Olifantenjenever

Een man lag in zijn bed te slapen toen de bel ging. Het was de deurbel. Hij keek op de wekker en het was drie uur in de nacht....

'Wie is daar?' riep hij in het donkere trapgat. 'Een vriend in nood', riep een man terug.

'Dat dacht ik al, kom boven.'

En de vriend in nood kwam boven. Hij ging zitten op een stoel naast een kachel, sloeg de sneeuw van zich af, en begon te vertellen waarom hij midden in de sneeuwnacht gekomen was. Hij was geen man van vele woorden, dus zei hij: 'Mijn vrouw heeft mij het huis uit gezet.' Meer zei hij niet. De vriend in nood was van het soort waar je de woorden uit moet trekken.

'Waarom heeft ze jou uit het huis gezet?' vroeg de gastheer terwijl hij zijn laatste jenever schonk in twee glaasjes die op tafel stonden.

'Omdat ik mij niet aan mijn afspraak heb gehouden', antwoordde de gast en hij nam een flinke slok.

'Wat was dat voor een afspraak?' vroeg de gastheer en ook hij nam een flinke slok.

'Ik moest kiezen tussen de fles en haar', zei de gast. En meer zei hij niet, het was om dol van te worden.

'Grote genade man, moet ik dan alles uit je trekken? Kom op, schiet op met je verhaal, het is drie uur in de nacht. Het is me wat moois, eerst maak je me wakker en dan ga je me zo'n slaapverwekkend verhaal zitten vertellen. Nou, vooruit met de geit! Wat is er gebeurd?'

'Ik koos natuurlijk voor mijn vrouw.'

'Maar?' De gastheer slaakte een diepe zucht.

'Maar ik hield het niet vol, ik kocht een flesje jenever en verstopte die in huis, Olifantenjenever.'

'En?' Nog een diepe zucht.

'Nou, mijn vrouw komt er altijd achter waar ik mijn flessen verstop, en daarom bedacht ik een plek die ze vast en zeker nooit zou ontdekken.'

De allerdiepste zucht uit de hele wereldgeschiedenis verliet het lichaam van de gastheer. 'Ga verder', zei hij.

'Ik verstopte het flesje in de stortbak van de wc.'

'Hoe kom je er op?'

'Dacht ik ook, maar nu komt het. Mijn vrouw ging naar de wc om een plas te doen voor het slapen gaan. Zij ging erop zitten en deed de plas. Toen keek zij of alles in orde was en zij trok door. Je weet wat iemand doet die een uitwerpsel van zichzelf doortrekt. Die kijkt nog even goed of het wel weg is allemaal, of er geen restanten zijn achtergebleven in de pot. Op dat moment hoorde ik een afschuwelijke gil. Ik werd erbij geroepen. Ik moest in de pot kijken.

Daar lag het etiket van mijn fles, keurig netjes met de letters naar boven op het plateau in de pot: OLIFANTENJENEVER. Man, het was eraf geweekt in de stortbak en mee naar beneden gestort.'

'Fraaie boel', besloot de gastheer.

Peter Bekkers

Meer over