'Om de ziel van de moslimwereld woedt een intense strijd'

Negen jaar was het Afghaanse moslim-meisje Maria toen de Brits-Amerikaanse journaliste Jan Goodwin zich over haar ontfermde. Niet lang daarna werd ze uit het 'verderfelijke' milieu weggehaald en aan een oude man uitgehuwelijkt....

JANNY GROEN

VROUWEN ZIJN de windvaan van het islamitisch fundamentalisme. Aan het lot van de vrouwen kan de mate van fundamentalistische invloed in een bepaald land worden afgemeten. Wie, zoals de Brits-Amerikaanse journaliste Jan Goodwin, achter de sluiers kijkt, schrikt van de groeiende terreur van het islamitisch extremisme. 'Het is alarmerend dat, in elk geval in de tien landen die ik bezocht, zelfs de meest erudiete en vrijgevochten vrouwen gedwongen worden zich te onderwerpen aan het fundamentalistisch gezag. Hun talenten worden verspild, hun levens worden steeds verder ingesnoerd, tot ze bijna stikken.'

Goodwin was niet van plan te speuren naar de wortels van het fundamentalisme. Ze was slechts nieuwsgierig naar het leven, of liever het mysterie, dat zich schuilhoudt achter 'de benauwde lappen textiel'. Maar bij de research voor haar boek De tol van de eer werd ze zich er al snel bewust van dat het onderliggende thema (islamitisch extremisme) het Leitmotiv zou worden. Ze ontdekte dat de neo-conservatieve religieuze beweging van binnenuit de aanval op de islam had geopend, de islam manipuleert en politiek misbruikt, en niet alleen een bedreiging vormt voor gematigde islamitische regimes, maar indirect (vanwege de oliebelangen) ook de veiligheid van het Westen ondermijnt.

'Hoe een soft onderwerp kan uitgroeien tot een serieus politiek betoog.' Goodwin, een feministe die altijd in de 'vrouwenhoek' opereerde, gniffelt. Ze zegt dat ze op het spoor van dit 'harde politieke verhaal' is gezet door Maria, een Afghaans meisje dat ze in Pakistan leerde kennen. Vier jaar woonde Goodwin, auteur van Caught in the Crossfire (verslag van haar trektocht door Afghanistan met de mujahedin), in Pakistan. Ze had haar goedbetaalde baan bij Ladies Home Journal opgezegd en werkte van 1988 tot 1992 voor Save the Children in Peshawar, een oude grensstad tussen Pakistan en Afghanistan.

Maria was een negenjarig moslim-meisje dat tijdens de Sovjet-bezetting vrijwel haar hele familie had verloren en met haar vader en grootmoeder de Afghaanse grens over was gevlucht. Haar vader werkte als bewaker bij Goodwin, die er al snel achterkwam dat het meisje razend intelligent was. Goodwin kocht stof voor een schooluniform, een schooltas, boeken, potloden. De voormalige journaliste liet Maria proeven van ijsjes en verjaardagstaarten en las voor het slapen gaan verhaaltjes voor. Het Afghaanse meisje legde Goodwin de betekenis uit van islamitische feestdagen en kreeg de westerse lekkerbek zelfs zo ver dat ze met het meisje mee vastte tijdens de ramadan.

De culturele kruisbestuiving leek buitengewoon vruchtbaar. De twee leefden in een sprookjeswereld. Goodwin leerde veel en gretig, droeg de sjalwar kamez (lange wijde broek met een ruim tot op de knieën vallend tuniek) met zwier en genoot van haar ontluikende moederinstinct. Maria kon al snel lezen en schrijven en sprak, naast haar twee Afghaanse talen (Dari en Pasjto), vloeiend Engels en Urdu. De zeepbel spatte uiteen toen Goodwin ontdekte dat Maria door haar vader werd mishandeld en zij daar een einde aan probeerde te maken. Plotseling mocht Maria niet meer naar school. Fundamentalistische vrienden hadden Maria's vader ingefluisterd dat meisjes opstandig worden als ze onderwijs genieten en dat ze daarna met geen mogelijkheid meer kunnen worden uitgehuwelijkt. Bovendien zou Goodwin, die was opgegroeid met Gloria Steinem en Betty Friedan, met haar westerse ideeën Maria tot een leven van prostitutie en drugs brengen.

