen die al een keer corona hebben doorgemaakt besmet raken met de nieuwe mutatie dan bij eerdere varianten. Zo lang de bescherming tegen ziekenhuisopnamen beklijft, hoeft dit niet tot ‘code zwart’ te leiden. Uit eerste hoopgevende berichten uit het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Afrika is af te leiden dat omikron minder vaak tot ernstige symptomen leidt. Maar zelfs als omikron procentueel tot veel minder ziekenhuisopnamen leidt, kan een veel snellere verspreiding nog tot een grote belasting van de zorg leiden. Stel dat personen die besmet zijn met omikron maar half zo vaak in het ziekenhuis komen, maar er zijn vier keer zoveel besmettingen, dan neemt het aantal nieuwe patiënten op korte termijn alsnog toe.

Uiterlijk 3 januari besluit het kabinet of de scholen weer opengaan na de kerstvakantie. Het krijgt daarbij advies van het Outbreak Management Team (OMT). Het RIVM kan nog niet zeggen naar welke cijfers dan gekeken wordt. Westerhuis: ‘Het OMT kijkt naar verschillende indicatoren. Het RIVM kan niet vooruitlopen op wat er in het komende OMT besproken en besloten gaat worden.’

Meer over