Analyse

Omdat het veel VVD-kiezers goed gaat, maken zij zich minder druk om de Haagse onstuimigheid

Demonstranten tegen het aardgasbeleid omringen Mark Rutte tijdens de VVD-campagne in Groningen voor de provincialestatenverkiezingen.  Beeld ANP
Demonstranten tegen het aardgasbeleid omringen Mark Rutte tijdens de VVD-campagne in Groningen voor de provincialestatenverkiezingen.Beeld ANP

De bezittende klasse dreigt de politieke agenda geheel te kunnen bepalen, ten gunste van zichzelf. De verwachting is dat dat pas kentert als de ontwrichting zo groot wordt, dat ook de haves lijden onder de sores van de have-nots. Of als de groei toch stokt.

Telkens als de steun voor premier Mark Rutte toch weer is gegroeid, ondanks alle aftredende bewindslieden, schandalen en kleine of grote leugens, duikt op sociale media die ene brief op. Een lezer uit Soesterberg schreef in februari: ‘Als je momenteel de Volkskrant leest, lijkt het of elke Nederlander gevechten heeft met de overheid over uitkeringen, toeslagen en gemeenten, terwijl er in werkelijkheid ook veel mensen zijn zoals wij: mensen die over het algemeen best tevreden zijn over onze ­overheid omdat veel zaken in Nederland wél goed geregeld zijn.’

Ja, daar zit het wel in: best veel mensen gaat het eigenlijk prima. Bijvoorbeeld de zes op de tien huishoudens die een huis bezitten en het afgelopen jaar weer zo’n 18 procent rijker werden – zonder daar iets voor te hoeven doen. Geven die mensen dan minder om het toeslagenschandaal, het ‘functie elders’-debacle, de dramatische evacuatie uit Afghanistan en al die zaken die het politieke nieuws bepalen?

‘Dat zijn inderdaad niet de dingen waar de VVD-kiezers zich erg over opwinden’, zegt Peter Kanne, opiniepeiler van I&O Research. ‘Dat geldt ook voor de problematiek in Groningen, bij Tata Steel of rond vaccineren. Mensen die zich daar druk om maken, stemmen eerder SP, GroenLinks of wijken uit naar een rechts-populistische partij. Met de VVD-kiezer gaat het over algemeen goed. Het zijn mensen die hun leven en financiën op orde hebben en niet te veel verandering willen.’

Steun verdampt

Toch heeft al de onstuimigheid in Den Haag wel degelijk haar weerslag op het electoraat. Het vertrouwen in het demissionaire kabinet-Rutte III is fors gedaald, peilde I&O Research deze week in opdracht van NRC, wat overeenkomt met recente onderzoeken van Ipsos en het Sociaal en Cultureel Planbureau. De enorme steun die het kabinet kreeg op het dieptepunt van de coronacrisis, het bekende ‘rally around the flag’-effect, is verdampt.

Ruim de helft is inmiddels ontevreden over het kabinet. Terwijl het vertrouwen in Rutte juist licht is gestegen sinds mei: toen vond 39 procent hem betrouwbaar als premier, nu 45 procent. Zijn achterban steunt hem onvoorwaardelijk, maar de onvrede over zijn functioneren lijkt bij andere groepen te groeien. Aan de flanken radicaliseert een deel van de kiezers.

‘Ze dreigen weg te glijden uit het democratische spel, omdat zij het vertrouwen helemaal kwijt zijn in de politiek’, zegt Kanne. Het gaat om zo’n 15 procent van de kiezers. Dat zij op partijen als BoerBurgerBeweging, FvD en PVV stemmen is op zich goed, volgens Kanne, want dan wordt de onvrede tenminste langs democratische weg gekanaliseerd. ‘Maar door de niet-constructieve opstelling van deze partijen en de uitsluiting door andere partijen, krijgen ze niks gedaan en dreigt de onvrede alleen maar te groeien.’

Economisch tij

De concurrentie tussen die rechterflank en de VVD is klein, volgens Kanne. ‘Van de PVV-kiezers ziet 8 procent de VVD als tweede keuze. Bij FvD is dat 0 procent. Die partijen zetten Rutte neer als een linkse leider die de klimaatplannen van GroenLinks wil uitvoeren.’ Bovendien ‘hebben VVD-kiezers meestal juist veel vertrouwen in de politiek’.

Het economisch tij is doorgaans een goede voorspeller voor de vraag of een zittende leider kan doorgaan. ‘Dat effect is vooral bekend van Amerikaans onderzoek naar herverkiezingen van presidenten’, zegt Janka Stoker, hoogleraar Leiderschap en Organisatieverandering aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Kiezers hebben vaak weinig behoefte aan verandering als het economisch meezit.’

En het tij zít mee. De beurs staat op recordhoogte, de huizenprijzen blijven ongekend hard stijgen en de spaarrekeningen van Nederlanders bulkten in coronatijd meer dan ooit – volgens ING staat er nu 52 miljard euro meer op de bank dan voor de pandemie. Zo dreigt de bezittende klasse, een meerderheid in Nederland, de politieke agenda geheel te kunnen bepalen. Ten gunste van zichzelf.

Polarisatie

Huizenbezit is een aanslag op de solidariteit, concludeert bestuurskundige Stéfanie André in haar proefschrift over de woningmarkt. Mensen die een woning als een spaarpotje of pensioen zien, gaan op een bepaalde manier naar de wereld kijken. Kopers zijn vaker tegen het uitbreiden van de verzorgingsstaat dan huurders. En stemmen twee keer zo vaak op de VVD of FvD als huurders.

Van conservatief David Cameron, oud-premier van Engeland, is de beruchte uitspraak dat meer sociale huur alleen maar meer Labour-stemmers kweekt. De VVD heeft er ook electoraal baat bij om het huizenbezit te stimuleren. Socioloog Niels Spierings maakte voor De Correspondent een interessante data-analyse: van de mensen die in 2015 huurden en in 2020 een eigen huis hadden, zei 17 procent als huurder op een rechtse partij te willen stemmen. Als huiseigenaar werd dat 39 procent.

Zo verloopt de polarisatie niet alleen langs bekende culturele lijnen, maar wordt die ook voortgestuwd door de verdeling van kapitaal. In een land waar de vermogensongelijkheid een van de grootste van Europa is en waar de ene groep rijker wordt door een crisis terwijl de andere groep krom ligt, is het moeilijk zoeken naar een gedeeld algemeen belang. Een kentering is pas te verwachten wanneer de ontwrichting zo groot wordt, dat ook de haves beginnen te lijden onder de sores van de have-nots. Of als de groei toch stokt.