Het meisje werd uit het 'verderfelijke' huis weggesleept en uitgehuwelijkt aan een oude man. Goodwin heeft haar nooit meer teruggezien. 'Een jaar later hoorde ik dat ze zwanger was. Ze was pas elf. Ik heb haar overal gezocht, maar haar niet kunnen opsporen. Het beeld van Maria, van dat geknakte jonge leven, bleef me achtervolgen. Ik kon het niet van me afzetten. En dat motiveerde me tot een soort pelgrimstocht door het hart van de islam, om uit te zoeken wat die religie doet met de levens van vrouwen.'

Goodwin trok door tien islamitische landen: Pakistan, Afghanistan, Iran, de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit, Irak, Saudi-Arabië, Jordanië, de Westoever en Gaza in Israël, en Egypte. Overal tekende ze meer en minder gruwelijke verhalen op. Van vernederingen, opsluitingen, inperking van rechten, van verkrachtingen, clitoridectomie, gebroken flessen die in vagina's en stokken met sambal die in anussen worden geduwd. Ze stuitte op 'politiek gemotiveerde collectieve verkrachtingen', waartoe veelal wordt aangezet door fundamentalistische organisaties.

'Uit politieke wraak worden soms hele dorpen tegelijk aangevallen. De jonge vrouwen worden massaal verkracht. Die meisjes zijn verdoemd. Ze hebben sex gehad en ook al was het buiten hun wil, ze kunnen niet meer worden uitgehuwelijkt. Ze worden beschouwd als een partij beschadigde goederen. Soms wordt er, uit schaamte en wanhoop, collectief zelfmoord gepleegd. In westerse landen is in geval van verkrachting het gevoel van vernedering al groot en worstelen de vrouwen met de psychische gevolgen. Als je dan ook nog tot paria wordt gemaakt, is een verkrachting helemaal onverdraaglijk. In Pakistan worden verkrachtingsslachtoffers beschuldigd van zina, sex buiten het huwelijk, een zwaar vergrijp. Die vrouwen kunnen tot tien jaar gevangenis en honderd zweepslagen worden veroordeeld.'

Ze refereert aan de vier zweepslagen die een Amerikaanse jongen kreeg in Singapore vanwege het spuiten van graffiti. 'President Clinton bemoeide zich met de straf, het incident haalde de voorpagina van alle internationale kranten. In islamitische landen zijn zweepslagen aan de orde van de dag. Niemand protesteert. Men haalt de schouders op en zegt: dat is nu eenmaal hun cultuur.'

Fel: 'Het begrip cultuur-relativisme is buitengewoon schadelijk. Het zou moeten worden verboden. Er bestaat nog altijd zoiets als universele mensenrechten. Die worden geschonden door fundamentalistische organisaties, die voor een groot deel worden gefinancierd door bondgenoten van de VS.'

Volgens Goodwin, die behalve honderden moslimvrouwen ook fundamentalistische mannen en een tiental islamologen interviewde, is het idee dat Iran de grootste financier is van het islamitisch extremisme een misvatting. 'Iran is wel een belangrijk exportland van opruiend fanatisme, maar veel belangrijker geldschieters zijn de olierijke Golfstaten: Saudi-Arabië, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten. De Saudi's financierden de Hamas, de Palestijnse militante organisatie. Ze gaven geld aan de blinde sjeik Omar Abdel Rahman, die wordt beschouwd als het brein achter de bomaanslag op het Wereldhandelsgebouw in New York. Ze steunden de Moslimbroederschap, de gewelddadige vertakkingen van deze organisatie in Sudan, Jordanië en Syrië, evenals de religieus extremistische Djamaat-i-Islami in Pakistan en vier fundamentalistische partijen in Afghanistan. Ze financieren ook islamitische instellingen in het Westen. Ik hoorde dat er in Nederland een imam-school wordt opgericht. Je zou eens moeten uitzoeken waar die school straks het geld vandaan haalt. . .'

Goodwin kan zich de verleiding van het fundamentalisme heel goed voorstellen. 'Ik weet niet of ik me niet ook bij dergelijke organisaties zou aansluiten, als ik in die landen zou zijn geboren', zegt ze. 'Het fundamentalisme speelt op verschillende niveaus in op de groeiende onvrede. Fundamentalistische organisaties steunen de armen met sociale projecten. In sommige landen hebben ze sociale infrastructuren opgezet die kunnen concurreren met die van de overheid, veelal totalitaire regimes.

'Westers opgeleide moslim-mannen bieden ze een moreel handvat. Vaak keren die verward terug uit de decadente wereld van sex, alcohol en drugs. In Amerika, en naar ik meen ook in Europa, worden Arabische mannen bovendien vaak gediscrimineerd. Omar, een Koeweiti die had gestudeerd aan Berkeley, vertelde me dat hij zich uit woede tot het fundamentalisme had bekeerd. Uit wraak tegen het Westen, om zich af te zetten tegen het kortzichtige westerse etnocentrisme. Van alle crises in het Midden-Oosten kreeg hij de schuld. Tijdens de Golfoorlog was hij een verdomde Irakees. Na de bomaanslag op het Wereldhandelsgebouw werd hij uitgemaakt voor zandnikker.'

Ze zegt dat niet alleen veel moslims, maar ook Amerikanen zich soms ontworteld voelen in de moderne high-tech-maatschappij. 'In de Nederlandse uitgave is het hoofdstuk over Amerikaanse bekeerden geschrapt. In dat hoofdstuk laat ik verwarde Amerikaanse meisjes aan het woord, die beweren dat de Koran hun een duidelijke identiteit geeft. Ze hoeven geen moeilijke keuzen meer te maken in een ingewikkelde maatschappij. Voor hen is de Koran een soort Dr. Spock, een how to-boek dat hun duidelijk en ondubbelzinnig raad geeft op elk gebied. De islam geeft hun ook het gevoel weer tot een hechte gemeenschap te behoren.

'Overigens ervaren ook die vrouwen het fundamentalisme als een bedreiging. Mochten ze zich vroeger met blote armen en in westerse kledij op straat vertonen, nu worden ook zij veroordeeld tot de sluier. Ze moeten hun banen opgeven, bijvrouwen tolereren, en lopen het risico hun kinderen te verliezen als zij zich niet schikken in hun lot.

'Wat me opvalt is dat die vrouwen, en dat geldt ook voor de hoog opgeleide islamitische vrouwen die ik interviewde, de islam niet de rug toekeren. Ze geloven in de islam en zeggen dat profeet Mohammed de vrouwen veel meer vrijheid gaf dan de huidige fundamentalisten. Mohammed zei ook: er is geen dwang in de islam. Heel voorzichtig komt in die islamitische landen een beweging van de grond van vrouwen die beseffen dat de sleutel tot efficiënt verzet in de islam zelf ligt. Ze hanteren de stelregel: wees geen religieuze dissidente, maar sla de fundamentalisten met de juiste islamitische argumenten om de oren. En ze bestuderen de Koran, heel serieus.'

Ze toont haar tsjador met zoute zweetplekken die zij in Saudi-Arabië droeg in een temperatuur van vijftig graden Celsius. Zegt dan, plotseling verlegen: 'Dit klinkt heel gewichtig. Maar tegen westerse regeringen zou ik willen zeggen: besef dat er een intense strijd woedt om de ziel van de moslimwereld, die voor ons van zo'n strategisch belang is. Verdiep je in die wereld, bestudeer de islam, de Koran. Probeer de oppositie te begrijpen en steun haar. Dat is nu net zo belangrijk als tijdens de Koude Oorlog de steun aan de Sovjet-dissidenten.'

Janny Groen

Jan Goodwin: De tol van de eer.

Bruna; ¿ 39,90.

ISBN 90 229 8199 1.

Meer over